Commentaar

Tot vuurwerkvrij Nederland hoeft het nog niet te komen

Het college van B&W van Hilversum mag vuurwerk afsteken beperken tot speciale zones, zo oordeelde de Raad van State deze week. De bezwaren van onder meer een handelaar, wogen niet zwaar genoeg. Daarmee is het startsein gegeven voor het volgende jaarlijkse, rituele debat over tradities in Nederland. Alleen gaat dit ook over overlast, milieuhinder en gezondheidsschade. In die zin is het vuurwerkdebat minder cultureel beladen dan ‘Zwarte Piet’, waarin cultuur, identiteit en racisme dominant waren. Anderzijds staat hier meer op het spel – wat zijn minder brandwonden, amputaties, beschadigde ogen en oren waard?

Toch mag ook consumentenvuurwerk als thema niet worden onderschat. Vorig jaar werd dit fenomeen toegevoegd aan de ‘nationale inventaris’ van het culturele erfgoed. En dus behorend tot de tradities en rituelen die de Nederlanders binden. Of zoals de betreffende overheidswebsite het verwoordt: wat mensen bezighoudt, verbindt, verwondert en hun een plaats geeft tussen verleden en toekomst. Tegelijkertijd werden overigens de Indische rijsttafel, Duindorp Vreugdevuur, Ouwe Sunderklaas en Meierblis op Texel, het Limburgse stroopkoken en de Brielse Maskerade aan de lijst toegevoegd. Bij cultureel erfgoed hoeft het dus niet noodzakelijkerwijs om landelijk beleefd massagedrag te gaan.

De strijd ertegen wordt aangevoerd door lokale GroenLinks-fracties die vuurwerk liefst alleen door professionals collectief afgestoken zien worden. Met als bondgenoot artsenorganisaties die rotje en vuurpijl niet vinden opwegen tegen de honderden verwondingen. Het illegale zware vuurwerk vormt intussen jaarlijks een groter probleem; internet verlaagt de drempel voor de aanschaf en biedt tegelijk een podium om de sensatie te delen.

De abolitionisten hebben dan ook de wind in de rug. De afsteektijden zijn teruggebracht naar 18.00 tot 02.00 uur. Het zogeheten dagstoken is beëindigd. Op een totaal van 390 gemeenten hebben er zo’n 55 vuurwerkvrije zones – dus nog altijd een kleine minderheid. En die zones zijn meestal beperkt tot de omgeving van verzorgingshuizen, winkelcentra en dierenparken. De gemeente Korendijk (Hoekse Waard) liet de NOS overigens weten de vuurwerkvrije zone bij een lokaal verpleeghuis weer in te trekken omdat de bewoners de gezelligheid ervan misten. Ook dat zegt iets.

De burgemeester van Hilversum ziet zijn hele gemeente in de toekomst echter als vuurwerkvrije zone. Zover hoeft het niet te komen. Verdere regulering en beperking van consumentenvuurwerk zijn wel nodig – maar dan kan vuurwerk voor de consument veilig, hanteerbaar en binnen zekere milieunormen worden behouden.