Een gedicht voor de blauwe reiger, 4

kiest elke woensdag een gedicht bij de stemming van de dag.

Nu zijn de wouden leeg,
glanzen de vijvers als blinde ogen,
leunt de wind
de zwarte, natte
botten van de bomen.

In een huis aan het einde van de straat,
alsof ik het nooit eerder zag –
bladeren, wegrollende watertonnen,
een vogel met een oog als een volle maan
die uiteindelijk besluit om niet te sterven –
zit ik de lange namiddagen uit
drinkend en pratend;
ik verzamel takken, aanmaakhout, papier, ik maak vuur
na vuur na vuur.