Commentaar

Een sluitende begroting

Negen jaar na het uitbreken van de financiële crisis is de Nederlandse economie terug op haar oorspronkelijke niveau, en wordt een begrotingsevenwicht bereikt. Deze prognose, dinsdag gedaan door het Centraal Planbureau (CPB), is verheugend. In termen van welvaartsgroei is er een lange, verloren, periode achter de rug. De Grote Recessie, zoals hij is genoemd, was diep en langdurig. En is dat voor veel landen overigens nog steeds.

Het Nederlandse economisch herstel heeft de afgelopen jaren een behoorlijke meewind gehad. De euro verzwakte, de olieprijs ging omlaag en de Europese Centrale Bank heeft de rentes, zowel voor de korte als de lange termijn, naar recordlaagte gedrukt. Toch is het bewonderenswaardig hoe in 2017 alsnog een begrotingsevenwicht wordt bereikt. De economie lijkt niet zo ‘kapotbezuinigd’ als van tevoren werd gevreesd. Daar komt nog bovenop dat ons land, gedwongen door de bodemproblemen in het noordoosten, zijn afhankelijkheid van de gaswinning in de tussentijd óók nog behoorlijk heeft verminderd.

Filosoferen over het alternatief – de inzet van de begroting ter stimulering van de economie in de voorbije jaren – mag intellectueel misschien interessant zijn, maar deze alternatieve geschiedenis valt nauwelijks te schrijven. Minder begrotingsdiscipline en dus minder bezuinigen waren, tijdens de eurocrisis, feitelijk onmogelijk. Ons land heeft er, juist door de begrotingsdiscipline, zeer veel baat bij gehad dat het door de financiële markten blijvend werd ingedeeld bij Duitsland. Met lagere rentevoeten tot gevolg.

De vraag wordt nu wat te doen met het begrotingsevenwicht dat in 2017 voorzien wordt door het CPB – en dat makkelijk zou kunnen uitpakken als een klein overschot. De verleiding kan, met de parlementsverkiezingen van maart in het vooruitzicht, groot worden om weer meer te gaan uitgeven, bijvoorbeeld om de grootste pijn van de bezuinigingen te verlichten. Dat zou verkeerd zijn. Het is de bedoeling om in normale tijden een begrotingsevenwicht aan te houden. Zo hoeft, bij een nieuwe recessie, niet te worden bezuinigd. Het tekort kan dan vanzelf oplopen, om weer te dichten bij herstel. Dat is het hele idee achter de begroting als ‘automatische stabilisator’: niet bezuinigen bij tegenslag, maar ook niet extra uitgeven als de economie al op stoom is. Zo wordt de economische cyclus getemd, en niet versterkt.

Tekorten zijn de norm: het is dan ook begrijpelijk dat een sluitende begroting als een uitzonderlijk verschijnsel wordt gezien. Dat is een misvatting. We zullen eraan moeten wennen dat een evenwicht, of een klein overschot, normaal is.