Schoolbesturen versterken financiële reserves verder

Scholen gingen vorig jaar voorzichtig om met het geld dat ze van de overheid ontvingen en hebben daardoor meer in kas.

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) op bezoek bij een basisschool in Culemborg. Foto Arie Kievit / ANP

Schoolbesturen staan er financieel goed voor. Gemiddeld genomen zijn de reserves toegenomen. En de liquide middelen verder gestegen. Dat blijkt uit de Financiële staat van het onderwijs 2015, dat de Onderwijsinspectie dinsdag bekendmaakt.

De conclusie uit het rapport is vrijwel gelijk aan die van vorig jaar. Toen nam NRC de Financiële staat van het onderwijs onder de loep en zag dat het onderwijs in totaal 1 miljard euro extra kreeg van het kabinet, maar daar vrijwel niets van uitgaf. Schoolbesturen, in het basis, voortgezet en hoger onderwijs, versterkte vooral hun eigen financiële positie. Dat beeld is dus niet veranderd.

‘Sparen op zich mag geen doel worden’

In 2013 leverden het Nationaal Onderwijsakkoord (389 miljoen) en het Begrotingsakkoord (650 miljoen) extra geld op, bedoeld voor leermiddelen, gebouwen, inventaris en docenten. De inspectie liet vorig jaar weten dat scholen mogelijk nog niet de kans hadden gekregen om het geld uit te geven. Inspecteur-generaal Monique Vogelzang zegt nu dat het verstandig is om reserves aan te houden, maar ze waarschuwt ook.

“De appeltjes voor de dorst moeten in verhouding blijven staan tot de reële risico’s die scholen lopen. Sparen mag geen doel op zichzelf worden.”

Te veel sparen kan volgens haar op termijn ten koste gaan van noodzakelijke investeringen in de kwaliteit van het onderwijs.

In de Financiële staat van het onderwijs 2015 staat ook dat er weer meer mensen aangenomen worden. Vooral het basis- en voortgezet onderwijs en het mbo hadden het vijf jaar geleden financieel zwaar en moesten interen op het personeel. Verder meldt de inspectie dat het aantal onderwijsinstellingen dat onder aangepast financieel toezicht staat verder is teruggelopen. En dat is met het extra kabinetsgeld ook niet verwonderlijk.