Cultuur

Interview

Interview

Weerstand tegen examens topbankiers neemt af, stellen AFM en DNB.

Foto Robin Utrecht/ANP

AFM en DNB zijn blij, maar toetsingsbeleid moet beter

Financiële sector

Na protest omarmt de sector toetsing, stellen toezichthouders AFM en DNB.

En toen moesten de toezichthouders zelf een examen afleggen. De afgelopen maanden nam een onafhankelijke commissie het omstreden ‘toetsingenbeleid’ van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) onder de loep. Deze toezichthouders hebben sinds de crisis de bevoegdheid om bestuurders en commissarissen in de financiële sector te toetsen op hun geschiktheid en betrouwbaarheid. Zij mogen bestuurders ook opnieuw toetsen (hertoetsen), als zij daar aanleiding toe zien. Wie de test niet haalt, krijgt de baan niet – of verliest die.

De toetsingen vormden de afgelopen jaren een groot punt van frictie tussen de financiële sector en de toezichthouders. DNB en de AFM vinden ze nodig omdat er met goede bestuurders minder snel problemen zouden ontstaan. Maar in de financiële sector was er felle kritiek op de manier waarop de toezichthouders de toetsingen deden. Zij zouden niet altijd objectief en onafhankelijk zijn. Met bestuurders zou soms afgerekend worden omdat ze de toezichthouders teveel tegen de haren in hadden gestreken. De toezichthouders waren ook regelgever, aanklager en rechter tegelijk.

De commissie presenteerde dinsdag haar resultaten. Enerzijds constateren de onderzoekers dat het beleid „in zijn algemeenheid” adequaat is, en de toezichthouders zich aan de regels houden. Anderzijds komt de commissie de critici tegemoet door te zeggen dat er „aanpassingen en verbeteringen mogelijk en nodig zijn”. Ook de sector moet zijn „eigen verantwoordelijkheid” nemen. Bedrijven en kandidaten moeten zich beter voorbereiden. AFM-bestuurder Femke de Vries en DNB-directielid Frank Elderson reageren in een interview op het onderzoek.

Hoe was het om zelf ‘getoetst’ te worden?

De Vries: „Dit soort dingen zijn voor ons ook spannend. Het was een zware commissie. Maar als je zelf zo’n belangrijke rol hebt, hoort het erbij dat je ook af en toe naar jezelf laat kijken.”

Elderson: „ Er is natuurlijk weleens eerder onderzoek gedaan naar de rol van de toezichthouder, bij bijvoorbeeld de nationalisatie van ABN Amro en bij DSB.”

Jullie zijn wel wat gewend, dus?

Elderson: „Dit hoort bij modern toezichthouderschap.”

Wat vindt u van het rapport?

Elderson: „We zijn er blij mee. Wij hebben altijd gestreefd naar een zo zorgvuldig mogelijk proces en nu zijn er aanbevelingen om het nog beter te doen.”

De Vries: „We zijn blij dat de commissie op de hoofdvraag vaststelt dat wij onze taken adequaat uitoefenen. En we zijn blij dat de sector toetsingen inmiddels omarmt, omdat ze bijdragen aan een hogere kwaliteit van bestuur. Aanvankelijk was er weerstand.”

Elderson: „De commissie complimenteert ons ook dat wij een lerende organisatie zijn. Wij hebben zelf eerder al verbeteringen doorgevoerd, bijvoorbeeld door kandidaten erop te wijzen dat ze een advocaat mee mogen nemen.”

Over dat laatste oordeelt de commissie nu dat dit geen goed idee is. Het zou bij kandidaten het gevoel opwekken dat ze verdachte zijn. Twee jaar geleden zei DNB nog dat advocaten niet nodig waren. Je neemt toch ook je moeder niet mee naar een sollicitatiegesprek, was de redenatie. Toch stonden jullie het op zeker moment toe.

De Vries: „Soms is het onvoorspelbaar wat bijdraagt aan een beter proces.”

Elderson: „Wat voor de een wel werkt, werkt voor de ander soms niet. We zullen de aanbeveling van de commissie op dit vlak volgen.”

Welke opmerkingen van de commissie trekt u zich het meest aan?

De Vries: „Dat wij meer kunnen bijdragen aan de diversiteit in raden van bestuur. Die diversiteit willen wij juist vergroten, dat is gezond. De sector is daar natuurlijk primair zelf voor verantwoordelijk. Maar de perceptie leeft dat wij alleen kandidaten goedkeuren met een zware financiële achtergrond. Dat is een misverstand, maar wij moeten dus meer doen om dat misverstand weg te nemen.”

Wat gaan jullie doen?

Elderson: „De commissie stelt voor dat bedrijven een ‘levend document’ opstellen, waarin ze bijhouden wat hun missie, strategie en verdienmodel is, en wat voor bestuur daar bij past. Dat maakt het voor ons gemakkelijker om te begrijpen waarom ze bepaalde mensen zoeken.”

De commissie haakt ook in op een van de fundamentele punten van kritiek die in de sector is geuit: de toezichthouders zijn regelgever, aanklager en rechter tegelijk. De commissie stelt voor dat er een externe ‘stem’ wordt betrokken in de toetsingen.

Elderson: „De commissie oordeelt – gelukkig – dat wij op een adequate manier invulling geven aan de beroep- en bezwaarprocedure. Maar er zijn meerdere maatregelen en meer waarborgen nodig. Als je op een hoger plan wilt komen, moet je dat serieus nemen. Dat gaan we doen.”

Wat gaat u doen met die aanbeveling?

De Vries: „Wij gaan nadenken over hoe we zo’n externe rol moeten invullen. Wat voor rol geef je zo iemand precies? In ieder geval moet hij betrokken zijn bij het proces. Maar ook bij de besluitvorming? Die adviseur moeten ook echt onafhankelijk zijn. Niet dat later blijkt dat hij en de getoetste elkaar regelmatig treffen.”

De aanbeveling wordt dus niet meteen omarmd?

Elderson: „Dat moet niet de afdronk zijn. Onze grondhouding ten aanzien van deze en andere aanbevelingen is juist positief. We hebben zelf ook al gekeken naar een externe stem. Als onderdeel van ons eigen verbeterplan vorig jaar, zijn we begonnen met een proef. Wie zouden er in zo’n groepje van adviseurs kunnen zitten? Wie willen dat? Daar zijn we tijdelijk mee gestopt in afwachting van het onderzoek van de commissie.”

Is het ook denkbaar dat het er niet van komt, omdat het praktisch lastig is? Of kun je de aanbevelingen van de commissie niet negeren?

Elderson: „De commissie vindt dit een goed idee en dat vonden wij ook al. We gaan nu serieus verder met de proef. Ik weet niet precies waar we over twee, drie jaar staan, maar we beginnen er met een positieve houding aan.”

Keert de ‘vrede’ tussen de toezichthouders en de financiële sector na deze aanpassingen weer terug?

Elderson; „Het rapport laat duidelijk zien dat ook in de sector het nut van toetsingen nu alom wordt erkend. Er komen steeds meer goede bestuurders. Dat is een gezamenlijk belang. Als er veel betrouwbare en geschikte bestuurders werken in de sector, hebben we geleerd van de crisis.

De Vries: „Dat het spannend blijft en dat de toetsingen moeilijk zijn, dat blijft. Ik denk wel dat het altijd heel goed is dat er een gezonde spanning is voor de inhoud van het gesprek, daar is geen twijfel over.”