Cultuur

Interview

Interview

‘Islamisten willen de wereld opvreten’

Interview ‘Nee tegen de hoofddoek, nee tegen moskeeën’. Het is maar één van de felle uitspraken van deze Algerijnse schrijver. In zijn nieuwe roman wijst hij op het gevaar van het islamisme.

Gedreven is hij, fel, een man met een missie. Eén dag is de Algerijnse schrijver Boualem Sansal (1949) in Brussel om te spreken over zijn recent vertaalde roman, 2084. Het einde van de wereld. Daarna gaat zijn tournee verder, Europa door, hij heeft een verhaal te vertellen, een boodschap te delen die hij cruciaal acht voor de toekomst van het continent.

In zijn roman laat hij van binnenuit zien hoe een totalitaire, islamistische wereld eruit ziet, hoe het systeem functioneert, hoe de menselijke geest wordt ontmenselijkt en wat voor wereld er ontstaat als iedere vorm van kritisch denken de kop in wordt gedrukt. Het heilige boek is wet, het besef van een verleden is uitgewist, de taal staat in dienst van vernedering en onderdrukking. Alle macht is in de handen van een onzichtbare, gevreesde heerser. Het is een afschrikwekkend en angstaanjagend beeld dat Sansal oproept. Anders dan zijn eerdere, bij vlagen lyrische romans ligt de politiek geëngageerde lading er dit keer dik bovenop. Hij schreef het boek voelbaar in een andere stemming dan zijn eerdere werk.

Sansal: „Het is een heel proces geweest, de kwestie van het islamisme zat altijd al in mijn romans. Ik heb in mijn land twee dictaturen meegemaakt, een militaire en een politie-dictatuur, steeds met een religieuze basis. Algerije is van huis uit een traditionele moslim-maatschappij. Sinds een jaar of dertig is er die vulkaan die op uitbarsten staat: de wedergeboorte van de islam, die moslims de ‘nadah’ noemen. Ze willen het werk van de profeet voortzetten, de wereld opvreten. Ikzelf heb de mentaliteit van een westerling. Ik analyseer, ik heb een sociologische blik, ik zie dat de economie slecht draait, dat er sociale ongelijkheid is, zo redeneer ik en zo heb ik tot nu toe mijn boeken kunnen schrijven. Maar op een gegeven moment voelde ik dat dat niet genoeg was.”

U moest meer de diepte in, de geschiedenis bestuderen, politieker worden?

„Ik moest me nog meer verdiepen in de religieuze factor die me van nature niet ligt. Ik beschikte niet over de juiste sleutels om de mensen in de straat te begrijpen. Er was altijd iets dat me verraste. Als iemand het Westen beschuldigde van onrechtvaardigheid, zei ik: maar hoe kun je je daarover beklagen als je zelf je eigen vrouw onrechtvaardig behandelt? Die malaise was het begin. En het raakte in een stroomversnelling. Algerije zonk weg in een islamistische oorlog, het islamisme kreeg grip op het menselijk bewustzijn, ‘bevrijdde’ 95 procent van het land. Alleen de grote steden waren nog onder controle van de staat. Toen ben ik onderzoek gaan doen.”

Waar leidde dat toe?

„Ik vond een omerta. Eeuwenlang schreef niemand kritische teksten over de islam. Victor Hugo, Voltaire, Ernest Renan schreven erover, verder niemand. In de Arabische wereld hoefde ik niet te zoeken, daar stond kritiek op de islam gelijk aan geloofsafval, waar de doodstraf op staat.”

In een waterval van woorden somt Sansal op wat hij bestudeerde: bij de sjiieten las hij over de soennieten en andersom. Hij verdiepte zich in de nuances tussen de verschillende stromingen, bracht ze in kaart, zocht cijfers, gaf lezingen, vooral in Duitsland, waar de Körber-Stiftung hem vroeg de Arabische lente te duiden. Het leidde tot het essay Gouverner au nom d’Allah. Islamisation et soif de pouvoir dans le monde arabe. (Regeren in naam van Allah. Islamisering en machtshonger in de Arabische wereld.)

„Anders dan de meeste Arabische intellectuelen vond ik dat er helemaal geen sprake was van een lente, laat staan van een revolutie. Duitsland wilde een voortrekkersrol spelen. Ook vorig jaar weer, toen er stromen vluchtelingen naar Europa kwamen. Wat Merkel deed was waanzin. Het was spelen met een tijger, maar met een tijger kun je alleen spelen als hij achter de tralies zit. Ik hoop dat ze dat nu begrepen heeft.”

