SCP over integratie: iedereen voelt zich steeds minder thuis in Nederland

Er zijn minder Nederlanders die vinden dat er in hun land te veel vreemdelingen wonen dan tien jaar geleden.

Foto ANP / Bas Czerwinski

In een tijd van heftige debatten over integratie – Zwarte Piet, ‘minder Marokkanen’ – is het onverwacht nieuws: er zijn minder witte Nederlanders die vinden dat in hun land te veel vreemdelingen wonen dan tien jaar geleden. Migranten in Nederland, of hun kinderen, halen hun achterstand in het onderwijs ook snel in. En ze spreken en schrijven steeds beter Nederlands.

Het staat in de studie Integratie in zicht? die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deze donderdag publiceert, gebaseerd op gegevens (tot eind 2015) uit het langlopende onderzoek Survey Integratie Migranten.

Het gaat vooral over de vier grootste niet-westerse migrantengroepen: Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders – naast een ‘witte’ controlegroep. Uit elke groep zijn zo’n duizend mensen ondervraagd.


Nederlanders zonder migratieachtergrond zijn ook optimistischer geworden over integratie: in 2006 was meer dan de helft van de ondervraagden er zeker van dat de etnische spanningen in Nederland zouden toenemen, nu denkt ruim 30 procent dat.

Daarmee houdt het goede nieuws ook wel op. Het is bijvoorbeeld niet zo dat al die steeds beter opgeleide Nederlanders met een migratieachtergrond nu makkelijker aan goed werk komen. Bijna 40 procent van hen heeft flexibel werk – bij witte werknemers is dat 24 procent – en de jeugdwerkloosheid is bij hen drie keer zo hoog.

De SCP-onderzoekers zijn nagegaan hoe dat komt. Voor de helft, zeggen ze in hun studie, is het verschil te verklaren door de wat geringere werkervaring die mensen uit migrantengroepen vaak hebben en – nog steeds – een lager opleidingsniveau.

Maar verder? Discriminatie speelt volgens het SCP zeker mee, naast misschien minder efficiënt zoekgedrag en een minder goed ‘functioneel netwerk’: hoe meer mensen je kent op handige plekken, hoe groter je kansen op werk.

Klagende jongeren

De onderzoekers hebben niet kunnen vaststellen dat migranten of hun kinderen nu méér omgaan met witte Nederlanders dan tien of vijftien jaar geleden. Ze zien wel dat de „belevingswereld” van witte en niet-witte Nederlanders uit elkaar groeit.
SCP-onderzoeker Iris Andriessen: „Autochtone Nederlanders vinden dat Nederland steeds opener en gelijkwaardiger wordt. Migranten denken daar juist steeds negatiever over. Zij hebben steeds minder het gevoel dat ze erbij horen en vinden dat het maatschappelijk klimaat verhardt.”

Vooral Marokkaanse jongeren klagen daarover. En uit SCP-onderzoek blijkt dat ze gelijk hebben: witte Nederlanders noemen Surinamers „goed geïntegreerd” en „gezellig”, van Turkse Nederlanders vinden werkgevers vaak dat ze hard kunnen werken, Antillianen scoren minder goed, maar wel ‘neutraal’ in het gevoel dat ze oproepen, en bij Marokkaanse Nederlanders is het volgens de SCP-studie ‘negatief’: „Zij bungelen onderaan in de etnische hiërarchie en hebben daarmee waarschijnlijk het meest te maken met negatieve stereotypering.”

De criminaliteitscijfers, die het SCP ook onderzocht, helpen er niet bij: het aandeel verdachten uit migrantengroepen daalt, maar ze blijven oververtegenwoordigd in de statistieken – vooral Marokkanen.

En toch: in het voortgezet onderwijs doen juist kinderen met een Marokkaanse achtergrond het steeds beter. Er zijn ook steeds meer van die gezinnen die thuis alleen maar Nederlands spreken: nu 60 procent, tien jaar geleden 40 procent. Bij Turkse gezinnen gaat die verandering minder snel: daar spreekt nu 40 procent alleen Nederlands met de kinderen, in 2006 was dat 30 procent.

Terug naar Turkije

Turkse Nederlanders, blijkt ook uit het SCP-onderzoek, vinden vooral elkaar belangrijk – en hun land van herkomst. Van hen zou 43 procent het liefst permanent terugkeren. En ook bij de tweede generatie, geboren in Nederland, groeit dat verlangen, zegt onderzoeker Iris Andriessen: „Van hen ziet nu ongeveer eenderde dat als een mogelijkheid en dat is opvallend veel. Bij andere migrantengroepen zie je dat niet bij de tweede generatie.”

Andriessen denkt dat het komt door de economische mogelijkheden die ze zien in Turkije. „In Marokko zijn die veel geringer. En het is politiek: er is een flinke groep die een sterke band heeft met hun land van herkomst en Erdogan steunt.”

Turkse Nederlanders, blijkt uit het onderzoek van het SCP, voelden zich tien jaar geleden al minder thuis in Nederland dan de andere drie migrantengroepen en ze zijn daar nog iets minder positief over gaan denken. Bij de Marokkaanse en Antilliaanse Nederlanders is er een duidelijker neergang: in 2006 voelde nog zo’n 80 procent zich helemaal thuis, nu rond de 60.

Bij de Surinaamse Nederlanders is het minder gedaald en nog steeds voelt ruim 70 procent zich op z’n plek in Nederland. Ze vinden wel dat ze het steeds moeilijker hebben: tien jaar geleden zei 15 procent van hen dat witte Nederlanders mensen met een andere afkomst vaak discrimineren, nu denkt 41 procent er zo over.

Door de Zwarte Piet-discussie?

„Het zou zeker kunnen dat mensen daar sensitiever door worden”, zegt SCP-onderzoeker Andriessen. „Dat ze het probleem ermee nu, en niet onterecht, eerder zien.”