Rutte sluit in Brussel deal over Oekraïneverdrag

Associatieovereenkomst

In de aanvulling staat onder meer dat ratificatie van het verdrag geen opmaat vormt voor een Oekraïens EU-lidmaatschap.

Foto ANP / Jonas Roosens

Het was „moeilijk” geweest en „niet leuk”. Maar premier Mark Rutte kreeg donderdag in Brussel van de overige 27 regeringsleiders van de Europese Unie zijn vurig gewenste aanvullende verklaring op het Oekraïneverdrag. Sterker nog, tijdens het ruim één uur durende beraad werd niets meer aan de tekst veranderd die ter tafel lag.

De Europese horde is dus genomen. Maar Rutte moet nu terug naar het Nederlandse parlement. Weer een horde. Niet zozeer in de Tweede Kamer waar een meerderheid bereid lijkt het verdrag te ratificeren. Maar wel in de Eerste Kamer, waar het kabinet niet is verzekerd van voldoende steun. Alles hangt af van het CDA, dat vindt dat de nee-stem gerespecteerd dient te worden. Het kabinet hoopt dat een aantal CDA-senatoren het geopolitiek belang laat prevaleren boven de partijdiscipline.

De zorgen van de Nederlanders die op 6 april in een referendum tegen de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne stemden, zijn „geadresseerd”, zei Rutte in Brussel. Nog eens is uitgesproken dat hetgeen de ‘nee-zeggers’ vreesden, niet zal gebeuren. „Er is nu klip-en-klaar vastgelegd wat het akkoord wel en niet behelst. Daar kan na vandaag geen enkel misverstand meer over bestaan.” Het besluit is bovendien „juridisch bindend” en kan alleen gewijzigd worden bij unanimiteit. „Nederland heeft dus een vetorecht.”

‘Lang genoeg geduurd’

Het getouwtrek over de gevolgen van het referendum waarbij 61 procent van de opgekomen kiezers het verdrag afwees, heeft volgens Rutte lang genoeg geduurd. Vrijdag nog zal de ministerraad een wetsvoorstel goedkeuren om de associatieovereenkomst, aangevuld met de verklaring, te ratificeren. Het wetsvoorstel gaat voor advies onmiddellijk naar de Raad van State. Begin volgend jaar moet blijken of de Tweede en de Eerste Kamer zich achter het verdrag kunnen scharen.

Lees meer over de onderhandelingen van Rutte over Oekraïneverdrag: Gunt Brussel Rutte uitweg om referendum te omzeilen?

Rutte zei zich „geen illusies” te maken. „Er zullen mensen zijn die tegen blijven en die vonden dat de Nederlandse nee-stem alleen kon uitmonden in het afwijzen van het associatieakkoord. Maar ik vond, en vind, dat ik niet kan weglopen voor mijn verantwoordelijkheid.” De premier benadrukte dat het verdrag van wezenlijk belang is. Het zorgt ervoor dat de EU „een verenigd front kan blijven vormen tegen het destabiliserende buitenlands beleid van Rusland.” De annexatie van de Krim, de Russische inmenging in Oost-Oekraïne en de plaatsing van raketten in Kaliningrad, tussen Litouwen en Polen – al deze kwesties laten zien dat er „een groter belang” speelt: de veiligheid van Europa, en daarmee de veiligheid van Nederland. Niet ratificeren betekent „Poetin een cadeau geven”.

Volgens de aanvullende verklaring heeft het associatieverdrag „een nauwe en blijvende relatie” met Oekraïne tot doel, maar kan het land er niet de status aan ontlenen van EU-kandidaat-lidstaat. Het verdrag mag ook niet worden uitgelegd als een toezegging dat Oekraïne die status „in de toekomst” wel krijgt. Oost-Europese landen, Polen voorop, hadden moeite met deze bepaling, vooral omdat het een open deur is: de procedures voor EU-lidmaatschap zijn geregeld in andere Europese verdragen, het associatieverdrag met Oekraïne ging daar nooit over. De Litouwse president Dalia Grybauskaite noemde de Nederlandse eisen donderdag spottend „een creatieve oefening om uit te leggen wat er niet in het verdrag staat”.

Klap in gezicht Oekraïne

Tegelijkertijd voelde het Nederlandse ‘gedram’ als een klap in het gezicht van de Oekraïeners, juist op een moment dat deze wel wat Europese solidariteit kunnen gebruiken. Maar Rutte zag het anders. Want in de Nederlandse referendumcampagne werd het verdrag wél gepercipieerd als opmaat naar lidmaatschap, niet alleen door desinformatie, maar ook omdat „senior leiders in Europa” – lees: Oost-Europa – met bepaalde uitspraken wel degelijk de indruk hadden gewekt dat toetreding door dit verdrag dichterbij was gekomen. Dat nu is verduidelijkt dat dit „op basis van dít verdrag” niet kan, was volgens Rutte „cruciaal”.

Ook op andere punten kwam er verduidelijking. Zo biedt het verdrag geen „collectieve veiligheidsgarantie”. Het geeft Oekraïense burgers verder geen recht „om vrij te verblijven of te werken” binnen de EU. Ook gaat er niet meer geld naar Oekraïne, al staat het EU-landen vrij om meer financiële hulp te bieden. Tot slot wordt nog eens benadrukt dat Oekraïne werk moet maken van de rechtsstaat en dat bij twijfel het verdrag kan worden opgezegd.

Rutte zei te beseffen hij veel gevraagd heeft van de overige EU-leiders. Overigens was Europa nooit het probleem: de politieke wil om een leider met intern-politieke problemen tegemoet te komen is altijd groot. De echte uitdaging ligt nu in Nederland.