Na dit historische, politicologische, wetenschappelijke essay, na de theorie, wilde u laten voelen hoe het leven onder een islamistisch regime eruit ziet – in een roman?

„Ja, het is niet genoeg om rationeel te weten waar de ‘nahda’ en IS vandaan komen. Weet u, ik ben erg pessimistisch, het islamisme is een doctrine vol energie. De islam heeft historisch gezien een ander parcours gevolgd dan het christendom. Normaliter zou de islam een tijdje populair zijn geweest, en daarna weer minder, net als het christendom. Maar de kolonisatie heeft de ontwikkeling van de islam gebroken. In de eeuwen van de Westerse overheersing ging de islam de clandestiniteit in, verdween uit Irak, Algerije, Marokko, Tunesië. Die landen werden Engels, of Frans. Er was geen koranschool meer, moskeeën bleven leeg. De lokale elite werd Engels- of Franstalig, ze dienden het Westen, geloofden in de Westerse waarden.”

En waar kwam de islam opnieuw op?

„In Afghanistan. Onder de elite daar bevond zich een zekere Jamal Eddine al Afgani, ‘de Afghaan’, die de islam nieuw leven wilde inblazen, niet alleen spiritueel, maar als structurele wereldmacht. Hij doceerde, schreef boeken en leerde Westerse oriëntalisten kennen die hem uitnodigden om in Europa lezingen te geven.

„Wat de westerlingen zagen was een beschaafde, briljante man die Lamartine en andere westerse dichters citeerde. Hij werd een publiekslieveling, vergelijkbaar met Tariq Ramadan (omstreden filosoof, islamoloog van Egyptische afkomst, md) in onze tijd. Wat de westerlingen niet zagen was wat hij losmaakte in miljoenen Egyptische, Syrische, Irakese en Indiase hoofden. Die begrepen dat de wedergeboorte van de islam niet alleen mogelijk was, maar ook haalbaar!

„In het Westen sprak Al Afgani over een sympathieke islam, die het paradijs zou brengen. Hij hield zijn toehoorders voor dat het tijdperk van het Westen, van het christendom ten einde liep, wees erop hoe materialistisch hun leven was, onderstreepte dat een mens niet zonder spiritualiteit kan. Bij linkse intellectuelen sloeg zijn discours aan, zij houden van zelfkastijding, dat was toen niet anders, puur onanisme, intellectuele masturbatie.

„In de Arabische wereld maakte hij school, hij kreeg discipelen. Onder hen was Hassan al Banna (grootvader van Tariq Ramadan, md), die in 1928 de Moslimbroederschap oprichtte. Hij kreeg op zijn beurt duizenden volgelingen. Zo ontstond een structuur van profeten en discipelen, die lang niet allemaal hetzelfde prediken.’’

Hoe het nu is?

„Wetenschappers zoals de antropoloog Malek Chebel vinden dat de wedergeboorte van de islam plaats moet hebben door middel van kennis, wetenschap, technologie, denken over de rechtsstaat, de zogenaamde Verlichtingsislam. Maar er zijn mensen die het daar helemaal niet mee eens zijn: je moet met het volk werken, vinden ze, met de basis, met ‘le petit peuple’ in de banlieues. Je moet het volk de islam onderwijzen, hen een paar keer per dag laten bidden. En dan heb je de laatste categorie, die vindt dat er maar één manier is om de islam weer tot leven te brengen, via het zwaard. De jihad. Op je knieën, bekeer je, zo niet dan hakken we je hoofd af. God heeft geen gelovigen nodig, maar aanhangers.’’

Nadenken, verbeelden, het verleden verkennen – het is in uw boek uit den boze.

„Dat is precies wat ik met mijn roman wilde zeggen. En dat kon alleen door middel van fictie. Voor mijn dystopie koos ik het model van George Orwell.’’

Hoe moet de Franse overheid, en dus Europa, volgens u optreden tegen het opkomend islamisme van nu?

„Je moet heel vastberaden en standvastig zijn in het bestrijden van het islamisme. Je moet streng zijn, stevig in je schoenen staan. Dus nee tegen de hoofddoek, nee tegen moskeeën, je woont in Frankrijk, daar geldt de laïcité, de scheiding van kerk en staat. Je moet demagogen bestrijden. Alles wat er gedaan wordt om het Front National te verzwakken, moet je ook inzetten tegen het islamisme. Ondersteun de oppositie, droog de financiële bronnen op.”

De lezer van uw roman slaat de angst om het hart.

„Dat is precies de bedoeling. Ik wil dat de westerling, die dit allemaal niet weet, bang wordt. Het is een waarschuwing. Voor veel moslims is het de realiteit.”