‘Nu deze stad verloren is, ben ik een illusie kwijt’

Syrische opstand

Voor Syriërs in de oppositie is het een week van afscheid: ze bellen een laatste keer – voorlopig of niet – met vrienden of familie. Is hun revolutie nu voorbij?

Regeringsgezinde troepen van president Assad staan boven op een tank in Aleppo. Foto Reuters

De Syrische ‘Witte Helmen’, die onlangs nog werden geportretteerd in een gelijknamige Netflix-documentaire, lieten afgelopen weekeinde een noodoproep uitgaan. Ook vele van hun vrijwilligers, die sinds 2014 met hun witte helmen op het hoofd slachtoffers van bombardementen vanonder het puin halen, zitten nu klem in Oost-Aleppo, lieten ze de buitenwereld weten.

Dinsdag kreeg het Syrische regime, met steun van Rusland en Iran, ook de laatste wijken in handen – met de belofte van een vrijgeleide voor de rebellen en veiligheid voor de burgers. De komende uren zal blijken wat die toezegging waard is.

„Als we niet geëvacueerd worden, zullen onze vrijwilligers onderworpen worden aan foltering en executie in de detentiecentra van het regime”, aldus de groep afgelopen weekeinde. „We hebben goede redenen om te vrezen voor ons leven.”

Voor het regime van president Bashar al-Assad is iedereen die zich in oppositiegebied heeft ingezet – niet alleen strijders, maar ook dokters, hulpverleners, media-activisten, lokale bestuurders – immers een ‘terrorist’. Ook de Verenigde Naties drukten hun ongerustheid uit over honderden burgers die ‘verdwijnen’ in Aleppo, terwijl ooggetuigen melden dat het Syrische leger en de geheime diensten met lange namenlijsten rondlopen.

„Gezien de verschrikkelijke staat van dienst, van arbitraire gevangenschap, foltering en gedwongen verdwijningen, van de Syrische regering, zijn we natuurlijk heel bezorgd over het lot van die individuen” die spoorloos zijn, zei Rupert Colville, woordvoerder van het VN-Mensenrechtencommissariaat, vanuit Genève aan The New York Times.

Burgers maken zich op om naar veiliger delen van Aleppo te gaan. Foto AFP

„Ik heb vorige woensdag nog met twee vriendinnen in Oost-Aleppo gesproken via WhatsApp”, zegt Hiba Ezzideen (30), een Syrische activiste die sinds vorig jaar haar toevlucht heeft gezocht in Nederland. „Sindsdien is de lijn dood. Ze vroegen of nog iemand iets voor hen kon doen. Ze waren allebei actief in oppositiemedia, dus ze zeiden dat ze liever in een luchtaanval zouden sterven dan zich over te geven aan het regime. Ik weet niet waar ze nu zijn.”

Ezzideen ziet de val van Oost-Aleppo met lede ogen aan, als een van de vele activisten die in 2011 de straat opgingen voor een beter Syrië en vijf jaar later worstelen met de ‘grootste humanitaire ramp van deze eeuw’, die hen allemaal persoonlijk diep heeft geraakt en hun levens een vaak dramatische nieuwe koers heeft gegeven.

Betekent de val van Aleppo het einde van de Syrische revolutie? In militaire termen niet: het regime-Assad zou met Aleppo een grote prijs binnenhalen, maar van een ‘eengemaakt Syrië’ is daarmee nog geen sprake. De westelijke provincie Idlib is in handen van Syrische rebellen, die daar worden gedomineerd door het voormalige officiële Al-Qaeda-filiaal in Syrië. Delen van het zuiden zijn in handen van rebellen die door de Verenigde Staten worden gesteund.

In het oosten behoudt Islamitische Staat (IS) voorlopig zijn greep op Raqqa en delen van de stad Deir es-Zor. In het noorden zijn de Koerden in opmars – die zowel een ongemakkelijke relatie hebben met het regime-Assad als met andere Syrische rebellengroepen – en tussendoor rijden er in het noorden ook nog Turkse tanks rond ter ondersteuning van rebellengroepen die zowel tegen de Koerden, het regime als Islamitische Staat strijden.

