Prinsjesdag 2018, met Jeroen Dijsselbloem

Oké, we stevenen dus af op een begrotingsevenwicht in 2017. Maar welk begrotingssaldo zou het Centraal Planbureau (CPB) voorspellen voor 2018? Dat doet het CPB nog niet, maar het zou interessant zijn om te weten. Voor komend jaar staat er, volgens de decemberraming die dinsdag werd gepubliceerd, een evenwicht in de boeken: 0 procent van het bruto binnenlands product.

Je zou kunnen betogen dat een licht overschot hier al beter op zijn plaats was geweest, gezien de spectaculaire verbetering van de begroting die optrad tussen Prinsjesdag en november. Maar zo’n overschot wordt het, volgens de raming dus niet. En toch: je weet maar nooit.

In maart zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. En dan moet er een nieuwe regering worden gevormd. Daarbij treden twee complicaties op. De eerste is de enorme versplintering in de Tweede Kamer die kan optreden door de toetreding van nieuwe partijen. Dat maakt een formatie zeer lastig, aangezien de gemiddelde omvang van fracties erdoor kan afnemen. Er zijn dan relatief veel partijen nodig om een coalitie mee te vormen. De tweede complicatie is de PVV. Mocht deze partij de forse omvang bereiken die nu in de peilingen wordt voorspeld, dan zal zij óf deel moeten uitmaken van een coalitie, of zij zal daarbuiten worden gehouden. In beide gevallen wordt dat nogal ingewikkeld, en potentieel tijdrovend.

Hoelang kan een formatie duren? Het Nederlandse record staat op 208 dagen, en die formatie leidde na moeizame onderhandelingen tot het kabinet-Van Agt-Wiegel in december 1977. Dat Nederlandse record was tevens heel lang het Europese record. En dat sneuvelde pas begin 2011 door toedoen van België. Daar duurde de formatie na de verkiezingen van juni 2011 maar liefst 541 dagen.

Stel dat de Nederlandse formatie na de Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 net zo lang duurt en Nederland zou het Belgische record van 541 dagen evenaren, dan is er op 8 september 2018 eindelijk een nieuw kabinet.


Als we het Belgische formatierecord breken, komt een begrotingsoverschot dichtbij

Jeroen Dijsselbloem, de minister van Financiën, zal er blij mee zijn. Ten eerste vanwege zijn belangrijkste bijbaan. De minister werd in juli vorig jaar herkozen als voorzitter van de eurogroep van ministers van Financiën – een functie waarin hij het goed doet. Zijn nieuwe termijn was tweeënhalf jaar, en loopt af begin 2018. Als demissionair minister tijdens een uit de hand lopende formatie kan hij dat misschien wel zijn volledige termijn blijven doen.

Juist dat demissionaire karakter geeft hem een tweede voordeel. Een kabinet met zo’n status kan geen zwaarwegende besluiten nemen. Het zal verantwoordelijk worden voor de begroting 2018. En, als de formatie inderdaad Belgische proporties krijgt, zelfs de begroting van 2019. Tijdens de aankondiging daarvan, op de Derde Dinsdag van September 2018, zal er nét een nieuw kabinet zitten. Of Dijsselbloem presenteert zelfs deze begroting nog eigenhandig, als het Belgische record met een weekje of twee gebroken wordt.

Wat doet dat dan voor de overheidsfinanciën? In tijden van tegenslag is het ongunstig, omdat veel maatregelen om een oplopend tekort te lijf te gaan, niet of nauwelijks worden genomen. Maar tijdens een hoogconjunctuur kan een begroting ongestoord verbeteren terwijl er niemand met zijn vingers in de kas kan. Het CPB voorziet een economische groei van 2,1 procent in 2017. Pas komend voorjaar voorspelt het 2018, in het Centraal Economisch Plan. Een langdurige formatie is nadelig: het landsbestuur staat on hold. Maar het zou zomaar kunnen leiden tot een oplopend overschot.

Maarten Schinkel schrijft elke donderdag op deze plek over macro-economie en de financiële markten