Opinie

    • Cees Banning

Na de crisis moet het vak economie anders

Juist toen de macro-economie op school was afgeschaft, brak in 2008 de crisis uit. Nu is dat onderdeel weer terug. Maar het vak economie moet nog breder, vindt economieleraar Cees Banning.

Anp Robin Utrecht

15 september 2008 – met kartonnen dozen in hun handen verlaten bankiers van Lehman Brothers het 38-verdiepingen tellende hoofdkantoor op Seventh Avenue in New York. In het voorafgaande weekend ging de Amerikaanse zakenbank failliet. Het was het startschot voor de ‘Grote Recessie’, waarvan de naweeën tot op de dag van vandaag te merken zijn in de Nederlandse economie.

Rente, inflatie, bezuinigingen – macro-economische berichten domineren sindsdien het nieuws. Maar de economiedocent op een middelbare school stond min of meer met gebonden handen in de ring. Macro-economie was de blinde vlek in het economie-onderwijs. Een gevolg van The Wealth of Education, het examenprogramma voor de tweede fase van havo en vwo dat in 2005 was gepubliceerd onder leiding van Coen Teulings. De toenmalige directeur van het Centraal Planbureau (CPB) vroeg zich af of er ,,tijd moest worden besteed’’ aan onbelangrijke macro-economische omstandigheden. Maar het programma van Teulings hield geen rekening met de conjunctuur. ,,Het was alsof de duivel ermee speelde’’, schrijft Teulings in zijn een preadvies van de Koninklijke Vereniging voor Staatshuishoudkunde (KVS). De KVS-bundel Economieonderwijs wordt vrijdag aangeboden aan president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank.

Saillant is dat Teulings in zijn functie van directeur van het CPB in dezelfde periode juist pleitte voor meer aandacht voor macro-beleid. Met een keynesiaans stimuleringsprogramma zou de overheid de economie moeten aanjagen. ,,Stijfkoppigheid van Nederlandse beleidsmakers om daar niet aan te willen heeft de Nederlandse economie enorme schade berokkend; een prijskaartje van vele tientallen miljarden’’, rekent Teulings voor in zijn preadvies. Een curieuze opmerking nu Nederland flink harder groeit dan de rest het eurogebied en tevens hét bewijs van de macro-economische omissie in het programma. En ook het gelijk van de nestor van de economie-methodes Arnold Heertje ,,er moet aandacht blijven voor conjunctuurpolitiek’’.

Recent zijn de exameneisen aangepast en biedt het havo- en vwo-programma de mogelijkheid om de macro-economische analyse te verdiepen. Maar daarmee zijn er we er nog lang niet. In het preadvies dat Marcel Canoy en ik schreven voor de KVS-bundel Economieonderwijs constateren wij dat er drie grote uitdagingen zijn: de dwangbuis van het landelijk examen, de ouderwetse didactiek, en een gedateerde economische visie. Deze drie factoren hangen nauw met elkaar samen. Landelijke examens vragen weinig van de hogere denkactiviteiten van leerlingen en staan zo een didactische innovatie, gericht op meer zelfwerkzaamheid en op onderzoekend leren in de weg. Dat geldt ook voor de inhoudelijke innovatie: bestaande lesmethoden spelen onvoldoende in op het nieuws en moderne wetenschappelijke ontwikkelingen.

Bildung

De belangrijkste doelstelling van economie in het voortgezet onderwijs is het aanleren van een ‘economische kijk’ bij de leerlingen en een bijdrage te leveren aan de algemene vorming (Bildung). De stof moet aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. In die belevingswereld wordt het van steeds groter belang dat de leerlingen worden geschoold in het zoeken naar ‘de’ waarheid. ,,We zijn de waarheid uit het oog verloren’’, constateerde Kees Kraaijeveld onlangs in de Volkskrant. Als voorbeeld noemde hij de campagneretoriek van de Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump en de leugens die Brexiteers bij de Leave-campagne in Groot-Brittannië de wereld instuurde. Bij het vergaren van informatie en kennis moeten leerlingen leren het kaf van het koren te onderscheiden.

Vergrijzing, vluchtelingenproblematiek, opwarming van de aarde, de kloof tussen arm en rijk - economie speelt een cruciale rol bij het oplossen van hedendaagse en toekomstige maatschappelijke vraagstukken. Die rol kan alleen goed worden waargemaakt door meer samenwerking te zoeken met aardrijkskunde, geschiedenis, filosofie en maatschappijwetenschappen. Die samenhang ontbreekt nu in de economie en het vak wordt de leerling van het middelbaar onderwijs aangeboden als een monodisciplinair vak, terwijl economie – een combinatie van exact en maatschappelijk denken – zich uitstekend leent om het interdisciplinair denken te stimuleren.

De economie draait om keuzes maken en samenwerken. Tegenover schier onbeperkte wensen staan beperkte middelen. Samenwerken benut verschillen en schept ook uitdagingen. De uitdaging voor het economieonderwijs is meer professionalisering van de sector met veel innovatieve initiatieven van de docenten en meer intercollegiale toetsing. De overheid moet leren loslaten, wat een minder dominante rol voor het landelijke examen betekent. De kunst is om de vrijheid van het onderwijsveld te combineren met een professionele verantwoording.

Na het failliet van Lehman Brothers nam de Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum een sluimerende trend waar, die is versterkt door de ‘Grote Recessie’. ,,Dorstend naar nationaal gewin ontdoen veel landen en de daarin bestaande onderwijsstelsels zich achteloos van allerlei competenties die noodzakelijk zijn voor het in leven houden van democratieën”, schrijft zij in Niet voor de Winst. Als deze trend zich voortzet, zo voorspelt zij, zullen landen overal ter wereld binnen korte tijd ,,generaties nuttige machines afleveren in plaats van volwaardige burgers die in staat zijn zelfstandig te denken’’. Betekenisvol economieonderwijs investeert in leerlingen, niet in machines.

Cees Banning is economie-docent van het St-Maartenscollege te Voorburg. Half december werd een bundel preadviezen voor het vak economie uitgereikt aan Klaas Knot, president van de Nederlandse Bank. Het is de week van het economie-onderwijs.

Blogger

Cees Banning

Cees Banning is economie-docent op het St-Maartenscollege te Voorburg. Voorheen was hij redacteur op de economieredactie van NRC.

    • Cees Banning