Column

De kunstenaar is (vaak / nog altijd) een armoedzaaier

Sandra Smallenburg

Het is een romantisch beeld van het straatarme kunstenaarschap dat Marina Abramovic schetst in haar biografie Walk Through Walls. Geen cent had ze, toen ze in 1977 met haar geliefde Ulay in een Citroënbusje door Europa zwierf. „Soms hadden we eten, soms niet”, schrijft ze. „Ik weet nog dat ik naar pompstations ging met een lege bronwaterfles om benzine te kopen, meer konden we niet betalen.”

Het jonge stel ging waar de wind hen heen voerde. In hun woonplaats Amsterdam hadden ze naast Galerie De Appel een schoenendoos gehangen die als postbus fungeerde. Eens per week belden ze vanuit een telefooncel naar De Appel, om te horen door welke galeries ze waren uitgenodigd om een performance te houden. Dan reden ze daarheen. „We hadden vrijwel niets”, schrijft Abramovic. Toch waren ze „echt de gelukkigste mensen op aarde”.

Als het om betalen ging, gaven de galeries vaak niet thuis. Hilarisch is de beschrijving van de performance Imponderabilia die Ulay en Abramovic in juni 1977 in de Galleria Comunale d’Arte Moderna in Bologna hielden. Het is een van hun bekendste werken: de kunstenaars die poedelnaakt in de deuropening van de galerie staan en het publiek dat zich tussen hen door moet wurmen. Voor hun medewerking zou het duo vooraf 750.000 lire uitbetaald krijgen, ongeveer 300 euro – een fortuin waarvan ze weer weken konden leven. Maar toen ze minuten voor aanvang van de performance nog steeds niet betaald waren, raakten de kunstenaars wanhopig. Ulay stormde naakt het kantoor van de secretaresse binnen, die hem verbijsterd het geld gaf. Waarna hij de stapel bankbiljetten in een plastic zakje deed, in de stortbak van de wc verstopte en de performance afmaakte.

Veertig jaar later loopt het betalingsverkeer richting kunstenaars weliswaar soepeler, maar een vetpot is het niet. Keer op keer blijkt uit onderzoeken dat het merendeel van de beeldend kunstenaars akelig dichtbij de armoedegrens leeft. Maar er gloort een lichtpuntje. Vanaf 1 januari is er een richtlijn voor kunstenaarshonoraria, die ervoor moet zorgen dat kunstenaars een redelijke vergoeding krijgen voor de tentoonstellingen die ze maken. Bovendien heeft cultuurminister Bussemaker besloten 600.000 euro extra uit te trekken voor de honoraria voor kunstenaars. Instellingen die hun kunstenaars netjes betalen, krijgen via het Mondriaan Fonds een extra financiële stimulans.

Met de financiële situatie van Marina Abramovic is het vanzelf goed gekomen. In 1989 kocht ze voor 40.000 gulden een oud drugspand in Amsterdam, dat ze dertien jaar later voor meer dan 3,5 miljoen euro verkocht. Ze woont nu op een tien hectare tellend landgoed in Malden Bridge, Upstate New York.