Recensie

Het minimum aan minimal

‘Minimal music’, de ongelukkige term die de oeuvres van Philip Glass en Steve Reich aankleeft, is mainstream geworden en populairder dan ooit.

Lavinia Meijer, hier tijdens het Empeiria-concert in de tuin van Paleis Soestdijk. Foto Paul Bergen/ANP

Steve Reich werd in oktober tachtig, Philip Glass volgt in januari. De rebellen die een halve eeuw geleden het muzikale establishment tegen de haren in streken zijn inmiddels super-salonfähig. Wat heet: ‘minimal music’, de ongelukkige term die hun oeuvres aankleeft, is mainstream geworden en populairder dan ooit.

Om bij in slaap te vallen

De strenge procedés uit de jaren 60 (zeer beperkte middelen, herhaling in plaats van ontwikkeling) zijn allang losgelaten – zelfs componisten van repetitieve muziek houden er niet van zichzelf te herhalen. Reich betoont zich op zijn verjaardagsalbum Duet nog steeds de interessantste van het oude stel. De dubbel-cd bevat uitstekende uitvoeringen van klassiek werk (‘Clapping music’, ‘The four sections’) en twee recentere oratorium-achtige composities, ‘Daniel variations’ (over de door terroristen vermoorde journalist Daniel Pearl) en ‘You are variations’. De harmonische rijkdom in die stukken is origineel en aantrekkelijk, de tekstbehandeling gelaagd.

Harpiste Lavinia Meijer is sinds een paar jaar hartstochtelijk ambassadeur van het werk van Glass. Op The Glass Effect combineert ze eigen transcripties van Glass’ piano-etudes met stukken van componisten die door hem beïnvloed zijn: Nico Muhly, Bryce Dessner, Nils Frahm. De opzet is sterk en Meijer speelt bevlogen en kraakhelder, maar die etudes blijven ontstellend vlak en rafelarm – al is dat voor de liefhebber precies hun kracht.

De tekst gaat verder onder de video

De invloed van Reich en Glass en co klinkt ondertussen door tot in de uithoeken van het muziekbedrijf, van avontuurlijke pop tot liftmuziek. Kennelijk loont het zelfs de moeite om verzamelaars als Soundscapes uit te brengen: een bups tandeloze fragmenten van en door klinkende namen (Arvo Pärt, Debussy, Janine Jansen) om totaal versuft bij in slaap te vallen.

Voorbeeldig

Dat het ook anders kan bewijst kamerkoor Voces8 met Winter, een thema-cd die zó stemmig is dat op het eerste gehoor eenvormigheid dreigt. De trage, in overdadige galm verdronken minuten rijgen zich aaneen, zodat je door de wintermist de parels dreigt te missen. Maar die zijn er wel degelijk, en bij iedere luisterbeurt meer: Plainscapes van Pēteris Vasks, met viool en cello van Mari en Håkon Samuelsen, is bijvoorbeeld een fantastisch werk, bedwelmend en prikkelend tegelijk.

Totemwerk van de Neder-minimal is Canto ostinato. Simeon ten Holt schreef nog vier van zulke mammoetstukken voor vier piano’s, die met deze nieuwe dubbel-cd nu allemaal zijn opgenomen door het Rondane Kwartet – Meandres voltooit de cyclus. Je herkent Ten Holts stempel direct, en hoewel Meandres (1998) zich van zijn voorgangers onderscheidt door de incidentele abstractie van het melodisch materiaal en een wat duistere sfeer is het toch een beetje meer van hetzelfde. De uitvoering van het Rondane Kwartet is niettemin voorbeeldig: de vier pianisten spelen met volmaakt afgestemde ideeën over frasering en intentie, en in plaats van vier vleugels hoor je eigenlijk maar één onmogelijk instrument.