Recensie

De ‘Elphi’ biedt volop spektakel

Elbphilharmonie Hamburg

De nieuwe Elbphilharmonie in Hamburg heeft een stadsplein op het dak, dat een schitterend uitzicht biedt op de stad en haven.

‘Wij streven naar schoonheid”, zei Jacques Herzog onbeschroomd op een koude novemberavond tijdens een openbaar interview in het glaspaleis van het Duitse weekblad Der Spiegel in Hamburg. „Ja, ja, ik weet het: schoonheid is voor de meeste architecten taboe. Ze zeggen dat het niet ter zake doet en willen er niet over praten. Maar voor ons is architectuur altijd meer dan een gebouw dat goed functioneert. En zoals mooie gebouwen minder gauw verwoest of gesloopt worden, zo geloof ik dat de schoonheid van de Elbphilharmonie de reden is waarom het gebouw ondanks de grote moeilijkheden is voltooid. En dat de Hamburgers het gebouw nu in hun harten hebben gesloten.”

Aanleiding voor de ontboezeming van Jacques Herzog (1950), een van twee naamgevers van Herzog & De Meuron, het Baselse bureau dat eerder onder meer de Tate Modern in Londen (2000) en het Olympisch stadion in Beijing (2008) ontwierp, was de vraag hoe het mogelijk was dat het bouwschandaal van de Elbphilharmonie (bijna 700 miljoen euro overschrijding van de begroting) zo weinig commotie had veroorzaakt in de Freie und Hansestadt Hamburg.

IJsberg of zeilschip

Hoe gering de weerzin van de Hamburgse bevolking tegen de glazen ijsberg bovenop een bakstenen pakhuis inderdaad is, bleek later, toen de Spiegel-redacteuren ter afsluiting van het interview de microfoon in de bomvolle zaal lieten rondgaan. De Hamburgers stelden alleen vriendelijke en belangstellende vragen over het gebouw aan de Elbe dat lang voor de officiële opening op 11 januari 2017 het beeldmerk van Hamburg is geworden.

Nee, niet een ijsberg of een zeilschip is de Elbphilharmonie aan de rand van Speicherstadt, de historische pakhuizenwijk aan de Elbe, antwoordde Pierre de Meuron (1950) op de vraag wat het Hamburgse beeldmerk nu eigenlijk moet voorstellen.

„Zo gaat het niet bij onze ontwerpen”, legde hij uit. „We gaan niet lineair te werk. Ik zou het ook niet interessant vinden als een gebouw dat aan drie kanten wordt omringd door water op golven lijkt. Het is, zal ik u bekennen, een tent, zoals de Philharmonie van Hans Scharoun uit 1963 in Berlijn. Maar iedereen mag er natuurlijk in zien wat hij wil.”

De meest kritische vraag was waarom de ingang van Elphi, zoals de Hamburgers het gebouw al liefkozend noemen, op de begane grond zo weinig feestelijk is. „Dat komt doordat hier niet de echte ingang zit”, antwoordde Herzog. „Die bevindt zich op het dak van het pakhuis uit de jaren zestig. Hier hebben we op een hoogte van bijna veertig meter een nieuw, publiek toegankelijk plein van gemaakt. Het is een echt stadsplein waar zich niet alleen de ingang van de concertzaal bevindt maar ook die van het hotel en van de tientallen appartementen die ook in het gebouw zijn ondergebracht.”

Herzog had ook kunnen antwoorden dat de ingang op de begane grond inderdaad niet theatraal is, maar dat het spektakel wel direct daarachter begint. Alle bezoekers en bewoners van het gebouw moeten over een gebogen, eindeloos lijkende roltrap door een hemels witte, steeds nauwer worden tunnel van 86 meter naar de Plaza, zoals het nieuwe, halfopen met rode klinkers bestrate dakplein is gedoopt.

Vanaf hier hebben de bezoekers, al dan niet door golvende glaswanden, een schitterend uitzicht op de stad aan de ene kant en op de haven aan de overkant van de Elbe.

Welvende trappen

Vanaf de Plaza voeren welvende, houten trappen naar twee muziekzalen. De kleinste van de twee, een flexibele vlakke-vloerzaal waar 550 stoelen kunnen worden neergezet, is van onder tot boven van hout.

De wanden zijn bekleed met dikke houten panelen met grote bobbels die de zaal op een grote grot doen lijken. De feestelijke tocht naar de grote zaal gaat over een stroom van brede, luie trappen en door ruimtes met buigende en schuine plafonds en wanden die zich zo nu en dan openen, zodat de bezoeker naar buiten kan kijken of een blik omhoog kan werpen op een waterval van trappen.

Ook voor de grote zaal zelf hebben Herzog en De Meuron goed naar het concertgebouw in Berlijn gekeken. De Weinberg, zoals de architecten zelf de grote zaal met 2.100 plaatsen in de Elbphilharmonie noemen, is een geperfectioneerde versie van Scharouns beroemde zaal. Net als in de Berliner Philharmonie staat het podium in het midden van de zaal en zijn de stoelen er rondom neergezet in grillig gevormde vakken die als tribunes steil omhooglopen.

Maar met dertig meter als maximale afstand van een zitplaats tot het podium is de Hamburgse concertzaal niet alleen compacter dan de Berlijnse, maar ook vormen de vakken in de Elbphilharmonie een vloeiender geheel dan die in de Berliner Philharmonie.

De organische vormen van de Hamburgse zaal worden beklemtoond doordat alle wanden en balustrades zijn bekleed met duizenden akoestische, beige panelen met bladnerfachtige structuren waarvan er, net als bij planten, geen twee dezelfde zijn.

Ook de plantaardige benadering hebben Herzog en De Meuron tot het perfecte uiterste doorgezet. Zelfs de pijpen van het orgel zijn verborgen achter nerfpanelen en boven het podium hangt een grote geluidsdemper in de vorm van een gigantische stamper, alsof het plafond een reuzenlelie is die de grandioze, plantaardige zaal van de Elbphilharmonie op passende wijze afdekt.

Architectuur

Elbphilharmonie, Hamburg. Architecten: Herzog & De Meuron. Opdrachtgever: Freie und Hansestadt Hamburg. Ontwerp: 2003. Oplevering: 2016.