Opinie

Willen we meer of minder beschaving?

Zolang Wilders nog onder de rechter is, bijten politici op hun tong uit respect voor de trias politica. Maar „kan niet meer zwijgen”.

Gert-Jan Segers, fractievoorzitter ChristenUnie. Foto ANP / Sander Koning

Regelmatig vroegen journalisten wat ik van de rechtszaak tegen Wilders vond. Steeds beet ik op mijn tong. Ik liet me niet inhoudelijk uit over een zaak die nog onder de rechter lag. Politici moeten daarin zeer terughoudend zijn. Ongemakkelijk, maar zuiver. Omdat politici wel wetten maken, maar rechters zonder politieke bemoeienis recht moeten kunnen spreken op basis van die wetten. En dus houd ik me verre van een oordeel over de strafbaarheid van de ‘minder-Marokkanen’-uitlatingen, die ik als persoon overigens wel verwerpelijk vind. Toch kan ik niet zwijgen.

Nog steeds zal ik niet oordelen over de inhoud van de rechtszaak, lever ik geen commentaar op de uitspraak. De frontale politieke aanval van Geert Wilders richting zijn rechters ná de uitspraak van vrijdag, herinnerde me echter aan een periode in mijn leven, die maakt dat ik dáár nu wel op móet reageren. Juist vanwege de scheiding van de machten.

Primitieve impulsen

Ik woonde zeven jaar in Egypte. Ik zag daar wat het betekent om in een islamitisch land te wonen waar het recht je niet beschermt als je christen of atheïst bent. Met juridische willekeur en een gebrekkige scheiding van machten. Of de ‘seculiere’ Mubarak nu aan de macht was, de ‘islamistische’ Morsi of de ‘militaire’ generaal Sisi: in Egypte praten de meeste rechters de machthebbers naar de mond. Ik zag hoe politieke tegenstanders met fakeprocessen uitgeschakeld werden. Ik heb meegemaakt hoe de kerk die ik in Egypte regelmatig bezocht, onterecht werd beschuldigd van fouten met een vergunning en een onbetaalbare boete opgelegd kreeg. Ik zag met lede ogen aan hoe een Nigeriaanse vriend jarenlang achter de tralies verdween, omdat hij deel uitmaakte van een groep die ‘en masse’, zonder deugdelijk bewijs en zonder verweer van advocaten, veroordeeld werd. Ik weet hoe een land eruitziet waar politici de rechtspraak het politieke domein intrekken. It ain’t pretty.

Mijn kinderen gun ik een ander land. Daarom ben ik dankbaar voor de rechtsstaat in Nederland. Voor de scheiding tussen politiek en de rechterlijke macht. Als het gaat over de toegankelijkheid tot de rechter en de vraag in hoeverre rechtspraak vrij is van discriminatie, corruptie en politieke invloed, staat Nederland zelfs op plek 1 van de wereldwijde Rule of Law Index. Wij wonen in een land waarin mijn kinderen kunnen vertrouwen op de rechtspraak. We weten soms niet half hoe bijzonder dat is. Onze rechtsstaat is een overwinning op onze primitieve impulsen. Zonder beschaving leggen we onze conflicten niet langer aan rechters voor, maar nemen we het recht in eigen hand. Bij een gebrek aan beschaving zijn rechters niet onafhankelijk, maar worden ze politiek aangestuurd. Bij een gebrek aan beschaving aanvaarden we vonnissen niet, maar worden rechters verdacht gemaakt. De beschaving die we nu hebben, staat of valt met respect voor rechters, met het aanvaarden van hun oordeel. Precies die beschaving is Wilders aan het aantasten.

Een politieke aanval

Hij probeerde de rechters voortdurend in zijn politieke strijd te betrekken, noemde zijn proces „oneerlijk” en zei dat „het vonnis al klaar lijkt te liggen”. Hij noemde de rechters „PVV-hatend” en publiceerde daarbij een afbeelding van hen. Hij viel een van hen aan vanwege partijdigheid, ook na afwijzing van een onafhankelijk beoordeeld wrakingsverzoek. Het OM noemde hij „kwaadaardig” en „vals”. Officieren van justitie „handlangers van dit kabinet”. En na zijn uitspraak sprak hij de rechters bezwerend toe: „De waarheid en de vrijheid zijn gelukkig veel sterker dan u. En ik ook.”

Ik ben bezorgd over een land waarin politici menen sterker te zijn dan rechters, omdat ik in zo’n land heb gewoond. Een land waarin vertrouwen en recht ontbreken. Waarin niet iedereen op gelijke wijze meetelt. Waarin politici zichzelf boven de wet plaatsen. Dat nooit. Een politieke discussie over de inhoud van de wet en de gewenste mate van vrijheid van meningsuiting? Prima. Een debat over misstanden in islamitische landen? Graag! Maar een politieke aanval op onze onafhankelijke rechters is funest. Het oordeel over Wilders’ „minder, minder” laat ik geheel over aan de rechter. Maar de verdediging van onze rechtsstaat komt wel aan op politici. En op kiezers. In dat licht is de vraag die op 15 maart voorligt glashelder: willen we meer of minder beschaving?