Cultuur

Interview

Interview

De band Dinosaur Jr., met links zanger-gitarist Joseph Mascis, midden bassist Lou Barlow en rechts drummer Murph.

Foto Levi Walton

Rockheld. Praat. Eindelijk.

Joseph Mascis, zanger van de legendarische band Dinosaur Jr., is berucht om zijn zwijgen tijdens interviews. Maar tot verbazing van interviewer Frank Provoost gaat zijn idool plots praten. Over dat Kurt Corbain hem als gitarist van Nirvana wilde: „Maar ja, Dinosaur was op dat moment groter dan Nirvana.”

Dit is het dus. Ik staar in de ogen van een soort Gandalf. Die zijn lange wit-grijze haren onder een te hip honkbalpetje heeft gestoken en een T-shirt draagt met daarop een enorme, bloeddoorlopen oogbal. Onder zijn wijde spijkerbroek blinken zilveren glittergympen.

Dit moment heb ik twintig jaar weten te ontlopen. Of beter gezegd: bewust vermeden. Want achter Gandalfs bruine ogen zit een echoput verscholen waarin vragen van verslaggevers blijven galmen tot ze vanzelf zachtjes uitsterven. In het beste geval wordt de doodse stilte verbroken door een zacht „yeah right…” of „whatever…”, gevolgd door een verontschuldigende blik. Alsof hij er ook niets aan kan doen dat de woorden alweer op zijn.

Gij zult nooit uw ultieme helden interviewen, luidt een belangrijk journalistiek gebod. Maar nu zit ik dus toch in de kleedkamer van de Groningse concertzaal Vera tegenover mijn allergrootste idool: Joseph Mascis (50), kortweg Jay (of nog korter: J). Bibberend roep ik de rock-’n-rollgoden aan. Laat. Hem. In. Godsnaam. Praten.

Lesje dynamiek

Ter verduidelijking: er zijn twee J’s. De ene is een enigszins-obscure-maar-toch-ook-legendarische rockheld, een muzikaal genie dat geldt als een van de peetvaders van de indierock. Zijn band Dinosaur Jr. – in 1984 opgericht in Amherst, Massachusetts – vermengde de tienerwoede uit de punkrock met softe emo-melodieën en wisselde zachte coupletten af met beukende refreinen – een lesje dynamiek die latere bands (bijvoorbeeld Nirvana) dankbaar zouden afkijken.

Over het gitaargebulder kreunde Mascis – lang niet altijd even zuiver, maar daarom niet minder gemeend – dat hij weinig van de boze buitenwereld begreep. Liever dan zijn keel, liet hij zijn gitaar janken in minuten durende solo’s (die ik – eerlijk is eerlijk – allemaal op mijn slaapkamer probeerde na te spelen). ‘So fucked I can’t believe it’, zo vat hij in ‘Freakscene’ zijn pogingen tot intermenselijk contact samen. ‘How could it work, just can’t conceive it. Oh what a mess, best just to leave it.’

Videoclip van ‘Freakscene’. Lees verder na de video.

Geestelijke guerrilla’s

Want dat is de andere J: een autistisch ijskonijn dat alleen met bassist Lou Barlow en drummer Murph communiceerde als hij ze nieuwe nummers uitlegde (met zijn rug naar hen toe, versterker op 11 én tv kijkend). Tournees ontaardden in geestelijke guerrilla’s waarin Mascis zijn bandleden tot waanzin wist te drijven, waardoor Dinosaur Jr. een soloproject werd. Na de derde plaat (Bug, 1988) ontsloeg hij Barlow, na de vijfde (Where You Been, 1993) vertrok Murph vrijwillig.

Wonder boven wonder kwam er in 2005 een reünie. Met succes: in de originele bezetting bestaat Dinosaur Jr. inmiddels langer dan in de begindagen. Onlangs verscheen het elfde album Give a Glimpse of What Yer Not, waarop Mascis als vanouds voortsombert. ‘True happiness remains the group’s only real danger’, concludeerde een recensent van Rolling Stone tevreden.

Lees ook de recensie van Give A Glimpse Of What Yer Not: Na tien jaar stilte ligt het tempo hoger

Eind juni speelde de band op het festival Best Kept Secret, in Hilvarenbeek. En dus gloorde daar opeens Het Interview aan de horizon. Een week lang las ik met een knoop in mijn maag oude gesprekken terug met veelzeggende koppen als ‘J Mascis say ‘Yeah’ and a few other words’, maar op de avond voor De Grote Dag volgde een verlossende mail: „J is ziek en doet geen pers.” Lou en Murph wilden wel praten. Giechelend zaten ze backstage, in een quasi-koloniaal onderkomen.

