Recensie

De minder bekende kanten van Berlijn

Berlijn

Hoe was het om in Berlijn te leven? De Vlaamse schrijver Piet de Moor, die er al jaren woont, doorspekt zijn bewogen geschiedenis van de huidige Duitse hoofdstad met verhalen van Berliners, dagboeken, interviews en nog veel meer.

Bij de ontruiming van de Lenné- driehoek op 1 juli 1988 ‘vluchten’ West-Berlijnse activisten naar de DDR. Foto Ullstein bild / Contributor

De geschiedenis verongelukt er, schrijft Piet de Moor over Berlijn, en staat er, opgelapt, weer op. ‘Het is de plek waar je haar breuken en botten beter kunt zien’ dan op andere plaatsen.

Iedereen die de stad bezoekt kan dat met eigen ogen vaststellen. Zonder veel moeite kun je nog sporen vinden van de nazi-tijd en de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog, van de Duitse deling en het ‘troosteloze beton- en uniformcommunisme van de DDR’, zoals De Moor het uitdrukt in zijn boek Berlijn. Leven in een gespleten stad.

Veel minder makkelijk is het om een gevoel te krijgen hoe het was om in Berlijn te leven – toen die stad het brandpunt was van internationale conflicten, of juist onstuimige economische groei doormaakte, dan wel even een rustige periode beleefde. De Moor (1950) heeft het goede idee gehad zijn geschiedenis van Berlijn te doorspekken met verhalen uit de eerste hand van mensen die erbij waren, die er leefden, de geschiedenis ondergingen of er mede vorm aan gaven.

De Vlaamse journalist en schrijver, die al jaren in Berlijn woont, baseert zich daarbij op een veelheid aan dagboeken, biografieën, krantenartikelen en ook veel interviews die hij gevoerd heeft met schrijvers, activisten, politici en andere Berlijners. Dat levert bijvoorbeeld een mooi hoofdstuk op over de zogenoemde ‘droogwoners’ – armoedzaaiers die in de 19de, begin 20ste eeuw in de snel groeiende stad een tijdje gratis in nieuw gebouwde huurkazernes mochten wonen, omdat de kooldioxide in de lucht die ze uitademden het pleisterwerk sneller deed drogen. Zodra de muren droog waren moesten ze plaats maken voor betalende huurders. ‘Louter mislukkelingen hadden hier als „droogwoners” goedkoop onderdak gevonden: arme kunstenaars, nog armere schrijvers en bankroete kooplieden’, citeert De Moor de schrijver Theodor Fontane (1819-1898), die als 16-jarige introk bij een aan lager wal geraakte oom. ‘De kamer die ik betrok was zo vochtig dat het water er in lange stromen van de muren gutste.’

Stad tussen oost en west

Dat Berlijn altijd al een tussen oost en west gedeelde stad was, en niet pas sinds de Koude Oorlog, illustreert De Moor met de memoires van Sebastian Haffner (1907-1999). Die vertelt wat een schok het voor hem was, toen hij in 1924 met zijn ouders verhuisde van het toen proletarische Prenzlauer Berg, in het oosten, naar het residentiële Steglitz, in het westen. Voor Haffner was het ‘een grotere breuk dan zijn emigratie uit nazi-Duitsland in 1938’.

De grote historische stormen waarvan Berlijn in de 20ste eeuw het middelpunt was, staan centraal in het boek. Maar steeds weet De Moor de bekende verhalen te verrijken vanuit minder bekende invalshoeken.

Over de eerste jaren van de geallieerde bezetting beschrijft hij hoe de Britten de sprookjes van de gebroeders Grimm op scholen wilden verbieden. Die soms wrede verhalen zouden de Duitse jeugd rijp hebben gemaakt voor de misdaden van het nazisme. Duitsland had, in de woorden van een Britse majoor, door de populariteit van de sprookjes honderdduizenden mannen en vrouwen voortgebracht ‘die op elk moment klaar stonden om zich als Frankensteinmonsters te gedragen en zonder de minste wroeging de rol van beul op zich te nemen’.

Voor de bouw van de Berlijnse Muur, in 1961, citeert De Moor uitgebreid het boek van een Sovjet-diplomaat, Joeli Kvitsinski, die destijds als eerste tolk van de ambassadeur overal met zijn neus bovenop stond. ‘Wij in Berlijn zouden de Muur niet gebouwd hebben als de Amerikanen zich ertegen verzet hadden’, beweert hij. ‘Berlijn was ons veel waard, maar geen nucleaire oorlog.’ Toen de Muur verrees ‘zweeg Washington als het graf, zelfs uit Bonn kwam geen protest.’ Alleen de toenmalige burgemeester van Berlijn, Willy Brandt, was in alle staten. ‘We lachten erom.’

Curieus verhaal

Een curieus Berlijns verhaal in de marge van de wereldgeschiedenis, met smaak door De Moor verteld, is de kwestie van de zogeheten Lenné-driehoek. Dat stukje land, in de vorm van een gelijkbenige driehoek, hoorde bij het Oost-Duitse grondgebied. Maar bij de bouw van de Muur had de DDR besloten de grenslijn hier recht te trekken, waardoor de driehoek aan de westkant van de Muur kwam te liggen. Het bleef echter wel Oost-Duits grondgebied, waarover de West-Duitse politie niets te zeggen had. Om aan die toestand een eind te maken, waren West- en Oost-Berlijn het eens geworden de driehoek op 1 juli 1988 te ruilen voor enkele West-Berlijnse stukjes land. West-Berlijn zou dan een grote weg door de driehoek kunnen aanleggen. Maar enkele weken voor het tot de uitruil kwam, werd het terrein bezet door jonge West-Berlijnse milieuactivisten, punks en autonomen, die de weg wilden verhinderen. Ze legden er moestuintjes aan, plantten er hennep en stichtten een ‘vrije republiek’. De West-Berlijnse politie mocht niet ingrijpen, het was immers formeel nog DDR-territorium.

Toen het op 1 juli eindelijk tot ontruiming mocht komen, en ook kwam, haalden de bezetters een stunt uit: met ladders klommen ze over de Muur, ‘de eerste en laatste ‘massavlucht’ van West- naar Oost-Berlijn’, schrijft De Moor droog. De DDR-grenspolitie haalde de bezetters met vrachtwagens op, gaf ze een ontbijt, en leverde ze weer af bij het grensstation Friedrichstrasse. Een propaganda-coup voor de linkse actievoerders én voor de DDR. Maar een dik jaar later viel de Muur.

Mooi zijn de citaten van politici, niet de minsten, die dat totaal niet zagen aankomen en discussies over een Duitse eenwording nog enkele weken voor de val van de Muur afdeden als ‘kletspraat’. Daartegenover stelt De Moor de in 1968 in de DDR geboren politica en activiste Anke Domscheit-Berg. De val van de Muur beschouwt zij als haar grootste levensles: niets hoeft zo te blijven als het is, hoe vastgeroest een situatie er ook uitziet.