En nog een wachtrij erbij voor de Venezolanen

Ze hadden al schaarste en hyperinflatie, nu moeten de Venezolanen ook nog stante pede bankbiljetten komen inleveren. „Waarom doet de regering ons dit aan vlak voor de kerstdagen?”

Een vrouw in San Cristobal met een pakje biljetten van 100 bolivar. Foto: George Castellanos / AFP

In Venezuela is de chaos compleet nu vanaf woensdag het bankbiljet met de hoogste waarde, 100 bolívar, uit roulatie wordt genomen. Het gaat om bijna de helft van alle bankbiljetten in het land; volgens de centrale bank zijn er zes miljard briefjes van honderd in omloop.

De socialistische en autocratische president Nicolás Maduro maakte zondag bekend dat de biljetten binnen 72 uur niet meer geldig zijn en riep de Venezolanen op massaal hun honderdjes in te leveren. Na de deadline zijn de biljetten nog wel binnen tien dagen in te leveren bij de Centrale Bank.

Onderwijzeres Jacqueline Sucre (35) laat vanuit hoofdstad Caracas weten dat zij, en met haar vele landgenoten, wanhopig zijn. „We hebben al nauwelijks te eten, er is gigantische schaarste, er zijn lange rijen voor supermarkten en nu moeten we ook nog in de rij voor de bank gaan staan om ons geld in te wisselen. Waarom doet de regering ons dit aan vlak voor de kerstdagen? Dit is een drama.”

Strijd tegen de maffia

De abrupte maatregel is volgens Maduro vooral nodig als wapen tegen wat hij noemt de „internationale economische maffia”, die zijn socialistische regering wil dwarszitten. Volgens de president liggen in Colombia en Brazilië pakhuizen vol met briefjes van 100 bolívar die door de „maffia” worden achtergehouden om de inflatie op te drijven en zo de Venezolaanse economie kapot te maken.

In de strijd tegen zijn economische vijanden heeft Maduro ook voor 72 uur de grens met Colombia dichtgegooid. Aan de grens bestaat lucratieve zwarte handel, waarbij door de regering gesubsidieerde producten als levensmiddelen en olie voor veel meer geld verkocht worden aan Venezolanen die deze spullen wegens schaarste niet in de stad kunnen krijgen.

Econoom en oliedeskundige Evanan Romero, woonachtig in de Verenigde Staten en op dit moment voor een congres in Venezuela, meldt via Skype dat sinds maandag complete paniek in het land is uitgebroken.

„Maandag waren de banken dicht vanwege een nationale feestdag maar dinsdag ontstonden overal rijen. Er waren zelfs winkels die, hoewel de deadline nog niet was verstreken, al weigerden om nog biljetten van honderd aan te nemen. Dit kan uitlopen op een chaos, op rellen, dit is een onverantwoorde actie.”

Het briefje van 100 bolívar is overigens door de enorme geldontwaarding nog maar 3 dollarcent waard. Ter vergelijking: een kilo rijst kost 3.000 bolívar. Deze week introduceert Venezuela nieuwe biljetten en munten van 500 bolívar, oplopend tot biljetten van 20.000 bolívar, om te voorkomen dat de Venezolanen nog langer met enorme pakken geld op zak moeten lopen.

Het Internationaal Monetair Fonds schat de inflatie in Venezuela dit jaar op ongeveer 470 procent en berekende voor 2017 zelfs een stijging naar 1600 procent. Door dalende olieprijzen en wanbeleid van de socialistische regering van Maduro is een tekort aan dollars ontstaan voor het importeren van levensmiddelen en medicijnen. Venezuela produceert nauwelijks zelf, het olierijke land drijft op import.

Amerika is de vijand

Volgens critici is Maduro’s eis het geld snel uit roulatie te nemen niet realistisch. Econoom Romero: „Zoiets doe je in fases, niet in een keer. Je veroorzaakt alleen maar meer onrust en paniek en het is funest voor de economie, voor zover je hier in Venezuela nog van ‘een economie’ kunt spreken.”

Maduro blijft erbij dat de Verenigde Staten, hun bondgenoot Colombia en de rechtse oppositie in Venezuela samenzweren. Doel: middels een economische oorlog de Bolivariaanse revolutie van Maduro’s voorganger, de in 2013 overleden Hugo Chávez, vernietigen. „We zullen onze vijanden bestrijden met alle middelen die we hebben en ons niet kapot laten maken”, aldus Maduro zondag tijdens een urenlange toespraak op tv.