Bedrijven willen aandacht voor noeste arbeid op zee

Maritiem Museum

Nederlandse offshore-sector manifesteert zich met de Offshore Experience. „Sentiment speelt hier ook mee, vanwege de binding met Rotterdam”.

Hesjes aan, helmen op en zelf doen: ondernemingen willen jonge mensen enthousiast maken voor het werken op zee. Foto Marco de Swart

De expositie Offshore Experience in het Rotterdamse Maritiem Museum, die zaterdag opengaat voor het publiek, bevat veel schaalmodellen van schepen van Nederlandse offshore-bedrijven. Hun naam staan prominent op de modellen: Huisman, Heerema, Bluewater.

Heeft het museum overwogen om die namen te verwijderen? Geen moment, zegt directeur Frits Loomeijer terwijl we door de expositie lopen. „Die namen horen erbij. Ik zag in Amerika een expositie waar ze alles hadden ‘geneutraliseerd’, alle bedrijfsnamen weggehaald. Maar dan staan de sponsors wel supergroot vermeld bij het begin van de tentoonstelling. Dat vind ik hypociete onzin.”

Offshore Experience kwam tot stand in nauwe samenwerking met de offshore-industrie, een sterke maar relatief onbekende sector van de Nederlandse economie. Het gaat om activiteiten op zee, meestal ten behoeve van energiewinning: gas en olie, en steeds vaker wind. Transporteren en plaatsen van platforms en windmolens, pijpleidingen leggen, boren, baggeren. De sector is weinig ‘aaibaar’ door de associatie met vervuiling, en weinig zichtbaar omdat de Nederlandse bedrijven wereldwijd opereren.

De bedrijven waren snel enthousiast toen het idee zes jaar geleden ontstond, zegt Loomeijer. „Vanouds is er een scheiding tussen maritiem en offshore. Wij hadden geen expertise over offshore in huis. Wereldwijd zijn er maar twee exposities over de sector, in Stavanger en bij Houston. Dat vonden we vreemd en onterecht. Bedrijven wilden graag meewerken aan meer bekendheid voor hun werk.”

Baggermaatschappij Van Oord meldde zich als eerste sponsor, tien andere bedrijven volgden als ‘founding fathers’. Het zijn vooral toeleveranciers en facilitaire bedrijven. Oranje-Nassau Energie is de enige oliemaatschappij op de lijst met 45 financierende bedrijven. Ook al wordt de expositie vrijdag geopend door Shell-topvrouw Marjan van Loon, Shell betaalt niet mee. Loomeijer: „Die beursgenoteerde bedrijven hebben minder met het sentiment dat hier ook een rol speelt. Familiebedrijven, vaak met een binding met Rotterdam, zijn daar gevoeliger voor.”

Offhore Experience is meer dan een expositie, een deel van het museum is ervoor verbouwd. De looptijd is zeven jaar. Bezoekers beginnen met een uitleg over energie en de olieprijs, en krijgen daarna veiligheidsinstructies, helm en hesje. Op het platform boven waait de wind en is zee rondom zichtbaar. Daar zijn scheepsmodellen met informatiefilmpjes en spelletjes:haal een helikopter binnen, plaats een windmolen. Met de lift daalt de bezoeker daarna af naar de zeebodem, en eindigt in een kleedruimte waar scholieren en wetenschappers hun ideeën voor energiewinning in de toekomst presenteren. De officiële leeftijd is 8 plus, maar de ideale leeftijd is waarschijnlijk rond de 12 jaar. En ouder.

De totale kosten van 4,5 miljoen euro zijn betaald door het museum zelf, sponsors en fondsen. De BankGiroLoterij droeg zes ton bij. Het museum vroeg bedrijven om hun verhalen, hun spullen en hun geld. Loomeijer: „In die volgorde.” Dat hun objecten deel gaan uitmaken van de museumcollectie was een van de argumenten voor bedrijven om mee te doen. Loomeijer: „Ze zien geen commercieel belang. Ze willen aandacht, ook om jonge mensen enthousiast te maken voor werk op zee.” Er is intensief contact met scholen, soms zal de expositie fungeren als leslokaal.

Dat het bedrijfsleven ook inhoudelijk betrokken is, vindt Loomeijer logisch. „Het is not done in de museumwereld, in die zin is dit een gamechanger. Het past echter in onze traditie. Het museum is in 1874 opgericht door reders en scheepsbouwers. Het was niet historisch gericht, ze wilden hun werk laten zien. Dat doen we nog steeds: wij vertellen verhalen over de maritieme industrie. We gaan dus eigenlijk terug naar onze wortels.”