Jullie kunnen lachen. Is dat het verschil met vroeger?

Murph: „Ik kan er eindelijk van genieten. Jarenlang heb je een nare, strenge leraar gehad, een pain in the ass. Maar tóch denk je: ik heb er wél wat aan gehad.”

Lou: „Er is veel minder spanning. Ook omdat we nu kinderen hebben.”

Murph: „Toen we Give a Glimpse hadden opgenomen zei J tegen me: ‘Wow Murph, echt goed gedrumd!’ Ik was geshockeerd. ‘Voel je je wel lekker?’ vroeg ik. ‘Heb je iets gebruikt?’”

Wat was het dieptepunt?

Lou: „Toeren terwijl je er helemaal doorheen zit en vreselijk verdrietig bent omdat je weet dat J je háát.”

Murph: „Terwijl het je bandmaat is!”

Lou: „Ik dacht op den duur: van deze gast mag ik niet eens fucking ademen. Als je op elkaars lip zit, wordt het een soort survivalprogramma. Zo van: laten we het water weghalen, kijken wat er gebeurt!”

Murph: „Ik was de intermediair die ruzies moest sussen en zich gemakkelijk onder vreemden bewoog. Ik denk dat J daar jaloers op was, omdat hij niet wist hoe dat moest. Maar ik benijdde hém juist weer omdat hij de brainiac van de band was. Toen ons busje het begaf in Idaho en we daar vastzaten, ging J zo ver dat ik een zenuwinzinking kreeg. Dat zijn momenten die ik nooit meer wil meemaken.”

Hielp die spanning de muziek?

Murph: „Big time!”

Lou: „De gewelddadigheid spatte ervanaf. Als je op het randje van omvallen staat, wordt het nóg intenser. Maar het was passieve agressie. Nou ja, één keer, toen ik in het nummer ‘Severed Lips’ mijn partij vergat en feedback begon te maken, ging J me met zijn gitaar te lijf. Ik kon hem nog net met mijn basgitaar blocken.”

Thuis lagen we onder vuur omdat we te hard speelden. Geluidsmannen gooiden flessen naar ons of stormden het podium op om de versterkers zachter te zetten.

Wat zijn de goede herinneringen?

Lou: „Hoe we in Europa werden omarmd. We deden het voorprogramma van The Gun Club en ik kreeg echt het gevoel dat we ze wegbliezen.”

Murph: „Bij de eerste soundcheck bliezen we ook letterlijk hun monitors op.”

Lou: „Thuis lagen we onder vuur omdat we te hard speelden. Geluidsmannen gooiden flessen naar ons of stormden het podium op om de versterkers zachter te zetten. We werden uit steeds meer clubs verbannen.”

Murph: „Maar in Europa waren ze niet bang voor ons.”

Lou: „En toen we daar kort daarop terugkeerden als hoofdact waren dezelfde zalen uitverkocht. Ik dacht: hier gebeurt iets. Dat was ons gloriemoment.”

En nu?

Murph: „De formule is niet veranderd. We hebben nog steeds dezelfde chemie, muzikaal dan.”

Lou: „Destijds dachten we dat we gewoon een van de vele bandjes waren. Nu snappen we dat we samen echt iets bijzonders hebben.”

Murph: „Het is alle strijd en pijn waard geweest.”

Herkansing

Die avond speelt Dinosaur Jr. de tent van Best Kept Secret plat, ondanks J’s griep. Ingebouwd in een cocon van Marshall-versterkers blijft hij de hele show op een stoel zitten. De volgende dag wordt de rest van de Europese tour afgeblazen.

Joseph Mascis, de zanger van Dinosaur Jr. Foto Levi Walton

Vier maanden later is het tijd voor de herkansing. Na afloop van een uitverkochte show in het Groningse Vera zit Mascis in de kleedkamer. Terwijl roadies en andere indringers de koelkast leegplunderen, snoept hij van citroenen en stukjes gember die hij fijnhakt met een keukenmesje. En zowaar: hij begint te praten. Uit zichzelf. En hij lacht. „We hebben hier in de jaren tachtig ook gespeeld: de poster hangt er nog steeds. Hier hielden ze van ons, maar thuis werden we gehaat. Het was een nare, eenzame tijd. Maar iets hield ons gaande.”

