Rotterdamse haven

Politie sloot deal met informant cokekartel in Colombia in zaak corrupte douanier G.

De politie heeft in het onderzoek naar de corrupte douanier Gerrit G. gebruikgemaakt van een informant die banden heeft met een Colombiaans cocaïnekartel. De informant nam deze zomer met behulp van de politie gesprekken met G. op. Twee weken geleden lekten die voor G. belastende gesprekken uit. Dit werd woensdag bekendgemaakt door G.’s advocaat Jan-Hein Kuijpers.

Het Openbaar Ministerie (OM) bevestigde dat de man is ingeschreven als informant. Kuijpers suggereert dat sprake is van een criminele burgerinfiltrant.

Volgens Kuijpers heeft de informant, ‘Paul’, hem ook verteld dat de Amerikaanse antidrugsdienst DEA nauw betrokken is bij opsporing van cocaïnetransporten via Antwerpen en Rotterdam. Paul stelt, aldus Kuijpers, dat bewust cocaïne wordt doorgelaten. „Als dat klopt, hebben we hier te maken met een nieuwe IRT-affaire.” De IRT-affaire ging over ongeoorloofde opsporingsmethoden. Kuijpers wil dat Paul een vrijgeleide krijgt en in Nederland als getuige wordt gehoord.

Het OM heeft zestien jaar geëist tegen douanier G., omdat hij van 2013 tot 2015 doelbewust containers met verdovende middelen doorliet in Rotterdam. Hij was voorlopig op vrije voeten, maar werd opnieuw aangehouden wegens overtreding van voorwaarden van zijn voorlopige hechtenis. Het OM beriep zich hierbij op de uitgelekte opname. Daarin geeft G. tips om te voorkomen dat de douane gesmokkelde cocaïne onderschept. Het uitlekken wijst erop dat de criminele vete waarin G. betrokken is nog sluimert.

Tijdens de zitting woensdag bleek dat de officier van justitie die de zaak tegen G. doet pas twee dagen geleden hoorde dat de opname door een informant is gemaakt. Het OM stelt dat de opname gezien de voorgeschiedenis niet als bewijs kan worden gebruikt en dat daarmee de getuigenis van Paul niet relevant is voor de beslissingen die de rechter in de zaak moet nemen. Daarom vindt justitie het horen van Paul onnodig. (NRC)

    • Jan Meeus