Digitaal opvoeden: jongeren luisteren wél naar ouders

Media-onderzoek

Ouders hebben wel degelijk invloed op het digitale-mediagebruik van hun kinderen. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek onder ruim duizend tieners.

Foto Arenda Oomen / HH

Bij het leren omgaan met digitale media spelen ouders een grotere rol dan vaak gedacht. Hun lessen en voorkeuren klinken door in de opvattingen van tieners.

Dat blijkt uit het onderzoek Vanzelf Mediawijs?, waarvoor ruim duizend Nederlandse jongeren tussen de 12 en 15 werden ondervraagd over hun gebruik van digitale media. Het onderzoek is van antropoloog Marrije Prins en marktonderzoeker Sophie Geelen, in opdracht van Mediawijzer.net, een koepel van organisaties die zich bezighouden met mediawijsheid.

De deelnemers vulden een vragenlijst in. Daarnaast interviewden de onderzoekers elf jongeren thuis, tussen hun favoriete digitale apparaten. Dergelijk onderzoek, waarbij zonder bemoeienis van ouders of school gevraagd wordt naar hoe jongeren in hun vrije tijd digitale media gebruiken, is in Nederland nog maar weinig gedaan.

Bij de vraag van wie jongeren het meest leren in hun vrije tijd, staan ouders onbedreigd op de eerste plaats: 34 procent. Ver boven vrienden (15 procent) en informatieve sites (9 procent). In totaal konden de deelnemende jongeren bij deze vraag kiezen uit elf opties. Ook groot nieuws bereikt jongeren het eerst via hun ouders.

Zo’n driekwart van de jongeren zegt ouders te hebben die regels stellen over het gebruik van smartphones – waarbij lager opgeleiden meer uitleg krijgen over het waarom van die regels dan hoger opgeleiden. Onderzoeker Marrije Prins merkt op dat veel jongeren zich die regels eigen maken. „Ze ervaren het dan niet meer als iets wat ouders aan hen opleggen, maar als hun eigen opvattingen.” De invloed van ouders blijkt ook uit hun voorkeuren voor apps, merken of titels, volgens Prins. „Daar waar we voornamelijk de invloed van vrienden en leeftijdsgenoten verwachtten, blijkt de invloed van ouders nadrukkelijker aanwezig dan gedacht.”

Jongeren gebruiken internet in de eerste plaats om contact te maken met anderen. Meisjes doen dat vooral via sociale media; jongens met gamen. Ook in hun onderlinge omgang hanteren ze regels. Zo bestempelen ze het zelf niet, zegt Prins, maar bij doorvragen geven ze alsnog veel voorbeelden van wat je wel en niet doet. „Bijvoorbeeld foto’s liken van vrienden op Instagram. Dat doe je gewoon, ongeacht of je de foto leuk vindt.”

En bepaalde foto’s deel je niet in een groep. De vijftienjarige Juan zegt: „Bijvoorbeeld als er een foto wordt gemaakt op een feestje waar mensen drinken en smoken. Dat is gevoelig. Als mensen dan niet zijn uitgenodigd en dat zien, kunnen ze boos worden.”

Voor de meeste jongeren zijn die regels heel duidelijk, denkt Prins. Per vriendengroep kunnen ze verschillen.

Ten slotte: jongeren waken zorgvuldig over hun privacy. Ze schermen hun telefoon niet alleen af voor nieuwsgierige ouders, maar ook voor leeftijdsgenoten. Ze willen niet dat anderen hun appjes lezen of zien welke foto’s zijzelf óf vrienden plaatsen. Ook heeft een grote meerderheid (71 procent) zijn accounts op sociale media niet openbaar. Dit geldt voor alle opleidingsniveaus.

Al met al gaan de meeste jongeren goed om met digitale media, vinden de onderzoekers. „Natuurlijk zijn er ook excessen, maar die zijn wij in dit onderzoek niet tegengekomen.”