Schandaal: concertzaal is 700 mln euro te duur

Bouwschandaal

De kosten van de concertzaal in Hamburg belopen 866 miljoen, bijna 700 miljoen meer dan begroot. De bouw liep zes jaar uit.

Foto Christian Charisius/dpa via AP

Wie heeft het nog over een schandaal, nu de hele wereld stil van bewondering kijkt naar het bijzondere gebouw dat in Hamburg is verrezen? Maar een schandaal was het, de bouw van de nu alom bejubelde Elbphilharmonie. Met zijn reusachtige kostenoverschrijdingen, hardnekkige ruzies tussen stad, bouwers en architecten, en steeds nieuwe uitstel van de oplevering.

Het project werd jarenlang in één adem genoemd met dat andere grote Duitse bouwdrama: het nieuwe Berlijnse vliegveld dat in 2012 had zullen opengaan en dat nog altijd niet af is. Maar de vergelijking klopt niet meer, nu het bouwwerk in Hamburg met ruim zes jaar vertraging eindelijk voltooid is en de concertzaal in januari echt in gebruik genomen zal worden.

In september heeft het NDR Elbphilharmonie Orkest er al in het geheim zijn eerste repetitie gehouden en de akoestiek getest, waarvoor de befaamde Japanse akoesticus Yasuhisa Toyota verantwoordelijk is. Na afloop riep een opgeluchte dirigent Thomas Hengelbrock: „Prima, Herr Toyota, we nemen hem!”

Leergeld

En de kostenoverschrijding van bijna 700 miljoen euro? Die zullen de burgers van Hamburg, of ze het nu leuk vinden of niet, maar als leergeld moeten afboeken, schreef het Hamburger Abendblatt in een commentaar.

Foto John Macdougall / AFP

Maar veel leergeld is het wel. Ook omdat de lessen die uit het slepende bouwproces getrokken kunnen worden niet heel verrassend zijn voor wie naar grote projecten elders in de wereld kijkt: politici zijn er meestal niet voor toegerust om zulke enorme bouwprojecten te begeleiden, kostenramingen zijn weinig waard zolang de bouwplannen niet af zijn, en hoge verwachtingen van publiek-private samenwerking kunnen makkelijk tot grote teleurstellingen leiden.

Maar nu Hamburg het gezichtsbepalende gebouw heeft waar het om begonnen was, is er iets geks gebeurd. De hanzestad, waar zuinigheid en nuchterheid van oudsher hoog in het vaandel staan, is niet alleen trots op ‘Elphi’ – zoals de lichtvoetige bijnaam van het enorme bouwwerk luidt. Het is alsof juist de volstrekt uit de hand gelopen kosten ervan, en de lijdensweg naar de voltooiing, in de ogen van de Hamburgers extra allure aan het gebouw verlenen. Oud-bondskanselier Helmut Schmidt (1918-2015) mopperde over de ‘nouveau-riche-stijl’ van het ontwerp en noemde het, erger nog voor de hanzestad, ‘unhanseatisch’.
Maar nu de muziek op 11 januari 2017 eindelijk kan gaan klinken, zijn de klaagzangen verstomd.

Foto John Macdougall / AFP

Oud-burgemeester Ole von Beust (CDU), onder wiens bewind (2001-2010) het bouwbesluit is gevallen en de problemen zich bleven opstapelen, wil nu wel toegeven dat het „misschien een fout was dat we in de euforie van 2004, 2006, het project niet goed doorgerekend en gepland hebben”. Maar het besluit om een muziekzaal te bouwen was moedig en goed, benadrukte hij onlangs. Jaren geleden heeft hij zich al voor een parlementaire onderzoekscommissie moeten rechtvaardigen voor wat er is misgegaan. Justitie is in 2015 zelfs een strafrechtelijk onderzoek wegens misleiding en bedrog tegen hem begonnen – dat na twee jaar zonder aanklacht werd gesloten.

Luxe-appartementen

Oorspronkelijk was het idee dat het hotel, de restaurants, de luxe-appartementen en de parkeergarage in het gebouw zoveel zouden opleveren, dat de kosten voor Hamburg bescheiden zouden zijn. Bij de eerste haalbaarheidsstudie werd het bedrag nog geraamd op 77 miljoen euro. Uiteindelijk bleek de rekening voor Hamburg tien keer zo hoog uit te pakken. De totale kosten belopen nu 866 miljoen, waarmee Elphi op een twaalfde plaats staat op de lijst van duurste gebouwen ter wereld, aldus het Handelsblatt.

Foto John Macdougall / AFP

Natuurlijk, er waren voor dat geld ook andere bestemmingen te bedenken geweest. Maar nu kan de havenstad zich erop voor laten staan, bijvoorbeeld tegenover München en Berlijn, dat ze met dit staaltje architectuur van wereldklasse een internationale culturele uitstraling heeft, dat de Elbphilharmonie thuishoort in de categorie Eiffeltoren, Opera van Sydney en Guggenheim in Bilbao. Het enthousiasme bij de bevolking is groot, voor het eerste halfjaar is al 80 procent van de concertkaartjes verkocht.

En elders in Duitsland deelt men in de euforie. De Süddeutsche Zeitung uit München besloot een juichende bespreking van het „culturele baken” tandenknarsend met de opmerking dat muziekliefhebbers uit München die komen kijken, gemakkelijk gedeprimeerd kunnen worden als ze aan het „belachelijke concertzaalgeval denken dat in München in het niemandsland achter het Ostbahnhof op de voorplaats van een voormalige fabriek geperst moet worden”.