Column

Titanic

In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, maar wat men zaait zal men oogsten en al dat soort dingen. Het vooruitzicht op 2017 noopt na het doorlopen van 2016 nou niet bepaald tot optimisme. En dan is het jaar nog niet eens af. Zitten de kerstlampjes nog steeds in de war.

De Nederlandse dagen zijn grauw en grijs, en wie zo dapper is een brug te betreden loopt een verhoogd risico op uitglijden. Niemand die wil horen waarom men een brug over wil, maar kritiek te over op de manier waarop het geprobeerd wordt. En er is geen lieve zonnetje dat daar zo snel verandering in gaat brengen.

Maar we leven mee. God wat leven we mee, met de mensen in Aleppo, met vrouwen die van trappen geduwd worden. Met die arme Kanye West. Want we zijn bang. En daar voelen we ons schuldig over. Wij doen geen laatste oproepen aan de wereld om ons te redden, wij posten kattenplaatjes. Ik post kattenplaatjes. Terwijl ik me naast een schaaltje kerstkransjes op de grond zit af te vragen wat ik nu met de vermolmde verhuisdozen vol kerstspullen, en een op het oog onontwarbare kluwen lampjes moet.

Lampjes ontwarren, lichamen identificeren. De toekomst is ongewis, dus flikker die lampjes nou gewoon in de boom, zou je zeggen. Of koop nieuwe. Kan jou het schelen? Schenk een drankje in. En kom vooral even kijken naar mijn zingende sneeuwpop, dan hoor je de noodkreten niet.

We leven in een vrij land, we zijn rijk, wat een voorrecht om ons schuldig te kunnen voelen over zaken die we niet direct in de hand hebben. Wat een voorrecht om ons te schamen voor onze welvaart. Een petitie tekenen, kerstbal rechthangen, filmpje delen van mensen in conflictgebieden, een selfie nemen in een kersttrui met knipperende lichtjes.

Want we weten dat het heel wel mogelijk is dat onze westerse wereld de Titanic is, waarvan de voorste compartimenten al zijn volgelopen terwijl het buffet nog geopend is, en dat iemands achterlijke broertje straks het roer overneemt, en zin heeft om het gemankeerde schip eens lekker een andere kant op te manoeuvreren. Recht op de ijsschotsen af, want hij gelooft nog in ijsschotsen. (Terwijl hij vast ieder jaar nieuwe kerstlampjes koopt.) In versplintering.

En het werkt. In de buik van het schip wordt ruzie gemaakt over de tafelschikking, anderen strijken de tafellakens maar weer eens glad, weer een ander steekt een kaarsje aan. Zij die het schip willen keren weten niet hoe. En op de brug staan de sympathisanten van het broertje verenigd, het broertje dat met zijn buik naar voren en zijn natte lippen vergenoegd getuit met één hand het roer en met het andere zijn twitteraccount bestuurt, terwijl hij aan de einder de aftiteling al ziet lopen, en ze roepen ‘Varen! Varen! Varen!’

Dan toch maar de kerstlampjes ontwarren. Dat is nou net iets waar je wel controle over hebt. Iets dat met geduld op te lossen is, waar een muziekje bij aan kan. Maar gezeten in een warm gestookte woonkamer doet Bing Crosby denken aan de muzikanten die maar bleven spelen, tegen beter weten in, om paniek te voorkomen, toen het onzinkbaar geachte schip tegen een ijsberg gevaren was.