Volgend jaar weer – maar dan zonder de anticlimax

Hari vs. Verhoeven

Het prestigeduel tussen Rico Verhoeven en Badr Hari begon als een spektakel, en eindigde teleurstellend: Hari moest in de tweede ronde opgeven met een blessure. Hij wil revanche.

Foto Robin Utrecht

De enorme gestalte van Rico Verhoeven wordt langzaam zichtbaar als een groot luik omhooggaat. Een rookgordijn hult de 27-jarige wereldkampioen in een mist van verwachting. Een dancenummer wordt ingezet. ‘Show us what you got, as Rico makes de beat drop’. Op het hoogtepunt stort Verhoeven zich als een jagend roofdier naar de ring, 116 kilo krachtpatserij op volle snelheid. Eindelijk, eindelijk is de correctheid eraf. Ook een ingetogen jongeman uit Halsteren kan een showtje maken.

Maar er is er maar één die het natuurtalent heeft om tienduizenden met enkel zijn aanwezigheid naar adem te doen happen. Het luik blijft dicht. Witte spots scheren naar de vip-ingang. Badr Hari zou zichzelf niet zijn als hij niet weer een list had bedacht, zoals vrijdag, toen hij Verhoeven tijdens het weegmoment zowat een uur liet wachten. Of vorige maand tijdens de persconferentie in de Amsterdamse Heineken Music Hall, toen hij wegliep van de stare down, een traditie ter wederzijdse intimidatie, maar vooral ter vermaak van het publiek. Hari zette Verhoeven in zijn hemd, vond hij zelf. Verhoeven haalde zijn neus ervoor op.

Marokkaanse vlag

Opwinding en ook ontzetting rolt als een golf over het publiek als duidelijk wordt dat Hari niet via het podium opkomt, maar tussen de mensen, beschermd door een tiental bodyguards, en de rest van zijn gevolg, trainer Mike Passenier dicht bij hem in de buurt. Sommige mannen dragen de Marokkaanse vlag als een cape om hun schouders. Ze gooien zich haast boven op hem voor een foto. In vrijwel alle interviews die Hari geeft, roemt hij zijn fans uit Marokko, geboorteland van zijn ouders, een plek die als oase voor hem dient als hij zich veelal door eigen toedoen opgejaagd voelt in het land waarin hij opgroeide. Hij voelt zich geen Nederlander, en daarom vecht hij onder de vlag van Marokko.

Als Hari eindelijk de ring heeft bereikt, zakt hij, een gelovig moslim, door zijn knieën voor een moment van bezinning. Dan leunt bij over de touwen, nonchalant, en kijkt hij Verhoeven recht aan. Die staat in de andere hoek huppelend klaar om te bewijzen dat hij zijn wereldtitel waard is. Er staat vandaag prestige op het spel en geen kampioensgordel, daar zouden vijf in plaats van drie ronden van drie minuten voor nodig zijn. Hari wilde dat niet en Verhoeven vond het wel best – hij heeft immers het momentum, hij vocht de voorbije drieënhalf jaar met de regelmaat van een klok, en niemand kon zijn opmars stuiten.

Hari was tussen zijn strafzaken en voorlopige hechtenissen door af en toe vechtend te bewonderen in Tsjetsjenië, maar beter werd hij daar niet van. Het waren niet de gevechten van voor 2012, toen kickboksen nog werd gevierd onder de vlag van het Japanse K-1. Dat bedrijf ging failliet en de sport spoelde van het verdomhoekje in het afvoerputje. Een crimineel gebeuren, vonden criticasters, alsook de burgemeester van Amsterdam, die de vechtgala’s verbood.

Maar in Oberhausen maakt de sport een doorstart, met een kampioensaffiche waar fans al jaren op wachten. Hari, hoeder van de sport, is terug in de ring. De kaarten waren binnen een mum van tijd uitverkocht, en te begrijpen valt waarom.

Zie Hari bijtbewegingen maken, zijn neus ophalen. Dit is waarvoor hij leeft, en hij eist zijn bestaansrecht zo overtuigend op dat eenieder door zijn aura van misdadigheid heen kan kijken. De rechtszaak voor een handvol zware mishandelingen loopt nog; volgend jaar velt de Hoge Raad een definitief oordeel. Maar dat telt vanavond niet.

Bewakers hebben hun handen vol aan een zwerm van zeker honderd jonge gasten die zich proberen naast Hari in de ring te werken. Het gevecht wordt een minuut of wat uitgesteld. Hari en Verhoeven kunnen er alleen maar naar kijken. Dit is dus wat ze hebben losgemaakt sinds in april bekend werd dat ze het nog dit jaar tegen elkaar zouden opnemen. Er breekt een vechtpartij uit, vlak naast de ring. Het duurt een paar minuten voordat dat de kop is ingedrukt en het bevrijdende woordje ‘fight’ uit de mond van de Japanse scheidsrechter klinkt. Eindelijk mogen ze los. En de zaal mag mee.

Anticlimax

Geen furieuze Badr Hari bij het startsein. Het is zijn handelsmerk geworden om zo snel mogelijk voor een knock-out te gaan, en die tactiek van overrompeling zou hij nu ook hanteren. Maar in plaats daarvan tast hij af, misschien toch ook ietwat beduusd door de chaos van even daarvoor.

Verhoeven is in de eerste ronde de betere vechter. Hij oogt dynamisch, is snel, alert op elke stoot van Hari, die wel doel treft op de neus van Verhoeven. Een litteken overgehouden aan zijn vorige gevecht springt open en bedekt de linkerhelft van zijn gezicht met bloed. Ziet er heftiger uit dan het is, zou hij later zeggen. Hari houdt zich verder koest, hij lijkt niet op de door woede bezeten vechter van weleer. Wil hij Verhoeven verrassen, of kan hij niet beter, was zijn spierballentaal van voor het gevecht niet meer dan een mechanisme om zijn mindere vorm te verhullen, een toneelstuk zoals alleen hij dat kan opvoeren?

In ronde twee krijgt hij een schop onder de gordel. Verhoeven wordt uitgejouwd. Hari vuurt een laatste serie klappen af, en precies op het moment dat de scheidsrechter ‘stop’ roept, landt de linkerknie van Verhoeven met volle kracht op de rechteronderarm van Hari. Een ongelukkig moment. Als de twee uit elkaar worden gehaald, loopt Hari met een van pijn vertrokken gezicht naar zijn hoek. Hij kijkt naar zijn arm en weet dat het gevecht voorbij is. Een bot vlak onder zijn rechterelleboog is gebroken.

De man die winnen ziet als een bevestiging dat hij bestaat, moet nu voortijdig de handdoek gooien. Verhoeven wint, Hari druipt af. Ongeloof in de zaal. Terwijl Hari het hoofd buigt en Verhoeven hem troost, sterft de furie van een overspannen zaal een stille dood. Ze zien hun gedroomde kampioen van machine naar mens veranderen. Hari krijgt zelfs een compliment over zijn lippen: „Ik heb niet tegen een jongen gevochten, maar tegen een man.”

Maar de liefde is van korte duur. Hari wil een herkansing, volgend jaar, als hij hersteld is, en niet in de gevangenis zit, maar dat zegt hij er natuurlijk niet bij. „I will knock you the fuck out”, bitst hij Verhoeven toe. „Let’s do it baby”, zegt de wereldkampioen. De spanning is alweer terug van nooit weggeweest.