Recensie

Hoe verenigd links mislukte

Hij stelde net het verkiezingsprogramma van de PvdA samen. Wim Meijer moet daarbij wel eens zijn overvallen door een déjà vu, afgaande op deze biografie.

PvdA-politicus Wim Meijer in 1985 tijdens het Rijn-Schelde-Verolme-debat in de Tweede kamer Foto Paul Vreeker/ ANP

Er zijn van die bijeenkomsten die de annalen nooit hadden gehaald als ze niet in memoires waren opgedoken. Zoals de vergadering, in 1978, ten huize van de toenmalige burgemeester van Rotterdam André van der Louw, die nog één keer het idee van een progressieve volkspartij nieuw leven wilde inblazen. Naast Wim Meijer waren ook Erik Jurgens (toen PPR en voorganger van het huidige GroenLinks) en D66-voorman Hans van Mierlo aanwezig. Naar voorbeeld van de Britse Fabian Society wilde Van der Louw, oud-voorman van Nieuw Links en ex-PvdA-partijvoorzitter, een ‘platform voor progressieve mensen’ oprichten. Het bleef bij één avond.

Van Mierlo en Jurgens hadden de bittere ervaring van een eerdere mislukte poging nog vers in het geheugen. In 1972 hadden PvdA, D66 en PPR het gezamenlijke verkiezingsprogramma Keerpunt ’72 opgesteld (motto: ‘Spreiding van kennis, macht en inkomen’). Bij de verkiezingen was de PvdA de grote winnaar, D66 boekte een verlies van vijf zetels. Toch werden vergaande initiatieven gesmeed voor een federatie van de drie partijen, die inmiddels in het kabinet Den Uyl zaten. Maar op het PvdA-partijcongres van 1973, waar Van Mierlo en Jan Terlouw te gast waren, werd dit initiatief gedwarsboomd, omdat D66 veel te rechts zou zijn. ‘Ik zat in de zaal en wist niet wat me overkwam’, zegt Wim Meijer in Tegen de stroom in. ‘Hoe konden mijn partijgenoten zich nu opeens zo kortzichtig, zo egocentrisch opstellen?’

Van Mierlo stapte hierna op als leider van D66. In 1991 schreef hij in een brief aan Meijer nog ‘dat het congres van de PvdA van 1973 me veel meer heeft aangegrepen dan ik dacht dat mogelijk was. Het heeft mij geschokt in mijn geloof.’ Die bijna vergeten episode is weer relevant nu de nieuwe PvdA-leider Lodewijk Asscher met andere linkse partijen het gesprek wil aangaan om de krachten te bundelen.

Uitvoerig vertelt Meijer over de nachtelijke telefoontjes met Den Uyl

Meijer heeft zijn biografie laten optekenen door Margriet van Lith. Deze voormalige politiek verslaggever van het ANP en Radio 1 laat hem zijn verhaal zelf vertellen. Hierdoor is het alsof je grootvader over vroeger vertelt. Soms met details waarbij je denkt ‘schiet nou eens op’ en andere keren met gevoeligheden waar je graag meer van zou willen weten. Pas achteraf besef je het belang van dat verleden.

Meijer (1939) vertelt het verhaal van een boerenzoon die opgroeit in een kleine gemeenschap in Harkstede in Groningen. Via de Sociale Academie belandt hij in het welzijnswerk, eerst als buurtwerker en daarna als directeur van een vormingscentrum in Hengelo. Daar komt hij in de gemeenteraad. Al gauw treedt hij toe tot de Nieuw Links-beweging die in de jaren zestig de PvdA opschudt. Meijer belandt in het partijbestuur, wordt lid van de Tweede Kamer en later staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in het kabinet Den Uyl.

Twijfels

Met de premier bouwt Meijer een nauwe band op. Uitvoerig vertelt hij over de nachtelijke telefoongesprekken, vergaderingen en bezoeken aan Den Uyls bungalow in Buitenveldert. Behalve over diens twijfels, heeft hij het ook over zijn eigen kritiek op Den Uyls (en later Wim Koks) politieke koers.

Na de overwinningsnederlaag van 1977, als de PvdA weer in de oppositie belandt, is hij, deels als (vice)fractievoorzitter een van de leidende figuren. Krachtig schetst Meijer het onvermogen van de PvdA in die periode om in te zien dat de verzorgingsstaat, die sinds de Tweede Wereldoorlog was ontwikkeld, onhoudbaar was. Meijer: ‘Halverwege het kabinet Den Uyl is er een kanteling gekomen, waarna het in Nederland nooit meer zou worden zoals het was’.

Meijer raakte eind jaren tachtig teleurgesteld als lid van een commissie, die onder leiding van Wim Kok een nieuwe partijstrategie moest formuleren. Als auteur had Meijer de discussie in de partij willen aangaan met een confronterend stuk over de noodzakelijke hervorming van de verzorgingsstaat waarin niemand meer verantwoordelijkheid neemt. Nadat Jacques Wallage het stuk had herschreven, was het volgens Meijer een ‘kreuk-, reuk- en smaakloos’ boekje.

Na bijna dertig jaar in de politiek, stapte hij in 1989 op. De partij had toen 52 zetels. Hij was nog vier jaar commissaris van de Koningin in Drenthe voor hij overstapte naar de Rabobank. Daar zag hij als de laatste voorzitter van de Raad van Beheer tot zijn verdriet dat de coöperatiegedachte, die hij goed kende uit zijn jeugd, door commerciële bankiers en toezichthouders naar de achtergrond werd gedreven. Als president-commissaris bij voormalige staatsbedrijven als NS en Nuon werd hij geconfronteerd met de schaduwzijden van privatisering. Met als gevolg dat hij kon verschijnen als getuige tijdens de Fyra-enquête. De verkoop van Nuon aan een buitenlandse partij kon hij niet voorkomen.

Zijn ervaringen hebben sinds kort weer grote politieke relevantie. Tot zijn verrassing is de 76-jarige Meijer het afgelopen jaar teruggekeerd in de politiek. Als voorzitter van de commissie die het verkiezingsprogramma van de PvdA heeft geschreven.