Recensie

Hoeveel zangers heb je nodig voor de Hohe Messe van Bach?

Het is dé vraag die Bachkenners verdeelt: moeten Bachs vocale werken met groot koor worden uitgevoerd, of hooguit met licht versterkte solozangers?

De kwestie is weer actueel. Ton Koopman vindt dat Bachs monumentale ‘Hohe Messe’ als zodanig moet worden uitgevoerd: een ambitieus educatieproject van het Koninklijk Conservatorium Den Haag en The Julliard School uit New York leidde hij met demonstratief omvangrijke troepen.

Hoe lastig de akoestiek van de Grote Kerk in Den Haag vrijdag ook was, aan het tempo deed de kwieke Koopman geen concessies. Behendig loodste hij de hardwerkende studenten door de snelle fuga’s, keurig was de golvende articulatie met accenten op de dissonanten. Meer nog dan de zeven zangsolisten imponeerden de instrumentalisten (soloviool!) én het strakke 28-koppige koor: de ‘Hohe Messe’ als stralend koninklijk paleis.

Jos van Veldhoven, die de veteranen van zijn Nederlandse Bachvereniging nu eveneens door de ‘Hohe Messe’ leidt, vindt „twee uur luisteren naar hetzelfde klankbeeld” geen optie. Dus laat hij uit zijn koor van vijftien zangers steeds een solokwintet naar voren treden, en is het aantal violen ten opzichte van Koopmans orkest gehalveerd.

De gehoopte intimiteit werd in TivoliVredenburg Utrecht aanvankelijk te niet gedaan door een traag, statisch Kyrie eleison en soms wat stroef begeleide aria’s. Naarmate men opwarmde won Veldhovens interpretatie aan kracht: door koor en kwintet steeds af te wisselen, leken spannende schaduwen over een heuvellandschap te trekken.

De omstreden vraag kent niet één goed antwoord.