Noodmaatregelen gemeenten vaak in strijd met de wet

De onderzoekers verzamelden 250 noodverordeningen van de laatste vijf jaar. Dat is één noodmaatregel per week.

Schoonmakers voeren actie voor de deur van het ING-hoofdkantoor als aanklacht tegen de misstanden rond het ziekteverzuimbeleid van schoonmaakbedrijf CSU. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Noodmaatregelen die burgemeesters opstellen zijn vaak in strijd met de wet. Dat blijkt uit onderzoek van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid (COOV) van de Rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Groningen. Daardoor kennen burgemeesters zich regelmatig oneigenlijk extra bevoegdheden toe.

De onderzoekers verzamelden alle 250 noodverordeningen van de laatste vijf jaar. Dat is dus één noodmaatregel per week. Jaarlijks worden die door honderden politie-agenten gehandhaafd. Maar veel van deze noodverordeningen blijken niet juridisch houdbaar of praktisch handhaafbaar.

Daklozen van de straat houden

Een noodverordening, zoals een gebiedsverbod of evacuatiebevel, is bedoeld als tijdelijke maatregel van de burgemeester om een noodsituatie te voorkomen of te bestrijden. Maar met die definitie nemen burgemeesters het niet zo nauw. Hoofdonderzoeker Adriaan Wierenga:

“Ze lijken soms te denken: ‘We pakken we er een noodbevoegdheid bij, want die bieden veel ruimte. Maar die bieden ook geen onbegrensde mogelijkheden.”

Zo zou in een enkel geval een noodverordening zijn gebruikt om daklozen van de straat te houden, als het te koud wordt in de winter. Maar dat is “niet bepaald een onverwachte noodsituatie, waarin je met je rug tegen de muur staat”. Wierenga:

“Het moet gaan om een zich plotseling aandienend gevaar voor de openbare orde. Klimaatverandering is dat bijvoorbeeld niet, maar een dijkdoorbraak wel.”

Voor hun analyse noemen de onderzoekers twaalf situaties waarin burgemeesters noodmaatregelen inzetten, van rampen als brand of overstroming tot ordeverstoringen door voetbalgeweld of ongeregeldheden tijdens het bezoek van hoogwaardigheidsbekleders.

Aantal demonstraties groeit

Een van de trends is het gebruik van een noodverordening om demonstraties te reguleren. Maar een noodverordening is niet bedoeld om een demonstratie in goede banen te leiden. Sterker nog: dat mag niet, omdat het het recht op betoging ernstig kan schaden. Daarvoor is de Wet openbare manifestaties (WOM).

Het aantal demonstraties en betogingen groeit sterk. In de gemeente Den Haag bijvoorbeeld waren in 2002 350 demonstraties, nu zijn dat er 1.500. Of daarom burgemeesters vaker noodverordeningen instellen, hebben de wetenschappers niet onderzocht. Maar dát het aantal noodverordeningen stijgt, durft Wierenga wel te concluderen.

Weinig expertise

Of burgemeesters expres de grenzen van de wet opzoeken, of dat gemeenten gewoonweg niet de expertise bezitten om noodmaatregelen te treffen, is onduidelijk. Wierenga:

“Het gaat om specialistische instrumenten die, zeker in kleine gemeenten, maar zelden gebruikt worden. Daar zal niet altijd iedereen even bedreven in zijn.”

Wat vaak fout gaat, is dat burgemeesters de politie nieuwe bevoegdheden toekent met noodvoorschriften. Dat kan niet, aldus Wierenga. De politie kan wel gevraagd worden meer te handhaven, maar binnen haar eigen bevoegdheden. Noodvoorschriften zijn bedoeld voor burgers. Een logisch gevolg van deze onduidelijkheden is dat het voor de politie ook moeilijker is de noodmaatregelen te handhaven.

Daarom doen de onderzoekers gemeentes enkele handreikingen, best practices voor verschillende soorten noodsituaties.