Moet Catalonië kunst teruggeven aan Spanje?

Kunstrestitutie

Een stadsgezicht van Pissarro hoeft niet terug naar de oorspronkelijke eigenaar, maar een Catalaans museum moet wel fresco’s teruggeven.

Camille Pissarro’s Rue Saint-Honoré, dans l’après-midi (1897) blijft in Spanje. Beeld Wikimedia Commons

Het schilderij heeft ze het leven gered. Lilly Cassirer en haar echtgenoot mochten Duitsland in 1939 verlaten op één voorwaarde: hun Camille Pissarro moesten ze afstaan. Het joodse echtpaar ging akkoord en overleefde de oorlog in Engeland.

De Duitse overheid verkocht het stadsgezicht daarna aan een Duitse particulier. Na de oorlog belandde de Pissarro in Amerika. Daar werd het werk, met een huidige geschatte waarde van boven de dertig miljoen euro, een paar keer verkocht eer het in de collectie van baron Thyssen-Bornemisza (1921 – 2002) belandde. Die schonk de Spaanse overheid in 1993 al zijn kunst, tegenwoordig te zien in museum Thyssen-Bornemisza te Madrid.

De achterkleinkinderen vragen het werk terug, sinds het jaar 2000. Spanje is niet van zins het terug te geven. Op dit moment broedt een zoveelste rechter op een vonnis in de zaak.

Het is niet zo dat Spanje de zaak verjaard acht. Bij kunstrestitutie kijken Spaanse autoriteiten niet op een jaartje meer of minder. Zo heeft een Spaanse rechter onlangs geoordeeld dat fresco’s uit het Nationale Museum van Catalaanse kunst, in Barcelona, terug moeten naar het klooster waar ze in 1936 uit zijn gehaald, in de Spaanse regio Aragón.

Het klooster is gewijd aan de heilige Maria van Sigena. De 120 vierkante meter aan muurschilderingen, de meeste uit de dertiende eeuw, zijn in de eerste weken van de burgeroorlog met kalk en al naar het museum versleept. Daar zijn ze ingemetseld, net als talloze andere fresco’s die oorspronkelijk gemaakt waren voor kerkjes en kloosters in de omgeving.

Voor het museum is het schrikken, dit vonnis, want het zou wel eens een precedent kunnen scheppen waar kunsthistorici al lang op wachten: fresco’s horen op de plaats waar ze geschilderd zijn – al zijn ze daar kwetsbaarder.

Voor het hoger beroep heeft de advocaat van het museum een kenner opgetrommeld die zegt dat de fresco’s zullen lijden als er opnieuw mee gesleept wordt. Dat is een weinig principiële verdediging, maar goed: als het de Spaanse overheid lukt om een werk te behouden dat ooit onmiskenbaar door nazi’s is geroofd, dan is veel mogelijk. Adder onder het gras: het onafhankelijkheidsstreven van Catalanen. Al oordelen Spaanse rechters hier in theorie over Spaans eigendom, in de Spaanse en Catalaanse media is de zaak vanaf het allereerste begin voorgesteld als een strijd tussen het Catalaanse Barcelona en het Spaanse Aragón. Hoofdvraag: moet Catalonië kunst teruggeven aan Spanje? Voorlopig lijkt het daar wel op.