Column

Stadssoldaten

Nico (40) en Ernesto (48) zitten vandaag niet in de Centrale Bibliotheek, maar naast de ingang onder een afdakje. Nico is eruit gestuurd omdat hij op een stoel in de hal in slaap was gevallen. Hij mag daarom een jaar de bibliotheek niet meer in. Vanmorgen hebben de heren bij de nachtopvang allebei een zakje belegde boterhammen meegekregen en ieder een banaan.

Nico pulkt kruimels van zijn boterham en probeert daarmee een houtduif te lokken. Op het moment dat de duif vlak voor hem zit, gooit hij zijn jas richting de vogel, maar mist. Pech voor Nico, want voor houtduiven krijgt hij 7,50 euro per stuk, beweert hij. Een snoekbaars levert trouwens meer op. Voor een grote jongen betalen restaurants soms wel 15 euro. „Leugenaar!” roept Ernesto, die de bedragen naar beneden bijstelt. Nico heeft het trucje afgekeken van zwervende Polen, vertelt hij, inclusief hun vang- en slacht-methodes. Hij heeft inmiddels vier vaste adresjes in de stad, waar ze zijn illegaal gevangen ‘stadswild’ graag afnemen. Hoewel een gewone stadsduif gemakkelijker te vangen is, alleen al doordat er veel meer van zijn in Rotterdam, trappen koks daar niet in, zelfs niet als ze geplukt en onthoofd zijn. Gewone duiven zijn kleiner, hebben andere pootjes en het vlees is lichter van kleur, legt Nico uit. Met een beetje geluk vangen ze er twee vandaag, maar dan moeten ze wel een beetje op hun bierconsumptie letten. Hoe later op de dag, hoe slechter hun reactievermogen, en daar profiteren de duiven dan weer van.

Nico noemt zichzelf een „stadssoldaat”. Hij is sinds 9 maanden dakloos, na een lange strijd tegen zijn schuldeisers. Tien jaar lang had hij een eigen timmerbedrijfje, maar dat ging ten onder tijdens de crisis in de bouw. Zijn spaargeld jaagde hij er in een half jaar doorheen, en hij ging aan de drank en de drugs. Waarna zijn vrouw en kinderen bij hem wegliepen en Nico uiteindelijk ook zijn woning moest opgeven. „Maar ik ben een goede stadssoldaat, mevrouw”, vertelt hij met gebroken stem. „Ik beroof niemand, breek niet in, heb me zelfs opgegeven voor vrijwilligerswerk in een dagopvang voor ouderen.” Wel maakt hij samen met zijn wapenbroeder Ernesto (4 jaar dakloos) bijna dagelijks een rondje door de Markthal waar ze voor eigen gebruik fruit, kaas of een fles Rotterdamse port pikken.

Van de drugs is hij inmiddels af, maar de drank is – na Ernesto – zijn „beste vriend”. Nico zegt dat hij in Afghanistan heeft gediend, waar hij bommen onklaar maakte. „Leugenaar!” roept Ernesto weer, maar Nico negeert hem. Hij zegt de afgelopen 9 maanden veel geleerd te hebben en wil iedereen aanraden een poosje op straat te gaan leven. Bij het afscheid nemen vraagt hij of hij me even mag „knuffelen”. Terwijl hij me stevig omhelst zegt hij dat hij verliefd op me is. En dat hij zoiets bijzonders voor het eerst van zijn leven voor iemand voelt. En Ernesto roept: „Leugenaar!”

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.