Recensie

Rimski’s ‘Gouden Haan’ is een muzikale schatkist

Opera

Alexei Tikhomirov als Dodon Foto De Munt / Baus
De Gouden Haan van Rimski-Korsakov. Orkest en koor v.d. Muntopera o.l.v. Alain Altinoglu. 14/12 Muntpaleis Brussel. Herh. t/m 30/12.

Vlak na een mislukte oorlog een satire componeren over een domme tsaar: geen wonder dat Nikolai Rimski-Korsakov zijn laatste opera De Gouden Haan in 1908 niet door de censuur kreeg. Is tsaar Dodon immers geen karikatuur van Nicolaas II, en is Dodons idiote campagne in de Oriënt geen afspiegeling van de door Rusland verloren strijd met Japan?

De Koninklijke Muntopera in Brussel vroeg regisseur Laurent Pelly om deze in het Westen zelden gespeelde opera te ensceneren. Dat leek een goed idee, getuige Pelly’s komisch spectaculaire lezing van Prokofjevs Liefde voor drie sinaasappelen in 2013 in Amsterdam.

Toch kan ook hij de zwakheden van het werk moeilijk verhullen. Het sterke decor bestaat uit een groot bed op een heuvel zwarte kolen: terwijl het arbeidersvolk zwoegt en de vijand dreigt, wil de oude vorst (de degelijke bas Alexey Tikhomirov) het liefst doorslapen. Maar de gestileerde humor slaat te vaak dood tijdens statische momenten in de handeling. De door een astroloog geschonken gouden haan, die aanvallen kan voorspellen, blijkt een wat sullig rondhuppelend, gelig vogelpak.

Gelukkig is de partituur een schatkist. De complete tweede akte is een demonstratie van Rimski-Korsakovs melodische gave: de oriëntaalse guirlandes waarmee de vijandige koningin de domme Dodon inpalmt mogen als parodie bedoeld zijn, ze wérken wel. ‘Mijn losse haren golven als een waterval over mijn heup’, zingt sopraan Nina Minasyan extatisch – ondersteund door roetsjende harp en bezwerende klarinet.

Vanwege de uitlopende verbouwing huist de Muntopera tijdelijk in een noodtent nabij de Brusselse haven. Dat de nieuwe, elegant gebarende chefdirigent Alain Altinoglu in die compromis-akoestiek überhaupt sfeer weet te maken, is al meegenomen. En al raken de houtblazers soms verstrikt in de vele versieringen, de uitvergrote karakters van de plot krijgen een gepaste muzikale onderstreping. Briljante vondst is de entr’acte tijdens een decorwisseling, waarbij Altinoglu achter een vleugel kruipt om de concertmeester in enkele operamelodieën te begeleiden.

Politiek het pregnantst is het laatste bedrijf, waarin de als ‘zwarte koppen’ omschreven vijanden nu letterlijk apen zijn en het volk bang samenschoolt. Dodon wordt na ruzie met de astroloog door de haan doodgepikt. Het was maar een koortsdroom, besluit het libretto, maar Pelly toont in het slotbeeld burgerslachtoffers: het sprookje als verhulling van een gruwelijke realiteit.