Opinie

    • Maxim Februari

Mijn hoofd is gehackt, de piep wordt harder

Er zit een piep in mijn denken. Eerst dacht ik dat het iets mechanisch was, iets dat schuurt en kleppert, maar nu denk ik dat het een elektronisch dingetje is. Laat ik de motorkap eens opendoen, of beter: het moederbord losschroeven, en kijken wat daar zo ondermijnend bezig is.

Aanvankelijk was er nog niets aan de hand. Ik zocht naar informatie rondom verkiezingen, omdat het gesprek almaar over verkiezingen gaat. Tussen toneeldecors spelen Haagse acteurs een leiderschapsstrijd; figuranten hebben het over referenda en stemkastjes – zeggen ze dat echt, stemkastjes? Ja, hoor. Praatprogramma’s zetten grote filosofen aan tafel, die beschaafd spreken over het humaniserende effect van ‘onderwijs’ en ‘banen’.

In het echte leven is de politieke macht intussen overgenomen door internetmogols. Opkomst van Google, Facebook en Amazon laat niet alleen banen verdwijnen, maar hele industrieën, banken, dienstensectoren, instituties, politieke processen. Een voorman van Google noemde het internet „het grootste experiment op het gebied van anarchie in de geschiedenis”. Een experiment met grote politieke gevolgen en vrijwel geen checks and balances. In de nieuwe constellatie worden politieke beslissingen niet langer genomen via maatschappelijk debat, maar via verknooptheden en automatiseringen die niemand kan overzien.

Zojuist lees ik in een boek van een wetenschapsjournalist dat het „niet heel cool” is om voor dit soort dingen te waarschuwen. Mensen beslissen zelf immers wel wat ze doen. En ja, hoor, kinderen van Nederland, je mag zelf kiezen of je belazerd, onderdrukt, werkloos en berooid wilt worden, vind ik ook. Maar toch kan het geen kwaad te proberen iets van de veranderingen te begrijpen. Daarom besloot ik een simpel, praktisch kwestietje uit te zoeken: hoe het zit met de beïnvloeding van de verkiezingen.

Internetmacht berust voor een groot deel op data. Omdat u een Facebookaccount hebt, omdat u online vragenlijsten invult en omdat u aanbieders van apps beloont met gedragsgegevens, weten bedrijven alles over u. Alexander Nix, de baas van Cambridge Analytica, zei onlangs dat zijn bedrijf via vijfduizend datapunten de persoonlijkheid in kaart kan brengen van alle Amerikaanse volwassenen, „zo’n 230 miljoen mensen”. Gedetailleerde persoonlijkheidsbeschrijvingen maken het mogelijk kiezers en verkiezingen te manipuleren.

Cambridge Analytica is onderdeel van de SCL-groep, volgens eigen zeggen gespecialiseerd in militaire desinformatie-campagnes en kiezersbeïnvloeding. Het bedrijf claimt dat het met gepersonaliseerde berichtgeving de Brexit heeft geregeld, Trump aan de macht heeft geholpen en dat het gaat zorgen voor politieke omwentelingen in Europa. Steve Bannon, de omstreden strateeg van Trump, zit in het bestuur van dit data-mining bedrijf. Het bedrijf zelf dient niet alleen Trumps politieke zaak, maar ook zijn zakelijke belang.

Goed. Ik dus op pad om die simpele claim over beïnvloeding te checken. En hier begon iets te knerpen, want ik ontving twee tegenstrijdige berichten. Op dasmagazin.ch schreven Hannes Grassegger en Mikael Krogerus dat niet alleen de SCL-groep campagne heeft gevoerd met individueel aangepaste berichten. Trump heeft zelf ook elke kiezer afzonderlijk iets anders verteld – zijn grilligheid bleek zijn grootste troef. Iedere kiezer een eigen boodschap!

Onderzoeker Henk Noort schreef op stakeholderslab.nl precies het tegenovergestelde. Door analyse van data wist Hilary Clinton „waarschijnlijk beter dan welke presidentskandidaat ooit” hoe het electoraat is samengesteld en wat iedereen wil horen. „Maar door deze data-tsunami verloor ze haar stip op de horizon uit het oog.” Ze begon elke kiezer een andere boodschap te brengen en daardoor was het onduidelijk waar ze voor stond. Verloren! Met dezelfde strategie waarmee Trump volgens Grassenger en Krogerus won.

Beide verhalen klonken verstandig. Welke moest ik geloven? Terwijl ik nog probeerde er greep op te krijgen, besefte ik dat mijn hoofd was gehackt. Door Google. Door Trump. Door Nix. Ze hadden twee strijdige boodschappen tegelijk op me afgevuurd. Dat leek klungelig van ze, maar al gauw zag ik dat het past bij mijn profiel en dat van deze krant. Door u twee tegengestelde boodschappen voor te leggen, speld ik u op de mouw dat we nog zelf kunnen nadenken. Zelf kunnen beslissen.

Nu werd de piep harder. Ik kon zeggen dat we worden gemanipuleerd. Ik kon zeggen dat we niet worden gemanipuleerd. Maar in feite betekenden beide conclusies uit de zoekresultaten hetzelfde. Dat u niets meer aan mij hebt, omdat er een piep in mijn hoofd zit die afkomstig is uit een desinformatie- campagne.

Maxim Februari is jurist en schrijver. Deze column is wekelijks.
    • Maxim Februari