Cultuur

Interview

Interview

Prins Constantijn in de galerie van het Prins Claus Fonds voor Horizon van de Ghanese beeldhouwer El Anatsui.

Foto Merlijn Doomernik

‘We vervlakken wel heel erg als we cultuur afdoen als frivole luxe’

Prins Constantijn is erevoorzitter van het Prins Claus Fonds dat twintig jaar bestaat en donderdag prijzen uitreikt. „Ik bewonder de mensen die vechten voor hun vrijheid.”

Trots legt prins Constantijn een paar felgekleurde A4’tjes voor zich op tafel om te laten zien welke slogans hij voor een campagne van het Prins Claus Fonds heeft verzonnen. Het zijn posters die het twintigjarige jubileum van het fonds luister bij moeten zetten. „If culture were trivial, why prosecute it?”, staat op een felgele achtergrond en „If cartoons were just for fun, why ban them?” op een roze.

„Wij zien kunst hier nogal eens als luxe, we gaan er veel te frivool mee om. Mensen in andere delen van de wereld zijn bereid te sterven voor het uiten van hun mening en het behouden van hun cultuur”, zegt hij in de bibliotheek van het Prins Claus Fonds.

Om het twintigjarig bestaan van het Fonds enige bekendheid te verschaffen, is hij naar het pand aan de Herengracht in Amsterdam gekomen. Prins Constantijn wil praten over het fonds en het belang dat hij aan kunst en cultuur hecht. Na het overlijden van zijn vader werd hij in 2003 samen met zijn broer Friso, die in 2013 overleed, erevoorzitter van het Prins Claus Fonds, dat kunstenaars, vrijdenkers en erfgoedbeschermers in de hele wereld ondersteunt. Met enige zelfspot noemt hij zichzelf „het meubelstuk”.

Bewaakt hij sindsdien het gedachtengoed van zijn vader? „Dat is niet nodig”, zegt prins Constantijn, „dat zit heel diep in het DNA van het fonds.” Hij woont alle bestuursvergaderingen bij, brainstormt mee, dineert op de verjaardag van zijn vader met de partners van het fonds en reikt jaarlijks de Prins Claus Prijzen uit. Zoals donderdag, als de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul uit zijn handen de Grote Prins Claus Prijs ontvangt.

Vechten om zich uit te drukken

„Wat ik altijd verbazingwekkend vind bij onze prijsuitreikingen, is dat ongeveer de helft van de winnaars een strafblad heeft. Het zijn mensen die vechten voor de vrijheid om zich uit te drukken zoals zij willen onder omstandigheden die heel moeilijk zijn. Neem cartoonist Ali Ferzat uit Syrië. Hij is gearresteerd, gemarteld, zijn vingers zijn gebroken zodat hij niet meer kan tekenen. En toch tekent hij door. Ik vind het een voorrecht dat ik dergelijke mensen mag ontmoeten.”

Zijn belangrijkste herinneringen in die twintig jaar? Vooral die ontmoetingen, zegt hij. Of het nu gaat om mode-ontwerper Carla Fernández uit Mexico die in moderne kleren oude weefpatronen van de Chiapas toepast, of om architect Simón Vélez uit Colombia, die kathedralen van bamboe bouwt. En evenementen als de première van de Sahel Opera, op de kade van de rivier de Niger in Bamako. „Ook omdat het bij zo’n fenomenaal muziekstuk op zijn Afrikaans mis kan gaan, doordat twee vrouwen die er niet bij hoorden in de pauze dansend op het podium hun eigen feestje bouwden.” Of de keer dat hij met Aron Winter een sloppenwijk in Kenia bezocht en dat ze daar tegen jongens en meisjes op blote voeten voetbalden. „Ja, ze wisten wel dat ik een prins uit Nederland was. Maar Aron Winter maakte meer indruk op ze.”

Niet geraakt door vluchtelingen, wel door erfgoed

Even enthousiast praat hij over de activiteiten van het fonds, zoals het Cultural Emergency Response-programma. „We hadden een bestuursvergadering vlak nadat de beelden van het opblazen van de Boeddha-beelden in Afghanistan de wereld over waren gegaan. We zeiden tegen elkaar: ‘Dit kan toch niet.’ Daarom zijn we in actie gekomen toen bijvoorbeeld de bibliotheek in Bagdad werd gebombardeerd. We merken dat mensen daarvoor makkelijker middelen ter beschikking stellen.

