Recensie

Overal een mening over hebben mag, maar val ook eens stil, zegt De Waard

In de nieuwe dichtbundel van Elly de Waard, In die tijd die, komen verschillende tijden aan bod. Haast wordt afgewisseld met gepeins over kosmische tijd: ‘Ik zag de onverbiddelijke zon / opeens de moeder zijn van haar planeten // Als ouder van een hele schaar / verfrist zij zich elke elf jaar’. Hoe lang of kort ook, voor De Waard (1940) maakt het niet uit wat de aard van de tijd is. Nu eens is ze nostalgisch, zoals haar heimwee-gedicht over zanger-musicus Bryan Ferry. Dan weer staat ze te midden van onze dagelijkse beslommeringen te contempleren over de verglijdende tijd tijdens het slapen.

De Waard benadrukt dat tijd niet iets vanzelfsprekends is, maar een veelal stille invloed op ons handelen, denken en voelen. Keer op keer staat ze stil bij de onzekerheid die de overhand neemt wanneer je over tijd nadenkt. Soms is ze daarin tandeloos en clichématig: ‘Wat is er in de lichtheid / van mijn leven overdag / dat het betaald moet worden / met de zwaarte van de nacht?’

Maar wanneer ze schrijft over menselijk handelen en de politieke implicaties daarvan toont ze zich een scherp criticus van de tijdgeest en legt ze de kwaadaardige kant van de mens bloot die van alle tijden is. Zo luidt het in het naar de moord op oud-volleybalster Ingrid Visser en haar partner verwijzende titelgedicht ‘In die tijd’:

In die tijd (die van alle tijden is)

dat het gepeupel, verenigd door haat

geloof, dogma, de zucht naar geld of

alleen maar om iets te doen te hebben

de ander tegen de grond trapte, de

tanden uit de mond sloeg, in stukken sneed

en in een vuilniszak begroef in een

citroengaard – of gewoon op straat liet liggen

In een aantal expliciet actuele gedichten, zoals over de vliegramp met de MH17, komt die opmerkzaamheid eveneens naar voren. Ze herinnert de lezer eraan om stil te staan bij de tijd: ‘Overal een mening/ over hebben mag –/ maar val ook stil’. Deze woorden zijn welkom in een tijd waarin niet naar elkaar geluisterd wordt en iedereen denkt het gelijk aan eigen zijde te hebben.

De Waard sluit de bundel onheilspellend af door Cassandra aan te halen. Het klassieke personage staat bekend om haar juiste voorspellingen die door niemand geloofd worden. De dichter is cynisch over de toekomst: ‘Berg je nu het nog kan, want wie gesteld/ is boven ons is machteloos en arrogant/ en zal alleen zichzelf trachten te redden’. Ze wijst de lezer daarom op andere tijden die kunnen helpen de onze te begrijpen.

De Waard lijkt zich in eerste instantie op de vlakte te houden in haar reflecties op het universum, de slaap en het verleden. In het licht van de politieke actualiteit worden de gedichten echter een stuk urgenter. Het is noodzakelijk om ons te wapenen tegen naderende ellende, het egoïsme van de mens en de directe onoverdachte repliek. In die zin is In die tijd die te lezen als tegengif.