Met Marc Overmars valt best iets te regelen

Ajax Ajax houdt geheim wat spelers verdienen. Maar makelaars weten dat er wat te halen valt bij de rijkste en succesvolste club van Nederland. Directeur spelersbeleid Marc Overmars moet wel toegeven om zijn jonge talenten te behouden.

Davy Klaassen en Marc Overmars Foto Louis van der Vuurst/ Ajax

Twee mannen en een jongen gaan zitten aan een tafel in de vrij donkere bestuurskamer van Ajax. Het ruikt er naar rook. Het is donderdag 1 juli 1993. Op de tafel in stadion De Meer ligt een contract klaar voor André Ooijer. Zijn vader, banketbakker Henk Ooijer uit de Spaarndammerstraat, zit naast hem. Penningmeester Arie van Os schuift het papier naar de jonge Amsterdammer en wijst op een stippellijntje. Daar mag hij tekenen.

Wanneer Ooijer zijn krabbel heeft gezet, krijgt zijn vader het te kwaad. Hij kijkt zijn zoon aan en zegt: „Jongen, je gaat meer verdienen dan ik.” Tien minuten later en een kop koffie verder lopen vader en zoon Ooijer naar buiten. Naar de tramhalte van lijn 9, iets verderop. Arie van Os zal zich de ontmoeting decennia later nog levendig herinneren.

Zo gaat het allang niet meer.

Tour langs clubiconen

De ondertekening van een contract bij Ajax is nu een strak geregisseerde tour. Een medewerkster van de club leidt de speler, doorgaans gevolgd door zijn vriendin, ouders, vrienden en zaakwaarnemer(s), door de gangen van de Amsterdam Arena. Terwijl clubiconen als Johan Cruijff, Patrick Kluivert en Luis Suarez toekijken vanaf de historische foto’s in de gangen, gaat het gezelschap naar de zaal ‘Voorland’, vernoemd naar de plek in Amsterdam waar het oude stadion stond.

Aan een lange, houten tafel met zwartleren stoelen mogen de genodigden plaatsnemen. Op ieder raam staat op ooghoogte het clublogo. Tegen de ene wand staat een kast vol trofeeën. Aan de andere hangt, voor de persfoto, een metersgroot doek met behalve het logo ook de namen van de sponsors.

Als iedereen zit, komt directeur spelersbeleid Marc Overmars. Die heeft het contract bij zich en een Ajax-shirt met op de rug de achternaam van de speler. En hoewel hij beter kon voetballen dan hij kan praten, maken de handdruk en Overmars’ warme woorden indruk:

„Je mag trots zijn op jezelf. Je bent nu officieel Ajacied.”

Een huisfotograaf en een filmploeg van Ajax TV leggen alles vast. De champagne vloeit.

Het wemelt van de makelaars

Maar hoe kwam het contract tot stand? En, wat staat erin? Daarover maakt Ajax niets bekend. Officieel omdat het een beursgenoteerd bedrijf is en deze informatie koersgevoelig is. In werkelijkheid heeft Ajax andere redenen om alles geheim te houden. Nergens wemelt het zo van de makelaars als bij Nederlands meest succesvolle club.

En die wil Ajax niet wijzer maken. In de praktijk is er namelijk meer mogelijk bij onderhandelingen dan de club wil uitstralen, zo blijkt uit de negentien arbeidscontracten van Ajax die NRC via Football Leaks en andere bronnen verzamelde.

De centrale figuur in dit dagelijkse steekspel van contractonderhandelingen binnen Ajax is de directeur spelersbeleid. Het is een schier onmogelijke functie. Hij – vrouwen komen in dit verhaal niet voor – troeft de (internationale) concurrentie af in de strijd om de talenten, behoudt de grootste talenten voor de club, geeft niet te veel geld uit, koopt alleen spelers die Ajax aantoonbaar beter maken en verkoopt spelers met maximale winst. Ajax creëerde de functie in 1999. Danny Blind, nu bondscoach, mocht het als eerste proberen. Hij hield het negen maanden vol.

Miralem Sulejmani. Albert Luque. Noem hun namen niet bij Ajax. Ze gelden als dé voorbeelden van falend spelersbeleid. Een Amsterdamse nachtmerrie, lesmateriaal voor iedere directeur spelersbeleid.