Het is tastbaar als je tempels in Palmyra of Romeinse huizen in Aleppo aan gruzelementen ziet gaan.

„Maar dat is natuurlijk ook ongelooflijk wrang. Mensen kunnen hier nu soms redelijk amorf reageren op de stromen van vluchtelingen die komen, ze zijn murw van al het menselijk leed. Maar als, in onze generatie, erfgoed dat al duizenden jaren staat kapotgeschoten wordt, worden ze wel weer geraakt. Het is tastbaar als je de tempels in Palmyra of de Romeinse huizen in Aleppo aan gruzelementen ziet gaan. Soms is het eenvoudiger voor mensen om zich daarmee te associëren dan met de mensen die vechten voor de vrijheid van meningsuiting of die slachtoffer zijn van geweld en onderdrukking. Maar het gaat ons bij het Prins Claus Fonds wel om die mensen en ook om het culturele erfgoed van de toekomst – dat de kunstenaars van nu maken.”

Staat het fonds financieel onder druk?

„De subsidie wordt gehalveerd. In zekere zin is het goed om jezelf opnieuw uit te vinden, om te herdefiniëren wat het Fonds aan waarde toevoegt. Het Fonds is actief op zoek naar bedrijven en mensen die geloven in waar het Prins Claus Fonds voor staat. Maar de combinatie van ontwikkeling en cultuur is een lastige. Het zijn niet bepaald de onderwerpen waar het meeste geld voor te vinden is.”

Waarin ligt voor u de waarde van kunst en cultuur?

„Cultuur onderscheidt ons van het dierenrijk. De beschaving is dat wat ons tot mensen maakt. Overal in de wereld geven mensen een andere invulling aan de beschaving, die rijkdom en diversiteit is heel belangrijk. In veel landen is cultuur een uiting van de eigenheid, van de identiteit. Die wordt bedreigd door de eigen overheid, door economische of geopolitieke belangen of door internationale culturele dominantie.

„Daarnaast moet cultuur tegenwoordig leuk, betaalbaar en commercieel zijn, of het is zinloos. Cultuur is volgens mij ook belangrijk om mensen aan het denken te zetten op een niet-alledaagse manier, om mensen over hun stereotypes na te laten denken, om dogma’s in twijfel te trekken. Als we dat allemaal afdoen als frivole luxe, dan vrees ik dat we heel erg vervlakken.”

Lees ook het interview met conservator Steven ten Thije: ‘Musea moeten zich richten op niet-blank, niet-hoogopgeleid publiek’

Maakt u zich zorgen om een anti-elitaire beweging tegen de kunsten?

„Veel erger vind ik het anti-intellectuele sentiment. Journalisten, kunstenaars, wetenschappers, van wie het werk en de integriteit bijna per definitie in twijfel wordt getrokken. Ook feiten lijken er steeds minder toe te doen. Dat vind ik echt problematisch.

Feiten lijken er steeds minder toe te doen. Dat vind ik echt problematisch.

„Het Prins Claus Fonds is daarom misschien wel relevanter dan ooit. Wij helpen sinds 20 jaar mensen in andere delen van de wereld om op te komen voor vrije kunst, voor vrije media, om zich intellectueel en creatief te kunnen uiten. Nu zie je die dingen ook in het Westen spelen.”

Merkt u als lid van de raad van toezicht van het Stedelijk Museum ook die anti-intellectuele druk op de kunst?

„Er is een heel tegenstrijdige ontwikkeling. Hedendaagse kunst is nog nooit zo populair geweest als nu. Alle musea draaien op volle kracht. In landen in de Golf en in China worden ongelooflijke bouwwerken neergezet voor moderne kunst. Er worden miljarden aan uitgegeven, het kan niet op. Maar aan de andere kant staan musea onder druk om zo veel mogelijk mensen binnen te krijgen, om voor hapklare brokken te zorgen. Kunst krijgt een fastfoodgedachte. Daardoor krijg je een banalisering van de kunst, terwijl ik vind dat kunst het publiek moet uitdagen en vragen stellen. Ik ben niet tegen blockbusters, je kunt die ook doen met een grote integriteit door een diepere boodschap te communiceren. Dat vergt wat van musea, maar zeker ook van de toeschouwers.”

