Column

Snot

Omdat ik mijn bestaan doorgaans vier sterren geef, wil ik graag alles bewaren. Daarom houd ik sinds een aantal jaren naast een dagboek ook een geurlogboek bij. Dat laatste klinkt op het eerste gehoor misschien iets spectaculairder dan het is: ik verander simpelweg iedere maand van parfum en houd kleine stukjes stof met daarop lichaamsgeur van vrienden en familie in luchtdichte glazen buisjes, zodat, mochten ze er niet meer zijn, ik naast foto’s en anekdotes nog iets heb om me hen te herinneren. Niet dat ik momenteel dementeer (althans, niet dat ik weet, geheel zeker ben je daar natuurlijk nooit van), maar ik merk dat met het verouderen mijn geheugen een vlindernet met steeds grotere mazen wordt. En zo snuif ik tegen de jaarwisseling de parfums op die ik de daaraan voorafgaande twaalf maanden droeg om een extra dimensie aan mijn jaar in Facebookvogelvlucht toe te voegen. Mijn neus is een geweldige (en ook nog eens organische!) teletijdmachine. Dat wil zeggen: zolang ze het doet.

Want ik ben nu al twee weken zwaar verkouden. Mijn reukorgaan is momenteel even nuttig als een blinde darm. Ik leef dankzij die verkoudheid in een geurloze wereld, en daardoor blijven er herinneringskansen liggen. Oké, het heeft zijn voordelen.

Door de verkoudheid is mijn smaakzin eveneens invalide waardoor ik nu dingen kan eten die normaliter ik echt smerig vind maar die wel goed zijn voor mijn welzijn want variatie. Dus vreet ik in dit soort tijden net zolang tuinbonen en doerians tot er een maagverlamming optreedt. De dagen die me niet geheel bijblijven zijn zo tenminste nog goed voor mijn gezondheid.

Desondanks betreurde ik de beperkte geheugenopslag die de verkoudheid met zich meebrengt, en klaagde er gisternacht over tegen een geliefde. Hij reageerde verbaasd en vond dat ik de afgelopen weken juist zo ontzettend vrolijk was. Dat zette me aan het denken: vaak zit ik rond deze tijd allang onder de lichtlamp en aan de sint-jansthee, maar inderdaad, mijn humeur is de laatste weken niet te slopen. Dat kan door die extra tuinbonen komen maar wellicht eerder door de beperkte opslagruimte in mijn hoofd. Ik besefte dat ik door dat snotoverschot veel meer in het hier en nu zit dan normaal en realiseerde me bovendien dat niet-herinneren me dus blij maakt. Er ontstaan weliswaar geen goede herinneringen, maar ook geen slechte. De voorkant van mijn gezicht is verdoofd maar met de binnenkant gaat het fantastisch. Opeens voelde ik me thuis in de vergetelput die december tot dusver is, en koester ik nu de dagen die me weliswaar niet bijblijven, maar waarin ik ook niet de hele tijd wordt lastiggevallen door het verleden. Die verkoudheid mag nog wel even aanhouden. Laat ik nog maar een paar deurknoppen aflikken.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen