Recht & Onrecht

Tegenstanders van vaccinatie zijn immuun voor voorlichting

Gedragscolumn Discussiëren over het nut van vaccinatie kan averechts werken, blijkt uit onderzoek. Hoogleraar psychologie Denise de Ridder beschrijft in de Gedragscolumn wanneer mensen zich pas openstellen voor feiten die niet bij hun diepe overtuigingen passen.

De vaccinatie Mexicaanse griep werd in 2009 in Assen toegediend aan kinderen tussen de 6 maanden en 4 jaar. Foto Sake Elzinga

Over weinig zaken bestaat zoveel zekerheid in de medische wetenschap als over het nut van vaccinaties: ze sparen levens en hebben nauwelijks bijeffecten.

Tot niet zo lang geleden was dit ook een geaccepteerd feit bij het grote publiek, met uitzondering van een groep strenge gelovigen die menen dat ziekte en gezondheid aan god moeten worden overgelaten. Dat veranderde toen in 1998 de Lancet een artikel van de arts Andrew Wakefield publiceerde waarin hij een verband suggereerde tussen vaccinatie en autisme. Sinds die tijd zijn er allerlei anti-vaxgroepen actief en wordt op sociale media volop gespeculeerd over de kwade kanten van vaccinaties. Wakefield’s onderzoek bleek op drijfzand te berusten en de man verloor zijn medische bevoegdheid wegens fraude. Maar dat heeft speculaties over de vermeende onveiligheid van vaccins niet doen afnemen. Integendeel.

Verdwaalde zielen bijspijkeren

Sommige ouders geloven zelfs dat hun kinderen geen risico lopen als het gaat om de ziektes die we proberen te bestrijden met vaccinaties of dat die ziektes niet ernstig zijn. In Nederland maakten we voor het eerst kennis met felle tegenstanders tijdens de invoering van vaccinatie tegen het HPV virus in 2010. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, verantwoordelijk voor vaccinatieprogramma’s, is zich een hoedje geschrokken van de negatieve reacties en heeft er lang over gedaan om met een antwoord te komen. Maar nu pakken ze groot uit en investeren in een voorlichtingscampagne van 2 miljoen om verdwaalde zielen bij te spijkeren over het nut van vaccinatie.

Als het de bedoeling was van het RIVM om discussie op te roepen, is de campagne nu al geslaagd. Bij Jeroen Pauw mochten drie moeders die niet op hun mondje gevallen waren hun gal spuwen over vaccinatie. Elk voorzichtige tegenwerping van de bedeesde arts aan tafel werd terzijde geschoven als flauwekul en was olie op het vuur van hun complotdenken. Het gehele optreden was een fraaie demonstratie van het treurige feit dat educatie niet helpt als mensen heilig overtuigd zijn van het tegendeel en argumenteren al helemaal niet. Tegenstanders van vaccineren om de oren slaan met wetenschappelijke feiten voedt juist hun wantrouwen.

Respect tonen voor waarden

De Amerikaanse jurist Dan Kahan, verbonden aan Yale, liet in 2012 zien dat als het gaat om meningen die de uitdrukking zijn van sterk gevoelde persoonlijke waarden - of het nu gaat om vaccinatie of, in zijn onderzoek, klimaatverandering - discussie niet alleen onzinnig is maar juist averechts werkt. Goedbedoelde pogingen om mensen beter te informeren gaan uit van het idee dat tegenstanders niet snappen waar het om gaat. Maar die veronderstelling klopt niet. Mensen - vreemd genoeg, vooral als ze jong en hoog opgeleid zijn - redeneren niet op basis van rationele argumenten als het gaat om zaken die hen aan het hart gaan.

In het geval van vaccinatie lijkt de scepsis over wetenschappelijke feiten gevoed te worden door een gevaarlijk neo-romantisch verlangen naar ‘natuurlijk’ en ‘authentiek’ gecombineerd met een afkeer van technologie. Het zal niet helpen om over die waarden in discussie te gaan, is de conclusie van Kahan’s onderzoek. Als je wilt dat mensen open staan voor nieuwe feiten die niet passen bij hun overtuiging, moet je respect tonen voor hun waarden – hoe lastig dat ook is als het gaat om misvattingen over vaccinatie. Alleen op die manier is te voorkomen dat ze deze informatie aangrijpen om zich te koesteren in hun eigen gelijk.

Denise de Ridder is hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht en doet onderzoek in het SelfRegulationLab. De gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.