Een activiste als Hiba Ezzideen ziet de val van Aleppo wel als het einde van ‘haar’ revolutie. „Ik studeerde in Aleppo en gaf er als jonge afgestudeerde les aan de universiteit”, vertelt ze.

„Toen in 2011 de betogingen begonnen, ging ik mee de straat op in Idlib, de provincie waar ik vandaan kom. Het was de beste droom ooit. Na veertig jaar dictatuur durfden we eindelijk te betogen voor onze eigen rechten. We konden ons dat niet voorstellen: in Syrië betogen tegen een Assad.”

„In de eerste demonstraties vroegen we zelfs niet om het aftreden van Bashar al-Assad, wel om hervormingen. Toen begonnen zij te schieten, en sindsdien zijn we steeds dieper afgedaald in een eindeloos conflict”, zegt Ezzideen.

Elf kogels

Vier jaar werkte ze in oppositiegebied onder meer voor organisaties die medische hulp brachten, en ze zette een eigen mediaplatform op waar ze de nadruk legde op sociale rechten en vrouwenrechten.

Tot ze werd ingehaald door de mallemolen van het Syrische conflict: in 2014 vielen vliegtuigbommen van het regime op Idlib, terwijl intussen op de grond de Al-Qaeda-organisatie Nusra steeds meer aan invloed won.

„Op een dag schoten ze elf kogels af op mijn auto, en toen moest ik voor mijn veiligheid en die van mijn familie naar Turkije vluchten”, zegt ze. Vorig jaar nam ze in de zomer de boot naar Europa.

Foto AFP

„Aleppo is een van de laatste grote plekken waar onze revolutie voortleefde”, zucht Ezzideen. „Een Syrië waar burgerorganisaties en lokale besturen iets te zeggen hadden, niet alleen het regime of extremisten. Waar activisten moedig bleven doorwerken. Met de val van Aleppo ben ik een illusie kwijt: de droom dat ik nog eens heelhuids terug kan naar Syrië, mijn land. Mijn ouders en zussen wonen nog in Idlib. Ik zal moeten wachten tot Assad doodgaat.”

Een andere activist, Mohammad Khedr (30), probeert er aan de telefoon de moed in te houden. Khedr zit in een andere situatie dan Ezzideen: hij komt uit de oostelijke stad Deir es-Zor, een regio die nu wordt gedeeld door het Syrische regime en IS – en waar de echte strijd eigenlijk nog moet beginnen. Net zoals groepen als Raqqa is Being Slaughtered Silently – dat via activisten toch ondergronds blijft rapporteren uit IS-gebied – doet Khedrs mediakanaal Sound and Picture nog altijd via activisten te velde illegaal verslag uit het ‘kalifaat’ en omstreken.

„Er was een tijd dat we ons in het oosten niet erg verwant voelden met de rest van Syrië”, vertelt Khedr.

„Maar net de revolutie heeft dat veranderd. Ik had zelf in Aleppo gestudeerd maar ging in 2011 mee tegen het regime betogen in Deir es-Zor. We bleken plots overal dezelfde aspiraties te hebben. En net zoals velen in Syrië kwam ik in juli 2011 op de zwarte lijst terecht omdat ik ‘weg met het regime!’ had geroepen.”

Khedr zat ondergedoken op het platteland van Deir es-Zor. In 2014 veranderde de situatie alweer, met de komst van die andere vijand, Islamitische Staat.

„Het regime en IS zijn twee kanten van dezelfde medaille, dus moeten we ons tegen beide verzetten”, zegt Khedr. Na een tijd in Turkije, waar nog altijd activisten van Khedrs netwerk werden vermoord door IS, zet hij nu zijn werk voort vanuit Duitsland.

„Aleppo werd wel eens het laatste bastion genoemd”, zegt hij.

„We hadden gehoopt van daaruit de echte Syrische revolutie te herlanceren, ondanks het wapengeweld van het regime, Rusland, Iran, Islamitische Staat, noem maar op. Velen geven nu de moed op, maar zelf zie ik de revolutie als een idee. Zelfs al moeten we het opnemen tegen de hele wereld, er komt een dag waarop al die Syrische stemmen een verschil zullen uitmaken. Alleen ziet de toekomst er op dit moment even niet erg stralend uit.”