Emancipatie vrouwen gaat langzaam vooruit

Hoewel de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn afgenomen, werken vrouwen nog altijd minder, verdienen ze minder en bekleden ze minder topfuncties.

Minister Jet Bussemaker van OCW tijdens een debat over Vrouwen naar de top en voortgangsrapportage emancipatiebeleid. Foto Bart Maat/ANP

De verschillen tussen mannen en vrouwen in Nederland op het gebied van arbeidsparticipatie, opleiding en economische zelfstandigheid zijn afgenomen. Desondanks blijkt uit cijfers van de tweejaarlijkse Emancipatiemonitor van het CBS dat vrouwen nog altijd minder vaak een betaalde baan hebben, meer werken in deeltijdfuncties, een lager uurloon krijgen en minder topfuncties bekleden.

Wat betreft arbeidsparticipatie is het aantal vrouwen dat werkt ten opzichte van het aantal werkende mannen toegenomen mede dankzij de economische crisis. Daarin raakten mannen eerder hun baan kwijt omdat ze in conjunctuurgevoelige sectoren werken. Rond de 70 procent van de vrouwen werkt, een percentage dat al sinds 2009 ongeveer gelijk is gebleven, tegen 81 procent van de mannen.

Steeds vaker ‘papadag’

Dat het percentage werkende vrouwen al langere tijd stabiel is, komt doordat veel vrouwen deels of geheel stoppen met werken na de geboorte van een kind. Hoewel het aandeel moeders dat daarna minder uren is gaan werken, tussen 2012 en 2015 is gedaald van 40 naar 36 procent, stopt nog altijd 11 procent van de vrouwen met werken als ze een kind krijgen. Onder laagopgeleide vrouwen is dit zelfs meer dan een kwart.

Tekst loopt door onder grafiek:

Vrouwen zijn wel steeds langer gaan werken; per week werken ze gemiddeld ruim een uur langer dan tien jaar geleden. Bij mannen nam dat aantal juist met bijna een uur af. Dat komt mede doordat meer jonge vaders wekelijks minstens een halve dag vrij nemen om voor hun pasgeboren kinderen te zorgen. Jonge moeders nemen wel altijd nog twee keer zo vaak ouderschapsverlof op.

Tekst loopt door onder grafiek:

Hoger opgeleid, lager uurloon

Vrouwen zijn steeds hoger opgeleid, tot hun 45ste gemiddeld hoger dan mannen. Ook het aantal vrouwen dat economisch zelfstandig is, is met 1 procent toegenomen naar 54 procent. Bij de mannen nam dat percentage met 1 procent toe naar 74 procent. Het gemiddelde uurloon van vrouwelijke werknemers is nog altijd lager dan dat van mannen, een verschil dat grotendeels wordt veroorzaakt door een verschil in werkervaring, opleiding en leidinggeven. Bij de overheid werken tegenwoordig op 30 procent van de topfuncties vrouwen, 2 procent meer dan tien jaar terug.

De Emancipatiemonitor wordt elke twee jaar gepubliceerd door de CBS in opdracht van het ministerie van OCW, dat verantwoordelijk is voor het emancipatiebeleid.