Begroting na acht jaar crisis weer in evenwicht

Overheidsfinanciën

Het CPB sluit zich aan bij het optimisme van het kabinet: de Rijksfinanciën zijn volgend jaar op orde. Er gloort begrotingsevenwicht.

Sinds 2009 op weg naar begrotingsevenwicht

Na acht jaar financiële en economische crisis zijn de overheidsfinanciën weer op orde. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht voor komend jaar een overheidssaldo van nul, of te wel begrotingsevenwicht.

In het eerste volle jaar van de crisis, 2009, bedroeg het begrotingstekort nog 5,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Ook de economische productie per hoofd van de bevolking is terug op het niveau van vóór de crisis, schrijft het CPB in de dinsdag verschenen jaarlijkse Decemberraming met de macro-economische vooruitzichten voor 2017. En zowel dit als volgend jaar voorziet het CPB een economische groei van 2,1 procent.

Het optimisme van het CPB is opmerkelijk: het planbureau was drie maanden geleden, op Prinsjesdag, nog aanmerkelijk somberder. Toen werd voor 2017 nog een begrotingstekort van 0,7 procent voorspeld. Daarmee was het CPB ook somberder dan het kabinet, dat in de Miljoenennota rekening hield met een tekort van 0,5 procent. In harde euro’s uitgedrukt lagen kabinet en planbureau zo’n 1,4 miljard uit elkaar.

Het ministerie van Financiën was deze zomer in de ogen van het CPB te optimistisch over de te verwachten belastinginkomsten en uitgaven aan sociale uitkeringen. Nu erkent het planbureau dat de „scherpe daling” van het overheidstekort „vooral komt door sterk toegenomen belastingontvangsten”. Twee weken geleden meldde minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) een belastingmeevaller voor dit jaar van 4,3 miljard euro.

Tegelijkertijd ziet het CPB een minder sterke stijging van de overheidsuitgaven, door onder meer een daling van de rentelasten op de overheidsschuld, lagere kosten voor de opvang van vluchtelingen en daling van de werkloosheid.

Het aantal werklozen daalt komend jaar eveneens harder dan het CPB in september voorspelde: tot 475.000, , dat is 5,3 procent van de beroepsbevolking. De staatsschuld duikt voor het eerst sinds 2010 weer onder de 60 procent, de norm voor landen in de eurozone.

Er zijn ook risico’s

Het economische herstel, na acht jaar crisis, lijkt steeds duidelijker door te zetten. Zo constateerde ook het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige maand voor het tiende kwartaal op rij een economische groei.

Het herstel naar het „precrisisniveau” is volgens het CPB „uitzonderlijk lang”, maar dat komt na een financiële crisis regelmatig voor. In de jaren tachtig, toen de economische dip niet gepaard ging met een financiële crisis, duurde het herstel van het bbp drie jaar en het herstel van de werkgelegenheid vijf jaar.

Los van alle positieve cijfers, voor een groot deel aangewakkerd door toegenomen binnenlandse consumptie, ziet het planbureau ook „belangrijke risico’s” voor de economische groei. Zo groeit de wereldhandel, van groot belang voor de export, in 2017 „voor het zesde jaar op rij minder hard” dan de wereldeconomie, en zijn er „beleidsonzekerheden” in de Verenigde Staten en de Europese Unie. Het CPB verwijst hiermee impliciet naar de verkiezing van Donald Trump tot president en het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU, Brexit.