Stemmen uit Aleppo: “Maak een einde aan deze ramp”

Vrees voor bloedbad Het bestand van dinsdag werkt niet, de bombardementen gaan door. Onze redacteuren spraken een aantal bewoners.

Op de Dam in Amsterdam kwamen woensdagavond enkele honderden personen bijeen om stil te staan bij de slachtoffers in Aleppo. Foto Tammy van Nerum

In Aleppo zijn woensdag opnieuw hevige gevechten uitgebroken, ondanks het bestand dat daags tevoren was afgekondigd. Syrische troepen en hun bondgenoten rukten na zware luchtbombardementen op de oostelijke wijken waar nog tienduizenden wanhopige burgers vastzitten, verder op en verkleinden het toch al sterk gekrompen gebied van de rebellen nog verder.

De Syrische regering en de rebellen gaven elkaar de schuld van het mislukken van het staakt-het-vuren, dat door Rusland en Turkije was geïnitieerd. Een belangrijke reden lijkt dat Iran, naast Rusland de belangrijkste bondgenoot van het regime van president Assad, er niet voor voelde om in het zicht van de totale overwinning op de rebellen een bestand af te kondigen. Ook de strijders van Hezbollah waren hiertoe niet genegen. Kort voor de evacuatie van de laatste rebellen en mogelijk ook burgers had moeten beginnen, kwam Iran met nieuwe eisen voor de dag.

Het was woensdagavond niet duidelijk of het bestand nog op enigerlei wijze in werking zou kunnen treden. Een woordvoerder van Nour al-Din al-Zinki, een van de rebellengroepen, verklaarde tegenover het persbureau Reuters dat er alsnog een nieuwe overeenkomst was bereikt. Die voorziet volgens hem niet alleen in de evacuatie van de rebellen, hun familieleden en burgers die dat willen maar ook in de evacuatie van Syrische strijders en de bewoners van twee door de rebellen belegerde dorpen in de omgeving van Aleppo.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Mevlüt Cavusoglu, zei eerder op de dag dat zijn land op 27 december een topconferentie met Rusland en Iran wil houden om tot een oplossing te komen.

Maar veel diplomaten en hulpverleners vrezen dat dat te laat is en dat een verdere opmars van Assads troepen in het oosten van Aleppo dan allang zal zijn uitgemond in een bloedbad. De Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra’ad al-Hussein, wees het regime op zijn plicht om voor de veiligheid van de eigen burgers te zorgen. Verzaking van die plicht zou in de huidige omstandigheden een oorlogsmisdaad kunnen zijn.

Een VN-commissie die mensenrechtenschendingen in Syrië in kaart brengt zei talloze meldingen te hebben gekregen over standrechtelijke executies van mensen, arrestaties zonder enige juridische basis en verdwijningen van mensen. Tegelijk zei ze ook berichten te hebben ontvangen dat de rebellen de burgerbevolking bewust verhinderen om te vluchten naar veiliger delen van de stad. Ze zouden zich ook opzettelijk tussen burgers legeren.

Ook de laatste overgebleven artsen in Oost-Aleppo zeiden „doodsbang” te zijn voor harde represailles van het regime, zei een woordvoerder van Artsen zonder Grenzen. Omdat de gevechten zo hevig waren durfden hulpverleners niet de straat op. Zo bleven gewonden en doden onverzorgd op straat liggen. „De mensen verliezen het laatste sprankje hoop”, aldus de woordvoerder van Artsen zonder Grenzen.

Dit beschrijven burgers uit Aleppo aan onze verslaggevers: