Column

Drie keer woord-kick, duizend punten

Afbeelding uit het boek The tale of the Flopsy Bunnies van Beatrix Potter Illustratie Frederick Warner & CO. Inc.

In een rolstoel wordt ze de Troonzaal van het Koninklijk Paleis op de Dam binnen gereden en zonder hulp komt ze het podium niet op. Ik wil het niet weten, maar het is zo: Dame Antonia, beter bekend als de schrijfster A.S. Byatt, is 80 en breekbaar. Wankel ontvangt ze de Erasmusprijs. Maar zodra ze haar dankwoord begint af te steken, staat ze recht en verandert ze in de kalme vulkaan die ik ken uit al die geweldige romans van haar. Ze heeft het over de kracht van woorden, niet omdat ze ergens naar verwijzen of een verhaal inkleuren, maar om zichzelf.

Ze geeft een voorbeeld uit de slotakte van Shakespeares Macbeth. En hoe ze het doet weet ik niet, maar nu heeft ze het over Beatrix Potter: The Tale of the Flopsy Bunnies, het verhaal van de konijntjes die wederrechtelijk in een moestuin de sla opeten en in slaap vallen, wat ze bijna fataal wordt. Byatt herinnert zich hoe ze als kind werd getroffen door een woord: ‘soporific’. Ze kon net lezen en daar stond het, „ook nog in één zin met ‘Flopsy’”. Ze stuiterde van genot. Ik stuiter op mijn beurt weer bij het horen van het woord ‘Flopsy’ uit de mond van A.S. Byatt.

Ik ken de kick van mysterieuze woorden. Ik herinner me dat ik ‘grootvizier’ las, in ‘1001 Nacht’. En ‘cypers’, in een tearjerker over een verloren poesje. Wat ze betekenden wist ik niet, het ging, precies zoals bij Byatt, om die woorden zelf. „Had jij als kind ook zo’n woord?”, vraag ik Stedelijk Museumcurator Lennart Booij, die toevalig naast me staat. „Archeologie”, zegt hij direct.

De waarde van woorden mag nooit over het hoofd gezien worden. Een toneelmaker als Ivo van Hove beseft dat terdege, realiseer ik me, terwijl ik zijn stuk De dingen die voorbijgaan zie. Hij halveerde de titel van Couperus’ roman ‘Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan’. Drie woorden minder, het scheelt alles: niet alleen de oude mensen worden gefnuikt door ‘de dingen die voorbijgaan’, het bloed dat ze vergoten ondermijnt al hun nakomelingen. De troosteloosheid die hij dit stuk over de schouders hangt, bezegelt Van Hove met een woord: „vergelding”. Actrice Frida Pittoors zegt het als de kreet van een bange vogel. Aan het slot zakt de playboykunstenaar Lot (Aus Greidanus jr., let op hem!) al redenerend weg in de mist. Zijn woorden verdwijnen met hem mee. Dat is triest en dat is alles. Meer niet, en dat is het ergste.

Toneel is dichtkunst, woorden tellen. Katie Mitchell regisseerde De meiden, een even beroemd als berucht stuk van Jean Genet over de sm-relatie van twee dienstmeisjes en hun Mevrouw.

Er is grote heftigheid, maar het laat me koud, want geen zin komt tot zijn recht en bovendien is een deel in het Pools. Een huzarenstukje van de actrices, een lege truc van de regisseur. Mitchell schuift het woord naar het tweede plan. De tekst is een maalstroom. De meiden en hun smart worden weggespoeld.