De Spanjaard Luque is in de zomer van 2007 het antwoord van de Amsterdamse clubleiding op de roep om versterkingen. De hoogtijdagen van de spits in de Spaanse en Engelse competitie liggen al geruime tijd achter hem, maar Ajax garandeert Luque een jaarsalaris van 2,1 miljoen euro. Netto, en voor drie jaar. Hij scoort uiteindelijk vier goals voor Ajax.

Dit nooit meer, is de gezamenlijke conclusie.

Jeugdopleiding

Ajax hoopt rust te krijgen door de salarissen wat te matigen en meer te vertrouwen op haar befaamde jeugdopleiding. Neem het talent Nicolai Boilesen. Hoewel hij in juli 2012 opnieuw zwaar geblesseerd is, komt zijn zaakwaarnemer een nieuw, vierjarig contract overeen met Ajax. De pas 20-jarige Deen krijgt, ondanks zijn geringe ervaring, een vast jaarsalaris van 550.000 euro.

Daarnaast ontvangt hij „tekengeld”; in de jaren zeventig bedacht als een eenmalig douceurtje voor een uitzonderlijke speler. Inmiddels is het gemeengoed. Boilesen krijgt 150.000 euro, per contractjaar. Oftewel: een gegarandeerde premie van in totaal 6 ton, bovenop zijn vaste salaris en prestatiebonussen.

Zo gaat het vaker. De angst om naast een topspeler te grijpen leidt tot continue druk op de directeur spelersbeleid om uitzonderingen te maken. Een trainer die een speler móet hebben die Ajax gegarandeerd kampioen maakt. Een scout die met zekerheid de nieuwe Cruijff heeft gespot. Bij Ajax is de uitzondering regel.

Marc Overmars in 2014 met Anwar El Ghazi. Foto Louis van der Vuurst/ Ajax

De man die sinds 2012 als directeur spelersbeleid aan alle uiteenlopende eisen moet voldoen is Marc Overmars. De oud speler (Ajax, Arsenal, Barcelona) houdt kantoor op Jeugdcomplex De Toekomst met uitzicht op het hoofdveld. Aan de muur hangt onder meer een Barcelona-shirt met nummer 14, als eerbetoon aan zijn held Johan Cruijff.

Overmars is verantwoordelijk voor alle zeventig spelerscontracten van de club. Wekelijks ziet hij de zaakwaarnemers arriveren in hun bolides met getinte ramen. Hij kan hun argumenten om ze meer te betalen intussen dromen. De populairste: „Voor Ajax tien andere clubs.” Het vaste antwoord van Overmars:

„Voor een mooi salaris krijgt de speler bij Ajax een unieke kans zich te ontwikkelen en zich daarmee in de kijker te spelen.”

Marc netto

Dat Ajax dankzij de goede verkoop van spelers door Overmars in de afgelopen jaren inmiddels veruit de rijkste club van het land is, maakt het er niet eenvoudiger op. Iedereen weet dat er iets te halen is.

Overmars zelf was in zijn actieve carrière de eerste die bij de directie op de deur klopte als een teamgenoot hetzelfde presteerde maar meer verdiende. Tot hilariteit van zijn medespelers verdiepte Overmars zich namelijk in de details van zijn contract. En hij is zuinig. Zijn bijnaam is ‘Marc netto’. De directeur spelersbeleid weet dan ook waar zijn baan bij Ajax in essentie op neerkomt: hoever is hij bereid mee te gaan met zaakwaarnemers?

In sommige gevallen ver, blijkt uit de contracten. Zeker als de zaakwaarnemer weet hoe het spel gespeeld wordt, zoals de Deen Soren Lerby. De oud-Ajacied was na zijn carrière een blauwe maandag trainer van Bayern München, handelde een paar jaar in vlees en keerde in 1994 terug in de voetballerij als zaakwaarnemer. Zijn favoriete jachtterrein: Ajax. Wesley Sneijder, Rafael van der Vaart en John Heitinga; hij stond ze allemaal bij.

Lerby’s klapstukken bij Ajax zijn de contracten voor Davy Klaassen (zie kader) en Anwar El-Ghazi in 2014. Behalve voor de spelers weet hij namelijk ook voor zichzelf te regelen dat hij 6,25 procent van een toekomstige transfersom krijgt.

Opmerkelijk, want dat is verboden, weet ook Overmars. Lerby heeft door de toekenning van een percentage van een toekomstige transfersom immers een direct, persoonlijk belang bij een snel vertrek van de speler. Dat druist volgens de FIFA in tegen de stabiliteit die een contract moet geven.

