Recensie

Een Jezus tussen vier malloten

In dit gekkenhuis irriteert paradoxaal genoeg de zachte Louis met zijn droeve glimlach nog het meest. Is dat Dolans bedoeling: petje af. Maar zou het? ●●●

In de finale van Juste la fin du monde is de familie echt de hel. Dan suddert men rond de eettafel in oranje avondlicht, op weg naar weer zo’n emotionele eruptie.

Regisseur Xavier Dolan bewerkte voor zijn zesde film een toneelstuk van de in 1995 aan aids overleden Franse toneelschrijver Jean-Luc Lagarce, over een gevierde schrijver Louis (Gaspard Ulliel) die zijn kleinburgerlijke familie komt vertellen dat hij stervende is aan aids, maar er nauwelijks tussen komt.

Louis beperkte het contact twaalf jaar lang tot een minimum. Begrijpelijk: zodra hij over de drempel is beginnen de verwijten. De opgefokte vrolijkheid van de moeder (Nathalie Baye) – „ik ploeter maar gewoon door” – maskeert niet hoe gekwetst ze is door de desinteresse van Louis. Nakomertje Suzanne (Léa Seydoux) is bitter omdat zij Louis slechts kent van ansichtkaarten, de schutterende schoonzus Suzanne (Marion Cottilard) wil dat hij zijn grote broer Antoine (Vincent Cassel) bereikt, nu één smeulend brok rancune.

De familie Knipper is vastgedraaid in non-communicatie: men saboteert elkaars verhalen, snauwt toenadering weg en laat elk gesprek in gekibbel ontaarden. Bullebak Antoine lijkt de bron van alle misère: als hij niet broeierig uit het raam staart, werkt hij zichzelf via sarcastische sneren op naar de volgende tirade. Maar de brandstof voor al die agressie is zelfhaat.

In dit gekkenhuis irriteert paradoxaal genoeg de zachte Louis met zijn droeve glimlach nog het meest. Dat hij geen tegengas geeft aan deze malloten, maakt hem een beetje onuitstaanbaar: Jezus op zoek naar zijn kruis. Is dat Dolans bedoeling: petje af. Maar zou het?

Xavier Dolan is een cineast van het hier en nu. Zijn acteurs slaan continu met deuren, en hoe dat zo kwam verzin je zelf maar. Zijn heftigheid is vaak een verademing tussen het klein acteren en de stilistische soberheid van nu. Maar Juste la fin du monde laat net iets te veel weg. Gefilmd in close-up die geen bevende onderlip of trekkende wenkbrauw mist, verbluft hij als acteerorgie. Met name dankzij Cassel en Seydoux: Marion Cottilards onzekere trekkenbekken is iets te zwaar aangezet. Maar er blijft zoveel open dat al dat emotionele spektakel je uiteindelijk onberoerd laat.