Zuidelijk Afrika kan niet alle inwoners voeden

Landbouw

De voedselproductie in het zuiden van Afrika houdt de bevolkingsgroei bij lange na niet bij. Voor 2050 moet de productie verdrievoudigen.

Afrikaanse landen zuidelijk van de Sahara moeten voor 2050 hun graanopbrengst per hectare minstens verdrievoudigen. Dan kunnen ze acht op de tien mensen zelf blijven voeden, zoals ze nu ook kunnen. Maar met het huidige tempo van oogstverbeteringen halen ze dat bij lange na niet.

Als die productie niet sneller stijgt, is het onontkoombaar dat er meer bos en regenwoud wordt gekapt en omgezet in landbouwgrond.

Dat concludeert een internationale groep landbouwwetenschappers maandag in het tijdschrift PNAS. Eerste auteur is Martin van Ittersum, hoogleraar plantaardige productiesystemen aan de Wageningen Universiteit. Voor hun analyse verzamelden de onderzoekers gegevens van tien landen, en vijf graangewassen (maïs, tarwe, gierst, rijst en sorghum).

De berekeningen zijn gebaseerd op prognoses voor de bevolkings- en welvaartsgroei. „Het is schrikbarend om te zien wat die groei betekent voor de voedselvraag”, zegt Van Ittersum aan de telefoon. Hij is een van de leiders van het internationaal project dat de Global Yield Gap Atlas heet. Dat brengt voor zoveel mogelijk landen ter wereld in kaart wat de behaalde oogstopbrengst per hectare is voor allerlei gewassen, wat de maximaal haalbare opbrengst in die landen is, en hoe het verschil (de yield gap) overbrugd kan worden. Aan de publicatie werkten onderzoeksinstituten mee uit onder andere Kenia, Nigeria, Ghana en Burkina Faso.

In de onderzochte landen beneden de Sahara is de meeste landbouw afhankelijk van regen. Irrigatie vindt er relatief weinig plaats, zegt Van Ittersum. De opbrengst van bijvoorbeeld maïs bedraagt slechts 15 tot 27 procent van wat er volgens veldproeven, modelberekeningen en lokale expertise maximaal haalbaar is.

Blijft het huidige, lage tempo van opbrengstvermeerdering per hectare de komende decennia gelijk, dan zullen de Afrikaanse landen tegen 2050 nog maar 3 tot 5 van de 10 monden zelf kunnen voeden. Tenzij er extra landbouwgrond bij komt. Dat is de afgelopen tien jaar ook gebeurd, met name in Tanzania en Ethiopië, door ontbossing en het in gebruik nemen van marginale graslanden en braakliggende akkers.

De onderzoekers pleiten voor meer investeringen in onderzoek, meer onderwijs en financiële ondersteuning voor boeren, en meer gebruik van moderne rassen, kunstmest en toepassing van zo milieuvriendelijk mogelijke plaagbestrijding.