Wereldkampioen met zeldzame dominantie

WK Dammen

Roel Boomstra (23) is de eerste Nederlandse wereldkampioen dammen sinds 1984. Het gebeurde met ongekende dominantie.

Ze wisten het beiden meteen, Roel Boomstra en Jan Groenendijk, toen laatstgenoemde afgelopen maandag in de vergaderzaal van de Eerste Kamer een fout maakte. In het restaurant, voor de gelegenheid omgebouwd tot analysezaal, werd het opeens muisstil. Boomstra liet geen emotie zien, Groenendijk zat onmiddellijk wat nerveuzer met zijn benen te wiebelen achter het dambord.

Het was het moment waarop de wereldtitel de 23-jarige Boomstra eigenlijk niet meer kon ontgaan. Hij had nu de vereiste drie winstpartijen, Groenendijk nog steeds geen, en er waren nog maar vier wedstrijden te spelen. Bijna onmogelijk, dat wisten ze beiden. Na de remise op dinsdag was een remise op donderdag in het Zuiderstrandtheater in Scheveningen genoeg om de eerste wereldkampioen sinds Harm Wiersma in 1984 te worden. Boomstra won zelfs.

Russische dominantie

Boomstra zou eigenlijk niet eens hebben meegedaan aan de titelstrijd, ware het niet dat de negenvoudig wereldkampioen Alexander Georgiev uit Rusland besloot de titelwinst van vorig jaar in Emmen om onduidelijke redenen niet te verdedigen. Dus werd Boomstra als nummer drie doorgeschoven om het tegen de toen zo verrassende Groenendijk op te nemen. Zo werd sowieso de Russische dominantie van de laatste paar decennia – sinds 1984 werd de titel maar één keer niet door een Rus gewonnen – doorbroken.

Boomstra en Groenendijk gelden als de grootste talenten, de hoop zelfs voor de toekomst van de Nederlandse damsport, en daarop werd dan ook vol ingezet. Weg moest dat stoffige imago en dito boegbeelden, de titelstrijd werd een promotietour voor de bond, die er slecht voor staat. Laat het net Boomstra zijn die eigenlijk niets met al die aandacht moet hebben. Zijn secondant (assistent-coach) Wouter Sipma, vertelde eerder deze week dat Boomstra „snapt dat het erbij hoort”, maar dat je die normaal net zo goed in een gymzaal kunt neerzetten. Hoe minder hoe afleiding, hoe beter. En deze wereldtiteltour door het land onderscheidde zich ook door de wat apartere locaties: de universiteit in Groningen– Boomstra studeert daar natuurkunde –, de trouwzaal van het stadhuis in Wageningen – Groenendijk werd in de stad geboren –, en de vergaderzaal van de Eerste Kamer en een glazen huis op het Plein in Den Haag bijvoorbeeld. Boomstra speelde meerdere malen met oordoppen in, omdat hij gevoeliger is voor alles om hem heen dan Groenendijk.

Het leek hem in zijn spel allemaal niet te hinderen. Integendeel. „Op het belangrijkste moment in mijn carrière liet ik mijn beste spel zien”, zegt Boomstra. De vijf jaar die hij ouder is dan Groenendijk en de extra ervaring die daarbij hoort, was volgens hem heel belangrijk. Boomstra draait langer mee aan de wereldtop. Hij won het EK in 2014 en werd twee keer derde op het WK, in 2013 en 2015. Daarnaast werd hij twee keer Nederlands kampioen. Groenendijk werd negende op het EK in 2014 en dwong daarmee deelname aan het WK een jaar later af, waar hij dus verraste met zijn tweede plek. „Daarnaast liet Jan niet zijn beste spel zien”, zegt Boomstra. „Hij maakte veel fouten die hij normaal niet maakt.” In veel partijen die hij won, was het Groenendijk die – vaak onnodig – een grote fout maakte. Die nam veel langer de tijd voor zetten dan Boomstra en leek meerdere keren onder de tijdsdruk te bezwijken.

Weer een rare fout

Donderdag was Boomstra net even van het dambord weg toen Groenendijk weer een „heel rare” fout maakte, zegt hij. „Het leek een remise te worden, en ook dat was al genoeg voor me, ik probeerde alles onder controle te houden. Toen ik het bord zag, dacht ik: ‘wat heeft híj nou gedaan?’ Ik wist meteen dat ik wereldkampioen zou worden.”

Boomstra zegt „ontzettend blij” te zijn met hoe goed hij deze twee weken heeft gespeeld, en weet ook hoe dominant hij was, met vier winstpartijen en de rest remises. „Het is ongekend grote score. Ik heb op het belangrijkste moment van mijn carrière mijn beste spel kunnen laten zien.” Dat hij het is die Georgiev opvolgt als beste van de wereld, is speciaal, zegt hij. „Hij was degene tegen wie ik mezelf altijd afzette.”

Ook mooi, los van zijn persoonlijke succes: dat de titel weer terug is in Nederland, en de aandacht waarvoor dat vooruitzicht zorgde. „De toekomst voor de sport ziet er goed uit.”