Wat was dat?

J: „Toch de muziek en de wil om te spelen. We hadden niets beters te doen. We moesten alleen ons eigen geluid nog vinden. Het begon met punkrock. Lou en ik speelden in de hardcoreband Deep Wound, Murph drumde bij All White Jury. Amherst was een hippiestad vol afgebrande lsd-slachtoffers. Het was alsof onze versies van Peter Green [oprichter van Fleetwood Mac, red.] door de straten schuifelden. Heel sneu: je bent briljant, neemt te veel drugs, en dan is alles over. Ik zag het ook bij vrienden gebeuren en wist: zo wil ik niet eindigen.

„Ik was al straight edge [punkbeweging van principiële geheelonthouders, red.] voordat ik dat begrip kende. Het gelijknamige nummer van Minor Threat leek voor mij geschreven: ik voelde me precies zo. Alleen: gaandeweg begon de scene uit te sterven. Minor Threat werd Fugazi, ook andere bands stopten. Met Dinosaur wilde ik de kant op van The Birthday Party, ook al kon ik niet zo zingen als Nick Cave. Het enige probleem was dat we geen fans konden vinden. Iedereen wilde nog steeds hardcore horen.”

En dan maakten jullie ondertussen ook nog elkaar het leven zuur.

„Idaho was het ergst, omdat we daar niet weg konden. Uit verveling ging ik ruzie uitlokken en was ik gemeen tegen Lou en Murph.” Op fluistertoon: „Ik zei dingen die nooit meer ongezegd kunnen worden.

„Onze eerste tour, tien dagen in het voorprogramma van Sonic Youth, was het mooist. Met alle instrumenten in de stationwagen van Lous ouders gepropt reden we achter ze aan. Dankzij hen kwam onze droom uit: SST, het befaamde label van Black Flag, wilde onze tweede plaat You’re Living All Over Me uitbrengen.”

Over dat doorbraakalbum uit 1987 zei u ooit: vanaf toen kon het alleen maar minder worden.

„We hadden onze doelen bereikt: we hadden onze sound gevonden en wilden niet bij een grote platenmaatschappij tekenen. We hadden niets meer te wensen. Als je dan ’s ochtends wakker wordt en je leeft nog steeds, wat ga je dan doen?”

Is dat niet tragisch?

„Hoezo?”

Dan wordt het nooit meer beter.

„Ik heb sindsdien geen specifiek doel meer. Maar ik ben een enorme muziekfan en ik realiseer me dat de eerste platen van bands bijna altijd de beste zijn.”

U had ook in Nirvana kunnen spelen.

„Met Thurston Moore van Sonic Youth ging ik naar hun optreden in Maxwell’s, New Jersey. ‘Jij moet in mijn band komen spelen’, zei Kurt Cobain toen, want hij was de andere gitarist, Jason Everman, zat. Maar ja, Dinosaur was op dat moment groter dan Nirvana.

„De laatste keer dat ik hem zag, was bij de MTV Unplugged-show. Toen was hij er al niet al te best aan toe. Er hing een vreselijke kliek van enge mensen om hem heen. Maar Nirvana verdiende het om zo groot te worden. Toen dat ook gebeurde, was er even gerechtigheid in het universum. Dat gaf wel vertrouwen.

„Maar dat hij zelfmoord pleegde was natuurlijk vreselijk treurig… maar misschien had ik dat ook wel gedaan.”

Dus je kunt maar beter klein blijven?

„Yeah, ik weet het niet. Whatever.”

Wat is het grootste verschil met vroeger?

„Onze manager is goed in datgene wat wij nooit konden: communiceren. We hadden iemand nodig die ons daarbij kon helpen. En we spelen veel strakker.”

Lou postte onlangs een foto op Instagram waarop u zijn jongste kind draagt. Bijschrift: ‘Hij houdt mijn baby vast, nu kan hij me niet meer ontslaan!’

Lachend: „Dat kind heeft daar toch niets mee te maken? Bovendien vind ik een baby geen groot obstakel. Dus ik zou zeggen: waarom niet?”

Dinosaur Jr: Give a Glimpse of What Yer Not is verschenen bij Jagjaguwar.