‘Dirigeren maakt iets los, er gaat iets in je stromen’

Jac van Steen (60) leidt talloze orkesten, maar in Nederland is de dirigent zelden te beluisteren. Een gesprek over orkesten, jong talent en IJslandse paarden.

Krijg je dirigent Jac van Steen te spreken als hij thuis is in het Brabantse Esbeek, dan is de kans groot dat hij bezig is met één van zijn IJslandse paarden. Met het schoonmaken van de stal bij voorbeeld – iets wat niet moet maar mag, zoals hij zijn twee nu volwassen zonen leerde. Beiden zijn filosoof geworden. Of met het rijden door het Brabantse landschap. Waarbij moet worden opgemerkt dat IJslandse paarden kunnen “tölten”, een voor de ruiter zeer comfortabele pas. „Als zestiende noten”, zegt Van Steen - en zijn vingers trommelen liefdevol het ritme en de wijze van stappen voor.

Maar meestal is Van Steen niet thuis. Na vijftien ‘tropenjaren’ als chef-dirigent van orkesten in Dortmund en Cardiff reist hij rond als freelancer en onderhoudt als vaste gastdirigent voor drie à vier weken per seizoen vastere verbintenissen met orkesten in Praag en Noord-Ierland.

Thuis zijn is iets voor één, twee dagen per twee weken, een maand in de zomer en een week met Kerst. „Maar ik reis graag”, zegt hij, met mild Brabantse tongval. „Dan bestudeer ik partituren, of ik lees romans. Als ik thuis ben, ben ik óók gelukkig. Maar dirigeren maakt onmiskenbaar iets los, er gaat iets in je stromen.”

Deze week is Jac van Steen in Nederland. Samen met collega-dirigenten Ed Spanjaard en Kenneth Montgomery is hij de drijvende kracht achter een opleiding waarvan menigeen het bestaan niet weet: de nationale master orkestdirectie aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Jaarlijks worden er maar twee studenten toegelaten. „Meer kan ook niet”, zegt Van Steen nuchter.

De jonge dirigenten – dit jaar Ryan Bancroft (VS) en Leonordo Sini (Italië) – worden in oude stijl geschoold. Eén op één, meester en gezel. Als Van Steen naar Belfast reist, reist een van „de jongens” mee. Tijdens de repetities nemen ze soms een kwartiertje het stokje over, of ze mogen zelf een familieconcert leiden. Dirigeren is een praktijkvak: vlieguren maken is wat telt. „Gelukkig zijn ze ook bij het Concertgebouw heel open, onze studenten mogen daar eindeloos bij repetities zitten. Maar uiteindelijk moeten ze het zelf waarmaken. Wat we bieden is een opleiding, geen carrièretraject.”

Elitair wereldje

In 2014 wekte Van Steen enig opzien met een interview waarin hij het Nederlands orkestbestel zeer kritisch op de schop nam. Nieuwe chef-dirigenten ? Die vond hij doorgaans wel érg jong. Repertoirekeus van de orkesten? „Eenheidsworst.”

„Maar ik ben nu minder negatief dan tweeënhalf jaar geleden”, zegt hij. „Door de bezuinigingsslag van 2011 raakten orkesten in een behoudende stuip. Dat is voorbij. Orkesten zijn heel creatief bezig zich te herpakken. Zie de philharmonie zuidnederland: die musici reizen zich blind, maar ze spelen erg goed. Ook de pas benoemde chefs vind ik goed. Nicholas Collon is met zijn originele ideeën een slimme keus voor het Residentie Orkest, waar de nieuwe zaal óók een boost zal geven. En het Orkest van het Oosten krijgt het niet makkelijk nu de samenwerking met het Gelders Orkest vorm moet krijgen. Maar als één chef dat proces in goede banen kan leiden, dan is het Ed Spanjaard.”

Natuurlijk, zegt hij, denkt hij nog wel steeds veel na over de toekomst van de klassieke muziek. „Mijn eigen zoons spreken me er voortdurend op aan. Is de klassieke muziek niet een te klein, elitair wereldje geworden? Zijn we niet te krampachtig bezig iets te behouden? Hoe zorg je ervoor dat nieuwe mensen ook naar klassieke concerten gaan? Want waar doe je het anders allemaal voor? Maar ik weet precies waarvoor ik het doe. Voor de muziek. Als je díe maar op een echt goede manier voor het voetlicht brengt, verlies je de zijden lijn naar het publiek niet.”

Hypergetalenteerd

Deze week leidt Jac van Steen het symfonieorkest van het Koninklijk Conservatorium. „Allemaal kinderen van begin twintig die vaak nog weinig ervaring hebben in orkestspel. Dat vind ik leuk, je kunt echt iets opbouwen in zo’n repetitieweek. De beste spelers tref je een paar jaar later vanzelf in een van de professionele orkesten.”

Van Steen is nuchter over opleiden en de toekomst en status van de Nederlandse conservatoria. Dat zich maar weinig Nederlands directietalent meldt, dat steekt hem wél. „Wat verklaart dat? En wat doe je eraan?” Op het conservatorium is nu een voortraject gestart, waarbij vier middelbare scholieren van de jong talentopleiding worden warm gemaakt voor het dirigeren. „Dat is leuk en veelbelovend”, zegt hij. „Mensen reageren soms kritisch op dat initiatief: die kinderen hebben al school én ze spelen een instrument op hoog niveau. Moet dit er dan nog bij? Maar het zijn hypergetalenteerde kinderen met een enorme passie voor muziek die het gymnasium er vaak zo’n beetje bij doen. En wat is er fijner dan door passie geleid te worden?”

Voor hemzelf geldt dat óók: „Niks mooiers dan met je ervaring en kennis iets te kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van jong talent. Je wordt er zelf trouwens ook beter van. Moeten verwoorden waarom je doet wat je doet, is een vorm van intellectuele zelfhygiëne.”

Volgende week reist hij Wenen, om aan de Volksopera de zelden uitgevoerde opera Das Wunder der Heliane van Korngold voor te bereiden. „Daar verheug ik me op. En verder kijk ik niet. Een nieuw chef-schap zou ik wel weer leuk vinden. Meer werken in Nederland óók. Maar als het niet gebeurt, is het ook goed. Goede orkesten te over.”

Symfonieorkest van het KonCon olv. Jac van Steen met werken van Sibelius: 16/12, 12.30 (TivoliVredenburg, Utrecht, gratis) en 18/12, 20.15 uur (De Doelen R’dam)