Commentaar

Een windpark van Shell

Vier tot vijf miljoen Nederlandse huishoudens betrekken over krap negen jaar hun elektriciteit van windparken in de Noordzee. Maandag werd bekend dat een consortium van Shell, Van Oord, Eneco en het Japanse Mitsubishi het tweede nieuwe park op de Noordzee bouwt, voor de kust bij Borssele. Het Deense bedrijf Dong won deze zomer al de aanbesteding voor het eerste park. Opvallend is dat Dong destijds aanbood om te bouwen tegen een prijs die overeenkomt met 7,27 cent per opgewekte kilowattuur. Dat werd destijs al buitengewoon laag gevonden. Maar Shell en consorten bouwen nu voor nog minder: 5,45 cent. Een en ander betekent dat minister Kamp van Economische Zaken voor de in totaal vijf te bouwen windparken geen 18 miljard euro hoeft uit te trekken, maar slechts 6 miljard.

Zo maakt Nederland werk van de overgang naar duurzame energie. Maar deze recente stap is ook betrekkelijk. Vijf miljoen huishoudens op elektriciteit uit windenergie klinkt veel, maar het komt slechts overeen met 3 procent van het totale landelijke energieverbruik. Zo revolutionair is het allemaal dus nog niet, en het kenmerkt de lange weg die nog te gaan is tot ons land in 2050 de CO2-neutrale samenleving zal zijn, zoals vorig jaar in het Klimaatakkoord in Parijs is overeengekomen.

Vorige week presenteerde Kamp zijn Energieagenda, de uitwerking van het Energieakkoord waarin 47 partijen, van werkgevers tot werknemers en milieuorganisaties, bindende afspraken maakten om de energieopwekking tot 16 procent groener te maken in 2023. De Energieagenda schetst het afbouwen van het gasverbruik in huishoudens, de overgang naar elektrisch rijden en tal van andere maatregele die tot 2050 nodig zijn. Er is kritiek: op de vaagheid, op het voorgenomen tempo, op de haalbaarheid. En op het feit dat de overheid hier voor nodig zou zijn. Zal de markt zelf dit uiteindelijk zelf niet regelen?

Plannen met een looptijd van 34 jaar kunnen niet meer zijn dan plannen: zij zijn noodzakelijk eerder richtinggevend dan dicterend. Al was het maar omdat niemand zo lang vooruit kan denken. Maar dat betekent niet dat de overheid hier geen rol kan hebben. Zij zet standaards, kan dwingende tussendoelen formuleren. Daar is niets marktvijandigs aan. Het geeft het bedrijfsleven juist houvast, zet aan tot innovatie, concurrentie en hogere productiviteit. Zie het maandag aangekondigde windpark, dat goedkoper blijkt te kunnen dan voorzien. Dat is een bemoedigende ontwikkeling, ook van een oliebedrijf Shell dat vol in duurzame energie stapt. Zolang de bieders van het consortium niet overmoedig blijken te zijn geweest.