Het eten smaakt voortreffelijk en de wijnen zijn fantastisch

Na de uitreiking van de Michelinsterren deze week werd er in het Amsterdamse diep gezucht. Geen derde ster, La Rive raakte de ster kwijt en veel toonaangevende nieuwkomers, pers- en publiekslievelingen vielen buiten de prijzen. Collega Joël Broekaert in NRC: „Dat blijft een veelgehoord punt van kritiek: Michelin is een ouderwets instituut dat niet met zijn tijd meegaat.” Benelux-hoofdinspecteur Loens verzekert echter dat die restaurants stevig op de Michelin-radar staan. „Amsterdam is de motor van de Nederlandse gastronomie. Die heeft acht jaar gesputterd, maar de motor draait weer. De restaurants zitten weer vol.”

Misschien moeten we Michelin gewoon vergeten en op ons eigen kompas varen. Er zijn dit jaar zoveel goede (en jawel, óók slechte) restaurants die buiten de bandbreedte van Michelin vallen bijgekomen, het is nauwelijks bij te benen. In één jaar tijd deelden we in deze rubriek maar liefst tien keer 4 (van de 5) ballen uit, en ook vandaag is het raak: The Lobby Fizeaustraat, onderdeel van Hotel V in Oost, filiaal van die in de Nes.

In The Lobby, gevestigd in een ogenschijnlijk saai kantoorgebouw in Amsteldorp, gaat het zoals een restaurantgast het zich wenst: je wordt vriendelijk ontvangen, je jas wordt opgehangen, je zit in een prachtzaak op een lekkere stoel, je kunt gewoon praten want de akoestiek is in orde, je wordt kundig maar niet te formeel bediend, je eten smaakt voortreffelijk en je bent niet verbijsterd over wat je afrekent.

En o ja, je drinkt fantastische wijnen, want de wijnkaart bij The Lobby is bovengemiddeld goed én uitgebreid én handig ingedeeld – je ziet in één oogopslag of een fles binnen je budget valt. We starten met een fijn glas witte sauvignon (François Chidaine, 6,30) en het instapmodelletje, een prima Pecorino (5,-), later drinken we een fles lichtgekoelde Beaujolais (Morgon Bellevue Schiste 2015, Daniël Bouland, 38,50).

En wat eten we? De één vier gangen (48,50): voorgerecht runderlende met bloemkoolcouscous, kruidensalade, gerookte hazelnoten en een quenelle van kippenlever. Smaakvol, maar het rund heeft weinig smaak en had net zo weggelaten kunnen worden – zonde. Voor de ander (drie gangen, 38,50) een vleesloos, karaktervol voorgerecht: salade van licht gepekelde spaghettislierten, courgette met een humus van flageolets (bonen), ingelegde citroen en arancini, gefrituurde risottoballetjes. Die laatste worden ook supplì al telefono genoemd en inderdaad, de draden van kaas bereiken de overkant van de tafel.

Als tussengerecht is er Baambrugs buikspek met softshell crab, grapefruit, rillettes van varkenswang en een milde sambal van zwarte bonen, een avontuurlijk droomgerecht door de uitstekende bereiding (romig zacht) van het buikspek en de uitgesproken tegensmaken.

Dan gaan we overstag voor een klassieke kalfsentrecôte, die mooi getrancheerd en goed gegaard is, lekker met kalfsjus en rillettes van kalfswang, Amsterdamse uien en gerookt spek. Geen groot avontuur, maar uiterst aangenaam. Voor de ander is er snoekbaars met een lekker boterige zuurkoolsalade en kruidenkorst van macadamianoten en parmezaanse kaas, paksoi, pommes fondantes en sherrysaus, waarin we eekhoorntjesbrood te proeven. Heerlijk!

De keuken heeft avontuurszin, maar leunt tegelijk op klassieke bereidingen die zich in het verleden volop bewezen. We durven het dan ook best aan af te sluiten met good old griesmeelpudding – ja ja, zonder vel –, in een vriendelijk visje gegoten, lekker fris-citroenig van smaak en met aalbessen en een sorbet van zwarte bessen. Ten slotte wat rijpe kazen van Kef (4,50) en ons hoor je niet klagen.

Amsterdam heeft een kleine 2.000 restaurants, allemaal trouwens prima per fiets of te voet bereikbaar; voor goed en gezellig eten hebben we geen autobanden nodig.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.