Ajax heeft daarom net als alle andere clubs in juni 2009 een brief ontvangen van de KNVB. Daarin staat dat het toekennen van een percentage van een toekomstige transfersom aan een makelaar volgens de reglementen van zowel de KNVB als de wereldvoetbalbond FIFA „niet is toegestaan”. Toch is dat precies wat Lerby in aparte overeenkomsten met Ajax laat vastleggen. Regels blijken bij het beursgenoteerde Ajax soms ook maar opgedroogde inkt. De KNVB ontvangt de contracten van Ajax maar slaat er niet op aan.

De status van Ajax als opleidingsclub wordt in 2014 onderstreept door een Zwitserse studie. Geen club levert zoveel spelers af op het hoogste niveau in Europa. In de rangschikking staan de Amsterdammers bovenaan, gevolgd door Partizan Belgrado en Barcelona.

Goudklompies

Het gevolg is een buitenlandse jacht op vooral jeugdspelers van Ajax, zegt Overmars bezorgd tijdens de aandeelhoudersvergadering van Ajax op 11 november 2016. „De buitenlandse jacht op talenten wordt steeds extremer. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Manchester United heeft vier fulltime scouts in Nederland rondlopen. Daar moeten we iets op verzinnen.”

Voor de vergoeding van de makelaars die op al deze ‘goudklompies’ afkomen, hanteert Overmars als vuistregel – zoals veel clubs – een vergoeding van 7 procent van het basissalaris en het tekengeld van een speler. De vergoeding geldt voor elk jaar dat een speler onder contract staat.

Maar de vuistregel wordt onder druk vloeibaar, zo blijkt.

Riechedly Bazoer is 16 jaar en geldt in 2012 als één van de grootste talenten van PSV. Maar zijn profcontract tekent hij, tot verbijstering van PSV, bij Ajax. Bazoer prijkt bovenaan „het gouden lijstje” met talenten van Overmars. De Amsterdammers verbreken met het aantrekken van Bazoer het gentlemen’s agreement tussen Ajax, Feyenoord en PSV uit de jaren negentig om van elkaars spelers af te blijven. Het tekent de strijd in de top om steeds jongere spelers.

Revien Kanhai, de zaakwaarnemer van de tiener Bazoer, ontvangt een eenmalige vergoeding van 400.000 euro. Exclusief belasting. Dit keer is Kanhai de spreekwoordelijke uitzondering op de regel.

In juni 2014 dient de volgende zich aan. De Kroatische zaakwaarnemer Zoran Lemic heeft vleugelaanvaller Robert Muric in de aanbieding. Volgens Overmars zit „heel Europa” achter de speler aan. Maar de transfervrije Muric wil naar Ajax. Hij ondertekent een vierjarig contract. Bij de onderhandelingen zijn behalve Ajax vijf partijen betrokken. Overmars is opgelucht. Hij heeft het wonderkind maar mooi binnen.

Zaakwaarnemers verdienen meer dan Muric

Daarvoor betaalt Ajax wel de hoofdprijs. Maar niet aan de speler. Zijn zaakwaarnemers Vlado en Zoran Lemic incasseren een nettovergoeding van 2.400.000 euro. De broers krijgen meer dan Muric in vier jaar kan verdienen. Het Lemic-duo bedingt bovendien 15 procent van een transfersom bij een tussentijds vertrek van Muric – meer dan Lerby bij zijn pupillen.Goed ingevoerde bronnen bevestigen dat de makelaars van nog twee Ajax-spelers 15 procent van een transfersom hebben bedongen.

Deel van het contract van Muric. Tekst gaat verder onder de foto

Tot een miljoenentransfer is het bij Muric nog niet gekomen. De Kroaat, die geen Engels spreekt, had het moeilijk in Amsterdam. Na een trainingskamp in Qatar in januari 2015 bromde trainer Frank de Boer:

„Ik heb geen idee of hij me wel begrijpt. Hij praat geen woord Nederlands. Als ik iets tegen hem zeg, zegt hij wel ‘ja’, maar volgens mij doet hij dat ook als ik iets heel doms zeg. Al heb ik dat nog niet uitgeprobeerd.”

De Kroaat komt uiteindelijk tot twee wedstrijden in Ajax 1, waarvan één als invaller. In augustus 2016 verhuurt Ajax hem aan de Italiaanse laagvlieger Pescara. Daar mocht Muric dit seizoen tot nu toe één keer meespelen. In de thuiswedstrijd tegen Chievo viel hij in, zeven minuten voor tijd.