Commentaar

Europa kan alleen maar doorgaan met Turkse tango

Na de aanslagen zaterdagavond in Istanbul zijn tientallen doden en gewonden gevallen. De aanslagen werden opgeëist door de Koerdische beweging TAK, een radicale afdeling van de Koerdische Arbeiderspartij PKK. In een democratie zouden – onder ideale omstandigheden – de terreurverdachten worden opgespoord, berecht en bestraft. In Turkije werden 118 politici van een andere pro-Koerdische partij, de HDP, opgepakt.

Onder verwijzing naar de mislukte staatsgreep van juli en naar regelmatige aanslagen sindsdien zuivert president Erdogan Turkije systematisch van oppositiegeluiden. Hij gelastte de arrestatie, op grote schaal, van rechters, politieagenten, militairen, ambtenaren, academici, leraren, advocaten, journalisten en ondernemers. Hij sloot mediabedrijven, hief de immuniteit van politici op, bereidt een presidentiële staatsvorm voor en zei bereid te zijn de doodstraf weer in te voeren.

Turkije, kortom, glijdt af. Het Europees Parlement wil daarom dat onderhandelingen over Turkse toetreding tot de EU worden opgeschort, ministers en regeringsleiders spreken deze week in Brussel over een Nederlands voorstel om zes maanden niet te onderhandelen. Dat is een welkom signaal, uit humanitair en democratisch oogpunt. Maar het is ook een hulpeloos gebaar: de onderhandelingen zijn de facto al stilgevallen en zes maanden zijn niet lang.

De EU ontkomt er niet aan de relatie met Turkije tijdelijk op een andere leest te schoeien. Toetredingsonderhandelingen leiden aan beide kanten tot frustratie. Er moet over 35 hoofdstukken overeenstemming bereikt worden. In tien jaar is één hoofdstuk, voorlopig, afgerond. Met het huidige beleid komt Turkije simpelweg niet door de democratie-keuring van de EU.

Tegenover de Europese afkeuring staan Europese belangen. Voor de couppoging kwam Brussel met Ankara overeen dat Turkije, in ruil voor geld, visumvrijheid en versnelde toetredingsonderhandelingen vluchtelingen uit Syrië zou opvangen. De stroom vluchtelingen nam daarop af. Turkije en de EU zijn daarnaast economisch met elkaar verbonden en NAVO-partner Turkije grenst aan brandhaard Midden-Oosten. Het is dus niet verstandig om Turkije te isoleren.

Het ligt voor de hand de verhouding eerst op veiligheid en economie te baseren en lidmaatschap op de lange baan te schuiven. In de tussentijd kunnen beide partijen nog eens nadenken over de vraag of ze een Turks lidmaatschap eigenlijk wel willen. De tango tussen Turkije en de EU duurt nu al vijftig jaar – het is zaak dat ze elkaar niet loslaten.