NRC checkt: ‘Helft verse vaders heeft halve of hele ‘papadag’

Dat meldde het persbericht van de Emancipatiemonitor dinsdag.

Foto Ilvy Njiokiktjien

De aanleiding

Hoe staat het ervoor met de gelijkheid van mannen en vrouwen? De Emancipatiemonitor 2016 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) leidde dinsdag tot twee totaal verschillende verhalen in Nederlandse kranten. Op de voorpagina van Trouw stond: ‘Zorgen’ blijft vrouwenzaak. Het dagblad schreef dat van „het eerlijk delen van zorgtaken” onder mannen en vrouwen „nog geen sprake” is. Op de voorpagina van de Volkskrant luidde de kop juist Zorgende vaders en binnenin stond onder meer: „Van de verse vaders heeft de helft een dag per week de baby onder zijn hoede.”

Dat laatste lijkt groter nieuws, want: een trendbreuk met de aloude rolverdeling van werkende vaders en zorgende moeders. Op dat spoor gaat het binnenin door, waar vaders geïnterviewd worden over hun ‘papadagen’. Ook staat er dat vaders tijd voor zorgtaken vrijmaken „door hun werk flexibeler in te delen, bijvoorbeeld door thuis te werken”.

Welke krant heeft gelijk? In het persbericht van de tweejaarlijkse Emancipatiemonitor ging het erom dat „de helft van de mannen die recent voor het eerst vader zijn geworden” een halve óf hele ‘papadag’ hebben. Dat nemen we als uitgangspunt.

Waar is het op gebaseerd?

De Emancipatiemonitor is een hoog aangeschreven rapport, doortimmerd met cijfers en onderbouwd door onderzoeken. Daarin staat: „De helft van de vaders zorgt op enig moment van de week voor het kind terwijl de moeder werkt. Een op de drie vaders zorgt een hele dag voor de kinderen, maar er zijn ook vaders die dit een halve dag (10%) of gedurende meerdere dagen doen (11%).”

En, klopt het?

Ruim 40 procent van de vaders zorgt dus ten minste één hele dag voor zijn kind: dan tellen we de vaders die één en die meerdere zorgdagen hebben, bij elkaar op. Pas wanneer je ook de vaders meetelt die een halve dag zorgen voor het kind, kom je op 50 procent. Die cijfers noteert de Volkskrant ook, maar meldt toch dat „de helft van de verse vaders” een hele papadag heeft. Daarbij komt dat deze bewering gebaseerd is op onderzoek onder een beperkte groep, namelijk de groep van de „verse” vaders. Om precies te zijn: de cijfers gaan over „ouders van 1-jarige kinderen”, aldus de Emancipatiemonitor. Dit onderzoek zegt dus niets over ouders van (iets) oudere kinderen. Strikt genomen is de formulering „verse vaders” niet onwaar, zeker dankzij de toevoeging dat zij „de baby” onder hun hoede hebben – maar wel vaag. De interviewtjes, met ook vaders van kinderen die 2, 5 en 8 jaar zijn, suggereren dat die mannen binnen het bestek van het onderzoek vallen.

Is het wel waar dat het „steeds gewoner” wordt dat vaders een dag voor de kinderen zorgen? Vast wel, maar dat kun je op basis van dit onderzoek niet concluderen. Dat is een momentopname, geen vergelijking die een trendbreuk toont. Wat dat betreft zit Trouw, met de nadruk op moeders die nog steeds de zorg dragen, dichter bij de waarheid: vrijwel alle ‘verse’ moeders hebben meer dan één ‘mamadag’.

Tot slot: gaan vaders vaker thuiswerken om voor kinderen te zorgen? Het is wél zo dat vaders vaker thuiswerken dan moeders (38 tegenover 34 procent werkt deels thuis), maar als reden om thuis te werken noemt maar 8 procent van de ouders zorgtaken. Overwerk (33 procent) en meer concentratie en efficiëntie (22 procent) worden veel vaker genoemd. Dat „de meeste” mannen thuiswerken om voor hun kind te zorgen kun je zo hard dus niet stellen.

Conclusie

Slechts van een kleine groep vaders weten we dat ze een halve of hele ‘papadag’ hebben. De benadering van Trouw zat dichter bij de heersende situatie dan de Volkskrant. Zoals het in het persbericht van de Emancipatiemonitor stond, was het waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt