‘Als je hier bouwt bega je doodzonde’

Woningbouw

De gemeente wil in tien jaar tijd 60.000 woningen bouwen. Maar die moeten wel ergens komen. In Noord vrezen bewoners dat een grote groene zone eraan gaat.

Het Noord-Hollandsch Kanaal. Op tal van plekken in Amsterdam-Noord wordt gebouwd of gaat nog gebouwd worden. Foto Jordy Rietbroek

„Het is wonderlijk stil hier”, zegt Bas Kok, een van de initiatiefnemers om het groen in Amsterdam-Noord te bewaren. We staan aan de zuidoever van Noord, in de oude Volewijck, vlak bij de aanlegsteiger van de Buiksloterwegpont. Aan de overzijde van het IJ ligt het Centraal Station, een van de drukste plaatsen van de stad. „Vroeger was Noord de flaneerplek van de Amsterdamse beau monde, zelfs overwoog men er het Koninklijk Paleis neer te zetten. Dit vergeten stuk Amsterdam verandert nu in een gedroomde bouwlocatie. De gemeente moet binnen tien jaar 60.000 woningen bouwen. En Noord staat hoog op de agenda.”

De zone langs het Noord-Hollandsch Kanaal, die loopt vanaf de pont Buiksloterweg in noordwaartse richting, functioneert als de poort tot Waterland. Als de bouwdrang zich zo voortzet, dan verliest deze groene zone vanaf Waterland tot aan het IJ al het groen. Dat is althans de vrees van tal van huidige bewoners, betrokkenen en stedebouwkundigen.

Kok is bezig een stichting op te richten: ‘Tolhuistuin Sixhaven GroenBlauw’, waarbij groen het landelijk karakter benadrukt en blauw het maritieme. Omdat de gemeente ambitieuze bouwplannen heeft in de Kanaalzone heeft het behoud van groen prioriteit. Op de Noordelijke IJ-oever zijn 8.500 woningen voorzien; 2.500 in het centrale deel en 5.900 op de flanken. Dit is vastgelegd in Koers 2025. In januari presenteert de gemeente nieuwe plannen.

Neem alleen al de Noord/Zuidlijn: nu is in Noord alleen Station Noorderpark gebouwd, bij de A10. Er zijn inmiddels echter ook verregaande plannen tot aanleg van Station Sixhaven, bij het IJ. Dat was daar oorspronkelijk al gepland, maar werd door bezuinigingen later weer geschrapt. Kok vreest dat de grondprijs stijgt en dat gebouwd gaat worden om het station rendabel te maken.

Kok vindt steun van architect en voormalig Rijksbouwmeester Tjeerd Dijkstra, die de ontwikkelingen van de IJ-oever en met name de zuidelijke oever architectonisch heeft begeleid. „Het Noord-Hollandsch Kanaal is een van de groene zones van de stad. Waterland is rechtstreeks verbonden met de binnenstad, dat is nergens anders zo sterk te vinden”, zegt Dijkstra. „Het kanaal is een schitterend gezichtsbepalend structuurelement dat de geschiedenis van Amsterdam weerspiegelt. De Willemsluizen, het kanaal zelf en de Sixhaven verdienen grote aandacht – je kan daar niet in een achternamiddag over besluiten. Je moet hier de allerbeste internationale ontwerpers voor uitnodigen, zoals bij Parc de la Vilette in Parijs.” Tegenover het drukste deel van de binnenstad moet dit een groene oase vormen, zeg hij. „Met flaneermogelijkheden, horeca en misschien een klein theater, liefst per pont bereikbaar vanaf het Centraal Station. Ponten houd ik graag in ere.”

De 19de-eeuwse Kanaalzone is smal, vervolgt Dijkstra. „Het is dansen op de vierkante millimeter. Als je hier huizen bouwt bega je een doodzonde. Het is mijn stellige overtuiging dat hoe meer een stad zich verdicht, zoals Amsterdam, hoe belangrijker het overblijvende groen is. Dat geldt zeker voor het Tolhuispark. Als Noord straks vol gebouwd zou worden met huizen zonder aandacht voor groen, dan verliest het zijn identiteit.”

Een woordvoerder van wethouder Laurens Ivens (Bouwen) laat in een schriftelijke reactie weten dat de Kanaalzone groen blijft. „De Groene Scheg is deels hoofdgroenstructuur (park en langs delen van het NH Kanaal), maar voor een deel ook niet (b.v. sportvelden Elzenhagen, of delen van de omgeving Van Hasseltknoop en Sixhaven). Eventueel afwijken van de hoofdgroenstructuur vraagt altijd een besluit van de gemeenteraad.” Ook stelt zij dat de kans dat Amsterdamse bouw naar Waterland uitbreidt „niet aanwezig” is. Integendeel, dit wordt „zeer ongewenst” gevonden. „Ingezet wordt op het zo optimaal mogelijk vinden van groeiruimte binnen bestaand stedelijk gebied.” Wat Sixhaven betreft „moet nader onderzocht worden of en hoe ontwikkeling wenselijk is, met mogelijk woningbouw”.