Douanier Gerrit G. afgeluisterd door politie-informant

Voor de informant, gelieerd aan een drugskartel, zou onder meer een appartement en afluisterapparatuur geregeld zijn.

Archiefbeeld. Deze auto is niet bij de zaak betrokken. Foto Victor Wollaert / ANP

De politie is op de hoogte geweest van een actie om de corrupte douanier Gerrit G. af te luisteren. De man die de twee weken terug uitgelekte opnames maakte in Rotterdam, stond ingeschreven als informant van het Team Criminele Inlichtingen (TCI). Hij is naar eigen zeggen gelieerd aan een cocaïnekartel uit Colombia.

Dat bleek woensdagochtend tijdens de strafzaak van Gerrit G. en zijn medeverdachten. Advocaat Jan-Hein Kuijpers vertelde aan de rechtbank dat hij contact heeft gehad met deze informant die de bijnaam Paul heeft gekregen.

Appartement en apparatuur

Paul heeft in groot detail aan Kuijpers verteld hoe de opnames van het gesprek met Gerrit G. tot stand zijn gekomen. Dat hij is bezocht door TCI in Colombia. Dat zijn uitstaande straf in Nederland werd geschorst zodat hij naar Nederland kon komen. Er werd een appartement ter beschikking gesteld door de politie evenals een apparaat voor het maken van de opnames.

Het Openbaar Ministerie bevestigde vanochtend een groot aantal van deze opmerkelijke details die Kuijpers eerder per brief had gedeeld met justitie. De officier van justitie stelt dat zij voor de brief van Kuijpers niet op de hoogte was van de gebeurtenissen rond de opnames die eerder via een andere informant bij de politie en een aantal journalisten terecht waren gekomen.

Lees meer over de gelekte gesprekken: Corrupte ex-douanier Gerrit G. opnieuw aangehouden

Criminele burgerinformant

Volgens Kuijpers is informant Paul gerund als een criminele burgerinformant. Het is duidelijk dat hij betrokken is bij drugssmokkel, heeft nog een uitstaande celstraf in Nederland en hij vertegenwoordigt de belangen van een Colombiaans drugskartel. Als je zo iemand inschrijft als informant, weet je wat de gevolgen kunnen zijn, zo stelde Kuijpers.

Volgens Kuijpers stelt Paul dat de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA) nauw betrokken is bij de opsporing van cocaïnetransporten via de havens van Antwerpen en Rotterdam. Paul stelt dat daarbij bewust ladingen cocaïne worden doorgelaten. “Als dat klopt hebben we hier te maken met een nieuwe IRT-affaire”, stelt Kuijpers. Hij wil dat Paul een vrijgeleide krijgt en in Nederland als getuige wordt gehoord.

OM: horen niet nodig

Het Openbaar Ministerie stelt dat de opnames van Gerrit G. gezien de voorgeschiedenis niet als bewijs kunnen worden gebruikt en dat daarmee de getuigenis van Paul verder niet relevant is voor de beslissingen die de rechtbank in deze zaak moet nemen. Daarom vindt justitie het horen van Paul niet nodig.

Net als Kuijpers stellen de advocaten van de andere verdachten dat het horen van informant Paul van groot belang is. Tijdens de behandeling bleek dat een andere verdachte in het onderzoek naar de douanier ook was benaderd door de TCI en vervolgens met een speciale telefoon naar Libanon afreisde. Deze verdachte en getuige, René F, stelt dat hij daar op verzoek van TCI informatie heeft verzameld over een rivaal uit de Rotterdamse onderwereld.

Dit werd in eerste instantie ontkend door het Openbaar Ministerie maar bleek later toch te kloppen. Al stelt justitie nog altijd dat René F. op eigen initiatief naar Libanon is gegaan en dat hij niet is ingeschreven als informant bij TCI. De informatie die hij aan de politie heeft gegeven heeft dan ook een andere status.

Het is nog onduidelijk wanneer de rechtbank beslist over alle verzoeken die inmiddels zijn gedaan.