Welke rol speelt kunst in uw eigen leven?

„Ik bezoek vooral musea van moderne en hedendaagse kunst. Het is goed om je eigen leven soms even te vertragen voor alle verhalen die daar verteld worden. Het verhaal van de kunstenaar, van zijn of haar ontwikkeling, van de curator, van de plek. Iedere keer kun je je afvragen wat dat verhaal voor jou doet.

„Ik ben met Willem de Rooij, een conceptueel kunstenaar die ik uit de raad van toezicht van het Stedelijk ken, naar de Biënnale van Berlijn geweest. Hij dwong me daar om echt te kijken naar een conceptueel werk en na te denken over de dilemma’s en verbanden die ik zag. Hij heeft me geleerd de tijd te nemen en meer associatief te kijken zonder vooropgezet waardeoordeel.”

Ligt uw belangstelling vooral bij beeldende kunst?

„Ja. Maar dat komt ook doordat je op elk moment van de dag even een museum kunt binnenlopen. Podiumkunsten hebben het nadeel dat ze op een bepaald moment van de dag worden opgevoerd, en dan moet je maar net tijd hebben.

„Ik ben ook beschermheer van de Vioolconcoursen en van het Nationaal Muziekinstrumentenfondsen. Ik word daar enorm gegrepen door de passie die heel jonge mensen hebben voor hun muziek. Het is ongelooflijk wat zij en hun ouders over hebben voor een carrière, waar op een paar uitzonderingen na heel weinig mee verdiend kan worden. Zij werken veel harder aan het doel dat ze willen bereiken dan wij. Dat spreekt me enorm aan.”

Is liefde voor kunst u meegegeven door uw ouders?

„Toen ik een jaar of zes, zeven was zag ik een enorm wit beeld van Henry Moore in de Toscaanse stad Prato. Dat vond ik toen al indrukwekkend. Het was misschien wel mijn ingang in de moderne en hedendaagse kunst.”

Verzamelt u ook kunst?

„Ik koop wel kunst, maar dat wil ik geen verzamelen noemen. Echte verzamelaars zijn mensen die depots vullen, die geen ruimte meer hebben om het aan de eigen muur te hangen. Bij mij moet het nog wel in huis passen.

„Ik heb een werk van Sylvie Zijlmans, die foto’s maakt waarop je verf naar beneden ziet vallen. Ik vind het leuk om door jonge kunstenaars verrast te worden. Je denkt vaak dat alles al een keer is gedaan en dan vind je iemand die haar foto’s zo heeft georkestreerd dat je denkt: ‘tjee, het is zo voor de hand liggend, zo simpel en puur en toch is het nieuw’.”

En u fotografeert zelf nog?

„Soms, als ik geïnspireerd raak. Ik heb zeven weken door de VS gereisd en toen ik in New York was de kunstbeurs Frieze bezocht. Daar vond ik de bezoekers eigenlijk boeiender dan de kunst. De mensen in New York zijn veel kleurrijker dan op een beurs als Art Basel, daar zie je alleen maar dezelfde mensen. In New York gaat het van de typische galeriehouders tot bloemrijke figuren in de meest bizarre uitdossingen. FriezeFrame heb ik die fotoverzameling genoemd, ik ga er nog steeds wel eens doorheen.”

Geeft u de belangstelling voor kunst door aan uw kinderen?

„Mijn dochters acteren. Ik neem ze net als mijn zoon ook mee naar het museum en dan probeer ik ze dingen uit te leggen. Maar dat houden ze een half uurtje vol en dan is het wel klaar. Fascinerend: op sommige momenten vinden ze iets supermooi en ineens is het weg. We zijn talloze keren naar het Kinderboekenmuseum in het Literatuurmuseum geweest, waar ze wild waren van een apparaat ‘de Slurper’, waarmee je zelf een verhaal kon maken.

„Bij musea voor moderne kunst blijft toch het grote probleem dat je niets mag aanraken. Maar als het wel mag, krijg je ook gekke dingen. Het Stedelijk heeft een werk van Carl Andre waar je overheen mag lopen. Maar dat weten alleen de ingewijden. Die lopen eroverheen, heel demonstratief met de houding ‘hé, ik ben een ingewijde en weet dat ik hier overheen mag lopen’. Dat is net zo geconditioneerd als de mensen die eromheen lopen.”